Voor een organisatie die nooit meer dan een handjevol leden had en wiens resultaten, vooral vergeleken met haar doel – wereldrevolutie – zacht gezegd beperkt waren heeft de Weather Underground Organization (WUO) een indrukwekkend paper trail nagelaten: Sing A Battle Song: The Revolutinary Poetry, Statements, And Communiques Of The Weather Underground 1970-1974, Outlaws of Ameria. The Weather Underground And the Politics of Solidarity, The Way the wind blew. A history of the Weather Underground, Fugitive Days. A Memoir, de lijst gaat nog even verder. Bijvoorbeeld met een herdruk van het belangrijkste manifest van de WUO (Prairie fire) en zelfs een boek in het Nederlands (Guerrilla-verzet in de VS: Weather Underground Organization*)

Wie waren de Weathermen (zoals de WOU zichzelf noemde voordat ze realiseerden dat dit geen goede naam was voor een organisatie waarin vrouwen een grote rol speelden) en waarom boeit dat eigenlijk?
De kortste versie van de geschiedenis van de WOU zou zoiets zijn als dit: “Actief tussen 1969 en 1977 was de WOU een stadsguerillagroep in de VS, voortgekomen uit het protest tegen de Vietnamoorlog. De WOU pleegde aanslagen tegen Amerikaanse regeringsdoelen en bedrijven en zag zichzelf als de blanke bondgenoot van onderdrukte naties binnen en buiten de VS die streden tegen het Amerikaanse kapitalisme. In 1977, toen de verwachte revolutie uitbleef, besloten de meeste leden van organisatie zich over te geven aan de politie.”

Maar dit het helpt niet echt te begrijpen waarom de fascinatie voor de WOU zo sterk is. Voor een deel is die vraag te beantwoorden door er op te wijzen dat ook radicaal-links, net zoals de rest van de samenleving onder het moderne kapitalisme, modegevoelig is. Tien jaar geleden de Zapatistas, wat later ‘Empire’, en nu dus ook de Weathermen. Dit oppervlakkige karakter van de symphatie verklaart gedeeltelijk waarom mensen die politiek mijlenver verwijderd zijn van het pro-Mao, pro-Castro, pro-Ho Chi Mihn, ‘third-worldist’ marxisme van de WUO hen zo cool vinden. Wat dat betreft dus wel te vergelijken met de cultus rond Che Guevara, zelf een soort rolmodel voor de WUO.

Eind jaren zestig was Vietnamoorlog een splijtzwam in de Amerikaanse samenleving. Maar terwijl de protesten ertegen allengs groter worden, escaleerde de oorlog ook steeds verder. Een belangrijke organisatie in het verzet tegen de Vietnamoorlgo was de linkse studentenorgansiatie Students for a Democratic Society – SDS. De WOU heeft haar wortels als een fractie in de SDS en noemde zich naar een tekst van Bob Dylan; ‘You don’t need to know a weatherman to know wich way the wind is blowing’. En deze wind blaasde volgens de WOU richting revolutie. Ongeduldig en tot wanhoop gedreven door de voortdurende oorlog in Vietnam besloten zij dat de tijd rijp was voor hardere methodes. Een mijlpaal waren de zogenaamde Days of Rage in oktober 1969, een paar maanden nadat de Weatherman SDS gecoupt hadden op een manier waar de meest autoritaire Maoïst jaloers op zou worden.


Vreemd genoeg hadden de meeste Amerikanen niet zo’n trek in een oorlog in hun achtertuin

De Days of Rage waren eigenlijk niet meer of minder dan een aangekondigde rel, een poging ‘to bring the war home’. De Weathermen, die voor de mobilisatie gebruikt maakten van de kanalen van de SDS, hadden verwacht dat er zo’n 10.000 deelnemers zouden opdagen. Uiteindelijk kwamen er tussen de 300 en 600. Deze kloof tussen hun verwachtingen en de werkelijkheid had eigenlijk al reden genoeg moeten zijn om het avontuur af te blazen en nog eens diep na te gaan denken over waar ze mee bezig waren. Maar in plaats werd ervoor gekozen om gewoon door te gaan. Zeventig mensen werden in de rellen gearresteerd, zes mensen werden neergeschoten.
In de mooie documentaire The Weather Underground van Sam Green en Bill Siegel is een fragment te zien waarin een leider van de, door de WOU zeer bewonderde, Black Panter Party the Weathermen afbrand tijdens een toespraak. De Panther beschrijft de Weathermen o.a. als ‘Custeristic’, daarmee verwijzend naar de Amerikaanse cavalerie officier die als gevolg van zijn eigen overmoed niet alleen zichzelf maar ook zijn mannen in gevaar bracht en liet sterven in een onnodige veldslag.

Wat mij betreft sloeg zwarte revolutionair de spijker op de kop. Arrogantie is een sleutelwoord als je de Weathermen wilt begrijpen. Arrogantie ten opzichte van hun mede-activisten die niet ‘de juiste lijn’ zouden hebben en als ballast gezien werden. In zijn – behoorlijk geromantiseerde – memoires Fugitive Days verteld voormalige WOU lid Bill Ayers hoe ze tijdens SDS bijeenkomsten hun politieke rivalen het spreken onmogelijk maakten door, al zwaaiend met hun rode boekjes, leuzen te scanderen; Mao Zedong, revolution by the young! Op die manier hielden de Weathermen natuurlijk maar weinig vrienden over.

Na de Days of Rage voelden de Weathermen dat er geen weg meer terug was en ze gingen ondergronds. De grootste tragedie in de geschiedenis van de WO was de explosie van 6 maart 1970. Drie WO leden kwamen om tijdens het maken van een bom. Die bom was bedoelt om een aanslag te plegen op een bal van militaire officieren. Lees dat nog een keer; drie jonge activisten stierven toen zij een bom maakten die bedoelt was om niet alleen soldaten maar ook civiele bezoekers van een bal te doden. Dit was een paar maanden nadat WO leden hun lof hadden geuit over de Charles Manson moorden en er discussies gevoerd werden over de vraag of het gerechtvaardigd was om blanke baby’s te doden; ‘want profiteren niet alle blanken van het imperialisme dat Vietnam en andere Derde Wereldlanden platgooit en uitbuit?’


Charles Manson: De WOU ‘digde’ hem wel

De arrogantie van de Weathermen gold dus niet alleen hun mede-activisten die niet radicaal/’moedig’ waren om de noodzakelijke maatregelen te treffen. De Weathermen keken neer op de grote meerderheid van de Amerikaanse bevolking. Blanke Amerikanen waren volgens hen niet alleen profiteurs van het racistische Amerikaanse kapitalisme maar ook actief medeplichtig, omