Is er gefraudeerd met de verkiezingsuitslag in Iran of niet? De officiële bekendmaking dat Ahmahdinejad gewonnen zou hebben kwam voor veel mensen als een verrassing – maar dat hoefde nog niet zoveel te zeggen. Ahmahdinejad’s verkiezingsoverwinning vier jaar geleden kwam immers ook als een verrassing. De uitzonderlijk hoge opkomst bij de verkiezingen hoefde ook niet per se in het voordeel van Moussavi te werken. Ahmahdinejad heeft zijn aanhang niet alleen te danken aan zijn nationalistische retoriek maar ook aan de subsidies van zijn regering op levensmiddelen voor de armen. Dat een aanzienlijk deel van deze mensen Ahmahdinejad steunt komt dus in ieder geval gedeeltelijk voort uit heel logische overwegingen. De oppositie noemde het ’stemmen kopen’. Ahmahdinejad’s populisme weerhield hem er overigens niet van door te gaan met het liberaliseren van de Iraanse economie, in ruil kregen Iraniërs retoriek en liefdadigheid. En repressie natuurlijk als ze zo moedig waren hun onvrede te uiten.
Het doet er eigenlijk niet zoveel toe of de verkiezingsuitslag vervalst is; Iraniërs hebben meer dan genoeg goede redenen om tegen hun regering te demonstreren. De dood van verschillende demonstranten heeft dat opnieuw bewezen. Het is op het moment niet goed in te schatten wat het karakter van de massale protestbeweging is – maar mensen gaan de straat op en trotseren de politie van een bloedig, autoritair regime. Dat alleen al is een positieve ontwikkeling, een stap naar democratie.
Uit de belangrijke rol die netwerksites als Facebook en Twitter spelen voor de oppositiebeweging kun je conclusie trekken dat het hier om de meer welvarende delen van de Iraanse samenleving gaat: vooral op het platteland of onder de armen is toegang tot internet of kennis van Engels niet echt normaal. Maar als in stad als Teheran, met een inwonertal van 12 miljoen – demonstraties van honderduizenden, misschien wel een miljoen mensen, plaatsvinden, is er iets groters aan de hand dan een beweging van een verwesterde studenten. Trouwens, ook verwesterde studenten hebben goede redenen om in opstand te komen tegen een reactionair, theocratisch bewind zoals dat van Iran.
Het is tragisch dat juist iemand als Moussavi uitgroeit tot voorman van zo’n heroïsche protestbeweging. Moussavi is bepaald geen Iraanse Nelson Mandela; in de jaren tachtig, toen het Iraanse regime nog veel erger was dan nu, was hij al een leidend politicus. En de hervormingen die hij beloofd zijn erg beperkt. Niet voor niets roept de man op tot een terugkeer naar, en niet een afwijzing van, de ideeën van Khomeini.
Leden van de veiligheidsdienst slaan in op een demonstrant - andere demonstranten snellen toe om hem te helpen
Maar je kunt een massabeweging niet beoordelen op misschien tijdelijke kopstukken of de meest gehoorde leuzen. Die zijn aan verandering onderhevig. Hoe belangrijk de eis om een hertelling ook is, deze beweging gaat om meer dan alleen fraude. Het betekent een massale afwijzing van het rechtse, conservatieve bewind van Ahmahdinejad. Wat voor alternatieven de beweging op den duur zelf naar voren schuiven zal schuiven is onduidelijk. Wat wel duidelijk is dat de protesten sympathie verdienen. Het gebeuren van de afgelopen dagen laat trouwens ook zien hoe idioot het idee is dat ‘de islamitische wereld’ westerse oorlogen nodig heeft om te democratiseren. In 1979 joegen de Iraniërs al eens een dictator weg, misschien lukt het ze weer
Het nieuws dat de Duitse student Benno Ohnesorg in 1967 werd doodgeschoten door een Stasi-informant heeft begrijpelijkerwijs voor nogal wat ophef gezorgd in Duitsland. De achtergrond; Benno Ohnesorg nam op 2 juni 1967 deel aan een betoging tegen een bezoek van de Iraanse Sjah, de pro-westerse dictator van Iran, toen nog Perzië, aan Berlijn. Deze demonstratie liep hevig uit de hand. Of beter gezegd: de demonstranten werden aangevallen: eerst door supporters van de Sjah en daarna door de west-Duitse politie. De Sjah-supporters waren zogenaamd Iraanse studenten die het ‘moderniserende’ bewind van de Sjah steunden. De tegen-demonstranten vonden hen al meteen een vreemd gezelschap; brede mannen met ingestudeerde leuzen…
Het geweld begon toen deze ’studenten’ de stokken van hun protestborden gebruikten om demonstranten mee te lijf te gaan. De west-Duitse politie ging vervolgens over tot het met grof geweld uit elkaar jagen van de demonstratie. In de chaos en verwarring die hierop volgde werd Benno Ohnesorg door de politie-agent Karl-Heinz Kurras doodgeschoten. Benno Ohnesorg stierf op straat, geraakt door twee kogels in zijn achterhoofd. Kurras beweerde uit zelfverdediging gehandeld te hebben; hij zou bedreigd zijn door met messen gewapende jongeren. Ohnesorg was pacifist, lid van een evangelische studentengroep en wilde leraar worden – de betoging van 2 juni was de eerste demonstratie waar hij aan deelnam.
Benno Ohnesorg, 2 juni 1967
Voor de Duitse linkse beweging werd zijn dood symbolisch. Als reactie op de moord – een ander woord past niet – besloot een deel van de beweging dat het tijd was om naar de wapens te grijpen. Een van de grondleggers van de Rote Armee Fraktion verklaarde op een vergadering dat de andere kant ‘begonnen was met schieten’ en dat gewapend geweld de enige effectieve vorm van verzet was tegen een staat waar ‘de generatie die Auschwitz had veroorzaakt’ zo’n grote rol in speelde. Een andere gewapende groep noemde zich de ‘Beweging van 2 Juni’ – daarmee de politie en de pers verplichtend om in elk bericht over hun acties de dood van Benno Ohnesorg te vermelden.
En nu is dus gebleken dat Kurras een lid was van de Oost-Duitse Communistische partij, de SED, en als informant werkte voor de Stasi. Maakt het eigenlijk iets voor de beoordeling van wat er die dag gebeurde? Rechtse bladen in Duitsland proberen nu natuurlijk Benno Ohnesorg’s dood in schoenen van de DDR te schuiven. Ook als er geen bewijs is voor complotheorie dat Kurras opdracht had om een demonstrant te doden om zo de BRD te destabiliseren, dan nog, zo wordt betoogd, is hij als SED-lid niet typisch voor de ‘democratische Duitse rechtsorde’. Duits links heeft de verkeerde mensen de dood van Ohnesorg aangewreven in deze interpretatie.
Maar eigenlijk maakt het voor de beoordeling van zijn dood niet zoveel uit dat Kurras een Stasi agent was, hoe interessant dit nieuws op zich is. Het blijft namelijk een feit dat Karrus tot twee keer is vrijgesproken door die ‘democratische’ West-Duitse autoriteiten. Kurras was misschien niet typisch voor de west-Duitse politie maar de BRD justitie vond het nou ook weer niet zo erg dat hij een zeventwintigjarige op straat vermoord had. In 1970 keerde hij al terug in actieve dienst bij de politie – ook was zijn verklaring tijdens het proces, dat hij een waarschuwingsschot gelost had, dat demonstranten messen hadden getrokken etc., door tientallen getuigen tegengesproken. Er is nog een tweede kant aan de zaak: de linkse studenten van eind jaren zestig kwamen in opstand tegen een gebrek aan democratie, tegen onderdrukking in het buitenland (de Duitse regering was niet alleen bevriend met een dictator als de Sjah maar steunde bijv. ook de Vietnam-oorlog) en eisten meer gelijkheid en rechtvaardigheid in het eigen land. In een of andere vorm gingen deze verwijten ook op voor de DDR en de rest van het Oost-Blok. Het grootste deel van Duits links besefte dat: DDR fans waren dun gezaaid – de beperkte samenwerking tussen RAF-leden en delen van de Stasi was bijvoorbeeld van later datum en niet echt typisch.
Kurras was dus een informant voor een onderdrukkend regime en de democratische rechtsorde van de BRD pleitte hem vrij. De onthullingen uit het Stasi archief veranderen weinig aan de betekenis van Ohensorg’s dood – wat ze wel laten zien is hoe de klein de verschillen tussen de machthebbers in Oost- en West waren.
Dit jaar is de tweehonderdste sterfday van Thomas Paine, schrijver van het pamflet Common Sense dat zo’n grote rol speelde in de aanloop naar de Amerikaanse Revolutie. Paine zat was een van de meest radicale voorstanders van de onafhankelijkheid van de koloniën van het Britse rijk. Je kunt je afvragen wat een man die eens schreef ‘Independence is my happiness and I view things as they are, without regard to place or person. My country is the world, and my religion is to do good’ nu zou vinden van het land waar hij zo van hield en dat mede door zijn agitatie gevormd kon worden. Peter Linebaugh, ook schrijver van het prachtige The Many Headed Hydra, over het opstandige transatlantische proletariaat van die tijd, schreef dit artikel in Counterpunch.
“To World Revolution”
By PETER LINEBAUGH
President Obama quoted Tom Paine in the conclusion to his inaugural address last week, but did not name him.
After Obama named the values (honesty, hard work, courage, fair play, tolerance, loyalty, and patriotism), after he urged us to our duties and responsibilities, and to be ready to pay the price of citizenship, after invoking God, and stating that these values comprised our liberty and creed, he asked us to remember America’s birth (an odd name for independence or revolution when you think about it).
Obama set the scene on Christmas Day, for believers a birthday of a savior. But let us set aside these undertones, and get to the main story: Xmas, 1776, and George Washington’s storied crossing of the Delaware river. It is the subject of the 1850 painting by Emmanuel Leutze, a German ‘48er, who made sure to include an African American and a woman in the crew of the boat named ‘Revolution.’ The Delaware separates New Jersey from Pennsylvania. In New Jersey British troops of George III, King of England, were marching swiftly after the multiple defeats, a rout really, in New York. In Pennsylvania the American troops were encamped – cold, sick, hungry, their enlistment tours almost up, demoralized, defeated, and wanting to go home. These were the original ‘winter soldiers’ after whom were named the brave Viet vets who denounced U.S. war crimes in 1971 Detroit. (Klik)
De Palestijnen hebben het recht om zich te verzetten. Dit betekent dus ook: het recht om gewapend geweld te gebruiken tegen een militaire bezettingsmacht. Dit is een recht dat door de VN erkend is en logisch volgt uit het recht op zelfverdediging. Palestijns verzet, in geweldloze en in deze vorm, verdient de steun van iedereen die ook maar een moer geeft om democratie en het recht op zelfbeschikking.
Dit recht betekent niet dat aanvallen, gericht op burgers, ook toegestaan zijn of dat we onze blik daarvan moeten afwenden in het belang van een zogenaamd ‘groter geheel’. Juist een goed begrip van de zestig jaar lange voorgeschiedenis van het geweld in de Palestijnse gebieden en Israël dwingt hier aandacht aan te geven. De Israëlische staat werd gesticht en mede mogelijk gemaakt door geweld tegen burgers; etnische zuivering verzekerde een Joodse meerderheid in de nieuwe staat. Het huidige Israëlische beleid, waarin levens van meerdere Palestijnse burgers minder waard zijn dan één Israëlische soldaat, is een gevolg van dezelfde racistische logica.
Palestijns geweld tegen burgers – bommen in bussen, cafés, door raketten op steden en dorpen – moet door links afgewezen worden. Allereerst om ethische redenen maar ook om strikt politieke redenen. Gewelddaden tegen burgers – zoals de slachtpartij op het vliegveld van Lodz door het PFLP of de zelfmoordbommen en Quassam raketten van Hamas, zijn niet alleen een PR geschenk uit de hemel voor de Israëlische regering. Ze leiden ook tot een polarisering langs etnische lijnen; als elke Israëli vanwege zijn of haar Israëli zijn tot legitiem doelwit wordt verklaard word, is het te verwachten dat zij op hun beurt alle Palestijnen als hun potentiële moordenaars zien. Geweld langs etnische lijnen leidt ertoe dat mensen zich achter ‘hun’ staat scharen, op zoek naar bescherming. De grote steun in Israël voor het militaire geweld is niet los te zijn van deze logica. Het is ook niet los te zien van een racistisch wereldbeeld waarin burgerrechten worden toegekend op basis van etniciteit, een wereldbeeld zoals de Israëlische staat uitdraagt. Geweld tegen Israëlische burgers doet de Palestijnse zaak schade.
Erop wijzen dat het terrorisme van pro-Palestijnse groepen en het leed dat hierdoor veroorzaakt wordt in geen verhouding staat tot de Israëlische staatsterreur is niet hetzelfde als dit leed en deze terreurdaden goedpraten of zelfs maar te bagatelliseren. Het is een simpel feit dat Palestijns geweld vele malen minder burgers het leven kost dan het geweld van het Israëlische leger. Dit is een noodzakelijk inzicht om te begrijpen hoe de krachtsverhoudingen liggen.
Net zomin zoals als steun aan het Palestijnse verzet synoniem is met instemming met de methodes van enige Palestijnse groepering dan ook, betekent het automatisch instemming met wereldbeeld van welke groepering dan ook.
Het Palestijnse verzet beslaat een breed politiek spectrum; van de links-nationalistische PFLP tot de fundamentalistische Hamas. Hamas is een organisatie wiens wereldbeeld gedeeltelijk bepaald wordt door antisemitisme. Antisemitisme is een extreem-rechtse, reactionaire ideologie die oorzaak van ellende veroorzaakt door kapitalisme en imperialisme bij een groep legt die als ‘Joods’ betiteld word. Zoals Karl Lueger, van van 1897 tot 1910 burgemeester van Wenen en inspirator van Hitler verklaarde; ‘ik bepaal hier wie Joods is’. Antisemitisme is geen automatisch gevolg van de ellende waarin de Palestijnen verkeren en iets dat genegeerd kan worden als een verschijnsel dat ‘vanzelf’ verdwijnt als de bezetting ophoudt maar een specifieke ideologie die gepropageerd moet worden om aan te slaan. Antisemitisme moet door links afgewezen worden uit naam van socialistische waarden als de universele gelijkwaardigheid van mensen. In de context van het Israëlische-Palestijnse conflict draagt antisemitisme bovendien bij aan etnische polarisering, hetgeen leidt tot misdadig geweld en een doodlopende weg vormt voor de Palestijnen. Het militair verslaan van Israël ligt totaal niet in de mogelijkheden van de Palestijnse beweging.
Dat Israël in zijn bestaan bedreigt wordt door Hamas, Hezbollah et cetera is namelijk volledige onzin: aan de ene hand een regionale supermacht, bewapent met kernwapens, een hoog ontwikkelde economie en nauwe vriendschapsbanden met de grootste militaire mogendheid ter wereld versus guerrilla-milities die slechts steun krijgen van enkele veel minder machtige staten als Syrië en Iran.
Het geweld van zowel Israël als bepaalde Palestijnse groeperingen tegen burgers is niet uniek. Geweld tegen burgers heeft een duidelijk doel in moderne oorlogen; het breken van de moreel en de wil tot verder vechten van de vijand en het fysiek uitschakelen – vermoorden dus – van hun steun. Van de bombardementen op steden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot napalm op Vietnamese dorpen is de twintigste eeuw vol met voorbeelden hiervan. Hamas is dus geen unieke vorm van kwaad waar alle middelen – hoe ‘betreurenswaardig’ sommige gevolgen soms ook zijn – tegen zijn geoorloofd. Hetzelfde geld voor Israël: dat Israël met geweld tegen burgers niet uniek is, is geen verdediging van Israël maar een bewijs voor de capaciteit tot misdaden van zogenaamde ‘beschaafde staten’.
Alleen een progressieve beweging kan een uitweg bieden voor de Palestijnen. Zoals al gezegd kunnen de Palestijnen een confrontatie met de Israëlische bevolking en hun staat als geheel niet winnen. De Palestijnse beweging moet een deel van de Israëlische bevolking ervan overtuigen dat zij; a. in vrede kunnen leven met de Palestijnen en b. dit, en niet een oorlog zonder einde, in hun voordeel is. Een dergelijke ontwikkeling is jammer genoeg nog ver weg.
Net zoals links geen rechtse, religieuze fundamentalisten aan de macht wil in eigen land, wil links dat ook niet zien gebeuren in Palestina. Links moet progressieve, democratische krachten in de pro-Palestijnse beweging, zoals het Palestijnse Nationale Initiatief (wiki), vertegenwoordigt door Mustafa Barghouti, of het Alternative Information Centre steunen en helpen te versterken. Dat deze krachten veel zwakker zijn dan religieuze bewegingen als Hamas is alleen maar om reden om nog meer werk te maken van dergelijke steun.
De eerste stap naar een rechtvaardige vrede is Palestijns verzet. De huidige oorlog is het zoveelste bewijs dat de Israëlische staat zoals deze nu bestaat misdadig en racistisch is. Morele appels om dit veranderen zijn nutteloos; een hele politieke klasse in Israël heeft belang bij deze koers dankzij een racistische, oorlogszuchtige ideologie en sociale basis voor deze ideologie.
De Palestina solidariteitsdemonstratie gisteren in Amsterdam was een succes. Wat op mij indruk maakte was dat een demonstratie die op zo’n korte termijn georganiseerd was zo goed uitpakte, alle lof voor de organisatie en iedereen die mensen op de been bracht om deel te nemen. Rond 13.00, de officiële aanvangstijd, was het aantal demonstranten nog laag, misschien ergens tussen de 500 en 1000. Maar er bleven mensen bij komen en toen we gingen lopen moeten er duizenden mensen zijn geweest. Ik zelf dacht zo’n 5000 maar het zouden er ook 10.000 geweest kunnen zijn – het is moeilijk om een indruk te krijgen van het aantal als je allemaal in een lange stoet door de straten loopt.
Die demonstratie was erg gevarieerd – qua samenstelling: veel ‘allochtonen’, veel kinderen, jongeren en ouderen. En qua politiek ook. Net zoals de organiserende organisaties een spectrum van conservatief (Milli Gorus) tot uiterst links (Internationale Socialisten) besloegen, zag je ook in de demonstratie uiteenlopende opvattingen. Zowel religieus pacifistische types als de neo-stalinistische NCPN bijvoorbeeld. En ook islamitische fundamentalisten. Vlaggen van Hezbollah en Hamas – die vast ook meegedragen worden als solidariteitsverklaring vanwege de rol in het verzet tegen Israël van deze organisaties, een paar Islamitische Jihad symbolen, een enkel portret van Khomeini of Hanniyeh. Dat zal voor sommige mensen een reden zijn om niet aan dergelijke demonstraties deel te nemen. Natuurlijk zou ik liever ook zien dat die mensen hun steun betuigden aan linkse, democratische organisaties.
Maar helaas wordt het Palestijnse verzet gedomineerd door religieuze groeperingen en stromingen. Het is dus logisch dat mensen die – volledig terecht – hun steun willen betuigen aan het Palestijnse verzet bij dit soort organisaties uitkomen. Deze mensen vervolgens proberen uit te sluiten van de demonstratie zou niet alleen onmogelijk zijn – ik schat dat het uitgesproken linkse deel van de demonstratie een derde was en in evenwicht met de Hamas en Hezbollah symphatisanten – het zou ook contra-productief zijn. Als links wegblijft bij dit soort demo’s wordt het initiatief overgelaten aan de fundamentalisten om zich te profileren als de enige woordvoerders van de Palestijnse zaak. Als links zijn eigen puur linkse demonstraties zou organiseren, zouden alleen mensen die het al met ons eens dat kunnen begrijpen. En we zouden ons afsluiten van mensen die sympathiseren met de Palestijnen maar niet goed weten hoe ze dat vorm moeten geven. Om een verschil te maken moet links natuurlijk wel goed aanwezig zijn met de eigen symbolen en leuzen. En volgens mij zat dat wel goed gisteren. Naast de religieuze parafernalia zag ik ook veel rood en vlaggen en banieren van linkse organisaties: van de Libanese Communistische Partij tot DIDF dat duidelijk aanwezig was. In buurt van hun spandoek klonk het ‘hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit’ veel luider dan het ‘Allah Akhbar’. Grote afwezige van links Nederland was de SP. Natuurlijk, Harry van Bommel gaf een toepasselijk boze toespraak maar verder moest je de SP met een klein lampje zoeken. Ik heb in de menigte misschien tien mensen gezien die als SP-ers herkenbaar waren maar er was geen spandoek, flyer of wat dan ook. Als allerlei veel kleinere linkse clubs duidelijk aanwezig konden zijn had de SP dat toch ook wel gekund en het is vooral jammer omdat de SP altijd de Palestijnse zaak heeft gesteund.
Maar goed, in het algemeen was het zeker een geslaagde dag. En jammer genoeg ook erg nodig, vooral nu het Israëlische leger ook over land Gaza is binnengevallen en onze regering daar politieke steun voor blijft geven.
Voor nieuws en commentaar kan ik de site van het Alternative Information Centre, een linkse, gezamenlijke organisatie van Israeli’s en Palestijnen aanraden. Peter Storm schreef ook een verslag van de demonstratie op zijn blog. En hier de tekst van het pamflet dat SAP/Grenzeloos uitdeelde op de demonstratie.
De Griekse radicaal-socialistische organisatie Kokkino (’Rood’), deel van de radicaal-linkse coalitie SYRIZA, bracht deze verklaring over de rellen in Griekenland uit.
De opstand voor onze toekomst begint vandaag
Een nieuwe generatie is in opstand gekomen en heeft het toneel van de geschiedenis betreden. Haar visitekaartje: woede over dit systeem en ongehoorzaamheid ten opzichte van de macht.
Alles kwam onverwacht – maar sinds wanneer zijn de belangrijke gebeurtenissen voorgeprogrammeerd? En iedereen, of ze nou gevuld zijn met sympathie of vijandigheid, herkent de gebeurtenissen voor wat ze zijn: het heftige begin van een periode van langdurig experimenteren, van confrontaties en wanhopige opstand maar ook van de hoop van een gezamenlijke en revolutionaire ontsnapping uit de kapitalistische dwangbuis.
Demonstranten laten weten van ze de politie denken: op het spandoek staat 'moordenaars'
Zij die de waarheid geen geweld willen aandoen moeten niet naar de ‘professionele relschoppers’ maar naar de scholieren kijken. Maandag 8 december was hun dag en hun woorden en daden waren schokkend en veelbetekenend. Het was een van hen die is vermoord. En als een rivier trokken ze de straten en pleinen van Griekenland door en eisten deze op. Ze vielen de symbolen van de macht aan; hier de politiebureaus, daar de kantoren van de overheid. In de meeste gevallen zonder leiding en zonder pretentie gaven zij blijk van hun ‘brutaliteit’ en ‘ongehoorzaamheid’. Vaak met hun schooltas nog op de rug gingen zij met stenen, en de meer ‘ervaren’ onder hen met molotovcocktails, een spel van kat en muis aan met de politie en blokkeerden ze straten en kruispunten.
Aan zij die hen niet willen begrijpen of willen afdoen met paternalistische dwaasheden hebben zij luid en duidelijk gezegd; ‘jullie stelen ons heden en onze toekomst, jullie creëren een maatschappij waarin geen plaats is voor ons, jullie proppen ons in ‘tehuizen’ om onze opvoeding te ‘corrigeren’, jullie stelen onze kinderjaren en jeugd en vervangen deze door een langere toekomst van werkeloosheid, van onzekerheid, van twee doctoraten en een salaris van 700 euro. En daar bovenop wordt een van de onzen vermoord.’
‘Het is genoeg geweest met jullie rot overheid en jullie rot partijen die altijd tegen ons regeren. Twee jaar geleden waren het de studenten die met steun van de hele maatschappij protesteerden tegen Artikel 16. En nog vonden zij de gewapende dienaren van de macht voor zich; de Mobiele Eenheid, traangas, ‘bloemenbakken’1, stillen en neo-nazi’s in uniform. Dus wat nu?’
De dag van de begrafenis van Alexis Grigoropoulos herinneren agenten demonstranten eraan wie de wapens dragen.
Scholieren en ouders
Deze opstand van jongeren en anderen laat een historische keerpunt zien ten opzichte van de periode die begon met de opstand aan de Polytechnische school in 1973. De volgende punten mogen niet uit het oog worden verloren:
- Voor misschien wel de eerste keer in de Griekse geschiedenis waren er demonstraties in honderden grote en kleine steden in het hele land. Verschillende Griekse consulaten werden bezet, de Griekse ambassade op Cyprus werd aangevallen. De betekenis van wat er zich afspeelt is duidelijk.
- Overal waren de politiebureaus het doelwit van de opstandige jeugd. En overal was de meerderheid van hen scholieren.
- De beweging buiten de grote steden was buitengewoon. Dit ‘andere Griekenland’, een vergeten en onterft Griekenland, met problemen belast, eist nu het woord. En wie voerde het woord? De jeugd, de scholieren zelfs.
- Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis hebben gebeurtenissen als het op grote schaal vernielen van banken en groothandels niet tot isolatie van de opstandige jongeren geleid. De samenleving sloeg haar kinderen met sympathie, begrip, verdraagzaamheid en nieuwsgierigheid gade. Dit zou ons aan het denken moeten zetten.
Een nieuwe generatie verschijnt ten tonele
Deze generatie weet heel goed dat het niet alleen om hun eigen leven en onzekere toekomsten gaat maar dat ook op die van hun ouders een last rust . Ze weten wat het is om schulden te maken om in het levensonderhoud te voorzien, ze kennen de maandelijks terugkerende angst voor afbetalingen, de dreigende werkeloosheid in zo veel families, de langdurige werkeloosheid in andere, de afwezigheid van ouders die in twee of drie banen moeten werken terwijl andere er geen hebben. En nu voelen zij in hun botten de crisis die zelfs dit miserabele evenwicht wil verstoren. Wordt het allemaal alleen maar erger? En hoe erg dan precies?
En terwijl we geplaagd worden door onzekerheid over de toekomst, verdeelt de minister van economie 28 miljard onder de banken, laten de werkgevers ons naar hun pijpen dansen terwijl ze in onze banen snijden en oefent een fascistoïde misdadiger zijn schietvaardigheid op een kind.
Zie hier de redenen van de opstand en de woede. De ‘brutale’ en ongehoorzame jongeren zijn de voorhoede van een nieuw proletariaat dat al twee decennia groeiende is.
Links ja, maar wel links?
Wie kan de gevoelens van deze jongeren vertolken? Wie zal door deze generatie gehoord worden? Welke politieke kracht kan hun taal spreken? Het antwoord is in principe eenvoudig: zij die zich echt voor hen interesseren, zich om hen bekommeren, hun woede begrijpen, hen niet zal proberen te corrigeren maar aan hun kant zal staan – zonder angst om de stemmen van de brave burgers te verliezen. Degenen die in staat zullen zijn hun woede te organiseren, een stem te geven en hun luidspreker te zijn.
Alleen zij die op de jongeren lijken, zullen dit allemaal kunnen doen. Een links dat als doel heeft de politieke spreekbuis van deze krachten te zijn moet een actief links zijn, opstandig en met sympathie voor de onderkant. Het salonfähig links van de welopgevoede burgers en intellectuelen heeft geen toekomst. Het is juist de crisis die dit soort links zal marginaliseren.
Een links dat probeert de jeugd zijn theorieën en politieke normen te slijten heeft geen toekomst. Deze jongeren hebben de enige uitweg uit het einde van de ideologieën en systematische sociale uitsluiting gekozen: opstand, weerspannigheid. Om op grote schaal politiek bewustzijn te verwerven is het nodig dat zij links aan hun zijde zien en samen met links ervaring opdoen, ze hebben nieuwe ideeën en radicale wegen naar emancipatie nodig.
Wat nodig is, is een antikapitalistisch links, verenigd en strijdbaar, vol ideeën en visies maar ook van de straat.
Tijdens drie kritische dagen heeft SYRIZA een groot succes geboekt; zij was het links van de straat, zij stond aan de kant van de achtergestelden, en niet van de regering. Ze was de ruggengraat van twee massabetogingen in twee dagen, in een atmosfeer van strijd, van tranen en traangas.
De regering Caramanlis wankelt en zal vast en zeker gebruik van het gangbare bedrog; het creëren van ‘eensgezindheid teneinde rust en orde te herstellen’ en links vragen ‘zijn verantwoordelijkheid te nemen’. De sociaal-democraten van PASOK en de vakbondsbureacraten van CGTG en ADEDY hebben hun keuze gemaakt: zij hielden zich afzijdig van de manifestatie op de dag van de algemene staking. Links moet de andere richting kiezen, buiten de consensus van de gevestigde orde blijven en de woede van de arbeiders en de jongeren proberen te combineren.
Weg met de regering van moordenaars!
Scholieren en werknemers – één stem, één vuist!
1 Twee jaar geleden mishandelden een groep politieagenten midden in het centrum van Thessaloniki een student. Ondanks een maandenlang verblijf in het ziekenhuis herstelde hij nooit volledig. De mishandeling werd een schandaal omdat een voorbijganger opnames had gemaakt. De agenten en hun advocaten ontkenden alles en zeiden dat de student zichzelf had verwond toen hij viel en een ‘bloemenbak’ raakte.
12 november vond in de Lux in Nijmegen de Nederlandse voorpremière plaats van Der Baader Meinhof Komplex, een film over de de geschiedenis van de Rote Armee Fraktion vanaf hun begin in de Duitse studentenbeweging eind jaren zestig tot de ‘Duitse Herfst’ van 1977. Een RAF commando ontvoerde in dat jaar de voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie en voormalige SS officier Hanns-Martin Schleyer en in oktober kaapten leden van het Palestijnse PFLP een vliegtuig. In beide gevallen werd onder andere de vrijlating van RAF leden Jean Carl Raspe, Gudrun Ensslin en Andres Baader en Irmgard Möller geeist. Na landing in Mogadishu werd het vliegtuig bestormd door de Duitse commando’s waarbij 3 van de 4 gijzelnemers omkwamen. In de nacht hierop werden Baader en Ensslin dood aangetroffen in hun cel, Raspe overleed in het ziekenhuis en Irmgard Möller was zwaar gewond. De film eindigt 18 oktober, toen zijn ontvoerders Schleyer ombrachten.
De film is gebaseerd op een van de meest gedetailleerde studies van de vroege RAF en zit vol met historische details. De film is gevuld met anekdotes, letterlijke uitspraken van betrokken personen en citaten uit RAF manifesten. Helaas is dat niet meer dan aankleding voor een nogal zwak uitgewerkt verhaal, een poging om historisch correct over te komen in een film die grotendeels voorbijgaat aan de geschiedenis en context van de Duitse studentenbeweging en RAF.
De golf van opstand in 1968 en het geweld dat daarop volgde word in Der Baader Meinhof Komplex afgedaan met een paar korte nieuwsclips – het bloedbad in Mexico City, de Mei opstand in Parijs, de moord op Martin Luther King, Vietnam – die hoogstens een ‘oh ja’ reactie oproepen maar niet duidelijk maken dat het milieu waaruit later de RAF voortkwam zich zag als de bondgenoot van de bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld. Het geweld tegen de protestbewegingen in Duitsland word in het begin van de film wel indringend weergegeven, bijvoorbeeld de aanval op demonstranten die tegen het bezoek van de Perzische sjah demonstreerden of de aanslag op Rudi Dutschke. Ook de scene waarin het Vietnam congres in Berlijn aan bod komt is mooi. Maar bijvoorbeeld het nazistische verleden en de angst voor een nieuw fascisme – één van de grote drijfveren van de RAF – wordt niet besproken. En zodra het schieten begint verdwijnt de politieke motivatie helemaal naar de achtergrond. Ulrike Meinhof komt er nog het beste vanaf in de film als een idealiste die er eigenlijk niet helemaal bij hoort en vooral gemotiveerd word door schuldgevoel over haar comfortabele leven en de drang om te bewijzen dat ze meer kan dan stukjes schrijven. In haar biografie van Mienhof heeft Jutta Ditfuhrt het terugkerende beeld van Meinhof als verblind en in de war geprobeerd recht te zetten.
Gudrun Ensslin is een stereotype koelbloedige moordenaar die als het over Baader gaat zich opeens gedraagt als een verliefde puber. Baader is vooral een seksistische en racistische klootzak met teveel testosteron. Nou was Baader volgens mensen die hem gekend hebben ook een eikel, iemand die vrouwen inderdaad regelmatig ‘Fotzen’ noemde maar in deze film is hij een karikatuur en ook de andere karakters blijven van bordkarton; het is een stelletje niet al te slimme lefgozers die met elkaar communiceren in het betonnen proza van de RAF manifesten. Wat wel goed zijn uitgewerkt, zijn de geweld scènes – qua acties hoeft de film niet onder te doen voor een ‘echte Hollywood film’.
Interessanter dan de film was de discussie na afloop met Karl-Heinz Dellwo, een voormalig RAF-lid. Er was van tevoren nogal wat te doen geweest over zijn aanwezigheid maar de avond zelf bleef alles rustig. Dellwo noemde het gebrek aan politieke context in de film ‘ergerlijk’. De politiek is in de film iets wat maar af en toe zichtbaar is in nieuwsberichten op de televisie. Slechts een ontwikkeling krijgt explicieter aandacht en dat is het kanselierschap van Willy Brandt en zijn politiek van meer ‘Demokratie wagen’. Volgens de film haalde dat de angel uit de protestbeweging en waren daarna de meeste demonstranten tevreden. Onzin, volgens Dellwo. In de film is de verachting van de Palestijnse guerrilla’s voor Baader duidelijk maar waarom, zo vroeg Dellwo, was het dan dezelfde Palestijnse groepering die zoveel moeite deed hem vrij te krijgen? Misschien was de werkelijkheid toch wat gecompliceerder.
Natuurlijk werd Dellwo gevraagd waarom hij juist voor de RAF koos. In zijn beleving waren er in de jaren zeventig drie opties open voor hem – je aansluiten bij degenen die aan de lange mars door de instituten wilden beginnen maar in plaats van de instituten te veranderen zelf door deze veranderden. Of je bij een van ‘K-gruppen’ aansluiten en een ‘echte’ communistische partij met aanhang onder de arbeidersklasse op bouwen, iets waar hij ook geen perspectief in zag. Of, zoals Dellwo zei, niet van andere mensen zoals guerrilla’s in de Derde Wereld of een toekomstige arbeidersklasse verwachten dat ze de revolutie uitvechten maar daar zelf hier en nu mee beginnen. Opvallend was hoe sterk morele, en niet zozeer politieke, beweegredenen voor Dellwo zijn geweest; zelf gewapende strijd beginnen was voor hem de beste manier om een scheidslijn te trekken tussen zichzelf en een onrechtvaardige, met oud-nazi’s doorschoten maatschappij.
Natuurlijk faalde aanpak van de RAF ook jammerlijk – en terecht ook volgens Dellwo. Zonder per definitie afstand te doen van geweld wees hij er op hoe het geweld van de RAF een eigen dynamiek had en steeds meer een doel op zich in een confrontatie met de staat. De RAF had volgens Dellwo veel te veel illusies in de bewegingen in Latijns-Amerika, Afrika, Azië en het Midden-Oosten waar ze zich mee verbonden voelde. Maar in plaats van een nieuw socialisme voort te brengen, zoals de RAF hoopte, creëerden deze bewegingen als ze aan de macht kwamen slechts vaak nieuwe natie-staten met veel van de oude onrechtvaardigheden nog intact. In de jaren zeventig voelden Dellwo en zijn kameraden zich deel van een wereldwijde beweging, een die niet langer bestaat. In dat opzicht was de huidige situatie slechter dan toen hij politiek actief werd, zo zei hij. Maar op de vraag of hij nog steeds in de revolutie geloofde antwoordde hij ‘ja natuurlijk; revoluties zijn er in de hele geschiedenis geweest, waarom zouden die dan opeens nooit meer voorkomen?’
Ik heb weinig sympathie voor de methodes en veel van de ideologie van de RAF maar Dellwo slaagde er wat mij betreft wel in uit te leggen waarom hij zelf geen andere keuze dan zich er bij aan te sluiten. De film zelf? Ach, wellicht leuker dan de nieuwe James Bond film maar niet veel meer dan dat.
De Revolutionär Sozialistischen Organisation over de film: Der Frage nach den Hintergründen der RAF Geschichte wird ausgelassen und das wohl nicht aus reiner Dummheit. Die Geschichte soll neu geschrieben und ein gewünschtes Bild in die Köpfe der Jugendlichen gepflanzt werden. “…in diesem Fall habe ich an meine Söhne gedacht, die heute 20 und 21 sind und als Amerikaner von Baader und Meinhof gar nichts wissen. Ihnen wollte ich diese Geschichte erzählen….“, so der Geschichtenerzähler und Regisseur Uli Edel. Dass seine „Geschichte“ durch die Instrumente der Faktenunterschlagung und einseitigen Betrachtungsweise zu einem Lügenmärchen mutiert, stört ihn dabei offenbar nicht. Bei der RAF handle es sich um ein paar gewaltbereite Spinner, die sich “in eine wahnhafte Vorstellung verrannt haben: dass die Gesellschaft eine faschistische ist, dass die Bundesrepublik sich vom Dritten Reich nur marginal unterscheidet. Sie begeben sich in eine Situation, in der sich künstlich ein Ausnahmezustand schaffen lässt. Man fühlt sich durch die kriegsmäßige Situation legitimiert und kommt sich dabei ziemlich großartig vor…“, so Aust. Aust psychologisiert, wo er politisch sein müsste.
Zelden zal een presidentsverkiezing tot zo veel vreugde hebben geleid als die van Barack Obama. Het contrast met Bush – die een nieuw diepterecord heeft weten te vestigen in de peilingen – kon niet duidelijker zijn.
Links hoeft weinig te verwachten van Obama – hij is natuurlijk een stuk beter dan John ‘Bomb, bomb, Iran’ maar hij heeft bijvoorbeeld belooft het aantal troepen in Afghanistan te vergroten, een oorlog met Pakistan als mogelijkheid open te houden en de Palestijnen hoeven van hem ook niet al te veel verwachten. Voor links is het van groter belang dat het ontstuibare optimisme dat zijn campagne kenmerkte een snaar raakte bij het Amerikaanse publiek, ook bij mensen die voorheen niks met politiek hadden kunnen zich blijkbaar herkennen in de retoriek van de kandidaat die ‘yes, we can’ zijn campagne slogan maakte. De Amerikaanse socialistische organisatie Solidarity heeft goed het dubbelzijdige karakter van de verkiezing van Obama uitgelegd. De grote uitdaging voor links in de VS is niet in de hoek te gaan mokken en zodra Obama de fout in gaat – wat hij onvermijdelijk zal doen – met een opgeheven vingetje te roepen; ‘zie je wel! wij hadden gelijk!’ maar een aansluiting te vinden bij de grote aantallen mensen die gemotiveerd werden door de behoefte naar verandering na jaren van oorlog en neoliberale uitbuiting in de VS en daarbuiten.
Obama heeft zelf gezegd dat hij, als relatieve nieuwkomer op het politieke toneel, als projectiescherm voor de verwachtingen van allerlei mensen kan dienen. Dat geld natuurlijk voor zijn aanhangers die soms welhaast wonderen lijken te verwachten van zijn presidentschap maar het geldt zeker ook voor zijn tegenstanders.
Een ander voorbeeld van dat toch wel typisch Amerikaanse optimisme, van het geloof dat als je maar wilt alles kunt bereiken, zijn Obama’s opvattingen over rassenverhoudingen. Die kwestie speelde natuurlijk vanaf het begin een rol in Obama’s campagne maar was lange tijd een olifant in de kamer die zoveel mogelijk vermeden werd. Die olifant werd niet meer te vermijden toen Obama’s vijanden de aanval op hem openden vanwege uitlatingen die zijn predikant had gedaan. Vooral de opname van Rev. Jeremiah Wright die vanaf het kansel ‘God damn America’ verkondigde deed de rondte. Als je de opname van de hele preek bekijkt is het helemaal geen idiote uitbarsting maar deel van een mooi opgebouwd, beargumenteerd verhaal over de misdaden die in naam van Amerika zijn begaan en dat ‘god damn America’ vanuit dat oogpunt veel beter past dan het gebruikelijke ‘God bless America’.
Obama reageerde uiteindelijk met deze toespraak over ‘race’ in Amerika. Wat ik typisch vind voor het optimisme ervan is bijvoorbeelddeze passage aan het einde:
“For we have a choice in this country. We can accept a politics that breeds division, and conflict, and cynicism. We can tackle race only as spectacle – as we did in the OJ trial – or in the wake of tragedy, as we did in the aftermath of Katrina – or as fodder for the nightly news. We can play Reverend Wright’s sermons on every channel, every day and talk about them from now until the election, and make the only question in this campaign whether or not the American people think that I somehow believe or sympathize with his most offensive words. We can pounce on some gaffe by a Hillary supporter as evidence that she’s playing the race card, or we can speculate on whether white men will all flock to John McCain in the general election regardless of his policies.
We can do that.
But if we do, I can tell you that in the next election, we’ll be talking about some other distraction. And then another one. And then another one. And nothing will change
That is one option. Or, at this moment, in this election, we can come together and say, “Not this time.” This time we want to talk about the crumbling schools that are stealing the future of black children and white children and Asian children and Hispanic children and Native American children. This time we want to reject the cynicism that tells us that these kids can’t learn; that those kids who don’t look like us are somebody else’s problem. The children of America are not those kids, they are our kids, and we will not let them fall behind in a 21st century economy. Not this time.”
Als Obama één ding is, is het een begaafd spreker. Op papier valt ook veel te zeggen voor de benadering om het niet over verschillen tussen blank en zwart te hebben maar over kwesties die ons allemaal raken, zoals bijvoorbeeld economische tegenslag. Het deed me eerlijk een beetje denken aan de benadering van SP hier te lande.
Maar het gaat op twee punten spaak; ten eerste zijn zwarten in Amerika nog steeds buitenproportioneel arm. Als je armoede wilt bestrijden, kun je de kwestie van de scheve verhouding tussen blank & zwart niet vermijden. David Roediger, de Amerikaanse historicus die een aantal klassieke studies schreef over de constructie van raciale priviliges in Amerika en de impact van raciale verdeeldheid op de arbeidersklasse in de VS, schreef een mooi artikel waarin hij laat zien dat ‘ras’ helaas nog steeds een maar al te echte scheidslijn is.
Maar voordat je daar aankomt, is de eerste zwakheid van deze benadering al de illuse van ‘we have a choice in this country’. Want of ras besproken wordt of niet, is geen vrije keuze van Obama. Zijn tegenstanders maakten het een issue, of hij wilde of niet.
Hillary Clinton begon er eigenlijk al mee toen ze, naarmate het duidelijker werd dat ze zou verliezen van Obama, steeds wanhopiger erop ging wijzen dat zij, in tegenstelling tot haar rivaal blijkbaar, wel ‘normale, hardwerkende arbeiders’ vertegenwoordigde. Er werd op gehamerd dat Obama vooral jongeren en zwarten aansprak en niet ‘Amerikaanse arbeiders’, die blijkbaar allemaal van middelbare leeftijd en blank zijn.
Maar de beerput ging pas echt open toen Obama het rechtstreeks tegen McCain op moest nemen. McCain was natuurlijk slim genoeg om zich afzijdig te houden van de grofste uitwassen. Maar iedereen zal wel de filmpjes gezien hebben van de Republikeinse supporters die meest idiote, racistische dingen over Obama zeiden. Dat racisme is niet bepertk tot de VS, eenl id van de regerende partij in Polen bijvoorbeeld noemde de verkiezing van Obama ‘een ramp voor de blanke beschaving’.
Ook mensen die ‘aan de goede kant staan’ zeggen soms rare dingen over de verkiezing van Obama. Eén daarvan is dat met de verkiezing van Obama de droom van Martin Luther King is uitgekomen, waarmee dus impliciet gezeghd wordt dat de emancipatie van de zwarte bevolking in de VS is voltooid. Dat is een stelling waar rechts prima mee aan de haal kan gaan; sinds jaar en dag bestaat de reactie van rechts op anti-racisten eruit dat ze minderheden verwijten zich aan te stellen in plaats van gewoon voor zichzelf te zorgen. Daar kan nu de drogredenering ‘Obama kon toch ook president worden?’ – alsof Obama de sociale positie van de zwarte minderheid belichaamt – aan toegevoegd worden.
Een ander voorbeeld van projectie is de, verder best sterke, toespraak die Ed van Thijn hield op de Kristalnacht herdenking in Amsterdam. Hij zei; ‘het is toch een hartverwarmende doorbraak wat zich deze dagen in Amerika heeft afgespeeld. Racisme en/of anti-racisme speelde, aldus alle peilingen, geen rol. Obama én de mensen die hem gekozen hebben stonden daar boven! Amerika heeft kleur bekend en de rest van de wereld volgt.’
Volgens mij klopt dit niet helemaal. Niet alleen omdat een deel van de aanhang van McCain, die slechts zo’n 6 procent minder stemmen kreeg dan Obama, zoals gezegd zeker niet vrij was van racisme en de campagne hier ook op inspeelde. Maar ook omdat anti-racisme wel degelijk – gelukkig!- een rol speelde bij veel mensen die voor Obama stemden. 96 procent van de zwarte stemmers stemde Obama – omdat Obama’s beleid veel beter zal uitpakken voor de grote meerderheid van zwarte bevolking in de VS vergeleken met dat van McCain maar ook omdat ze zich er van bewust waren dat een zwarte president een prachtige overwinning op racisme is. Trouwens, dat was een besef dat ook veel blanke Obama kiezers deelden. Eigenlijk is daarmee nog voordat Obama echt de president wordt al de grootste overwinning behaalt.
Sketch van Richard Pryor uit 1977 als president die een persconferentie geeft.
“Mister president, on your list of candidates for director of the FBI, are you including the name of Huey Newton?”
“Yes. I figured Huey Newton is best qualified, he knows the ins and outs of the FBI”
In Frankrijk heeft de Ligue Communiste Revolutionaire het initiatief genomen tot de oprichting van een nieuwe anti-kapitalistische partij. Het initiatief lijkt een succes te worden, onder andere dankzij de populariteit van LCR en NPA Olivier Besancenot: 34 jaar, postbode en revolutionair. Niet iedereen is onverdeeld gelukkig met zijn rol in de Franse politiek, onder andere de fabrikant van tasers (die apparaten waarmee je iemand door middel van een electrische schok tijdelijk verlamt en die de Nederlandse politie ook graag wil gaan gebruiken) In Le Monde verscheen dit bericht over bespionering van Besancenot nadat hij kritiek had geuit op tasers:
BESPIONERING VAN OLIVIER BESANCENOT
Olivier Besancenot
Als gevolg van zijn arrestatie op 16 october is de eigenaar van Taser France de heer Antoine Zazzo alsmede zes andere personen vandaag voorgeleid voor de rechter van instructie. Zij worden van bespionering van Olivier Besancenot, de woordvoerder van de LCR verdacht
Het betreft Gerard Dussaucy eigenaar van een klein economisch detective bureau en zijn medewerker, een douane beambte, twee politiemannen en een bemiddelaar.
Het parket heeft hun invrijheidstelling onder juridische controle bevolen. Zij worden beschuldigd van schending van beroepsgeheim, diefstal van geautomatiseerde gegevens, verspreiding van gegevens, zich strafbare toegang verschaffen van geautomatiseerde informatie en medeplichtigheid aan deze delicten.
De arrestatie van de eigenaar van Taser France is niet best verlopen. Bij de ondervraging door de beambten van de Brigade voor Bestrijding van Misdaad door individuele personen heeft de heer De Zazzo niet erg meegewerkt.Maar desondanks hebben de politiemannen bewijsstukken kunnen verzamelen die de enige leverancier van elektrische pistolen van het merk Taser aan het ministerie van Binnenlandse zaken, in moeilijkheden brengen.
Bij de huiszoeking in de lokalen van de onderneming SMP Technologies in het 16e arrondissement van Parijs is o.a. een copie gevonden van een rapport waaruit blijkt dat gedurende vele maanden ( van oktober 2007 tot mei 2008) de heer Besancenot en zijn familie zijn bespioneerd. Eveneens zijn gevonden bewijsstukken van geldovermaking via een bank tussen de onderneming van De
Zazzo van € 4000 en meer belangrijke. De transacties tussen deze twee partijen bevatten € 20.000.
Ook is in het Parijse kantoor van de detective een USB-stick in beslag genomen waarop foto’s staan van de bespionering van de woordvoerder van de LCR. De cliché‘s waren gewist, maar de politie is erin geslaagd ze weer zichtbaar te maken. De douaneman en de twee politieagenten worden ervan verdacht hun functie te hebben misbruikt voor het nazoeken van de gegevens die in het rapport staan over de heer Besancenot waarover l ‘Express in mei heeft geschreven.
Naar aanleiding van die publicatie is door de heer De Zazzo een proces aangespannen tegen de leider van de LCR wegens belediging. Dat proces vindt op 20 october plaats.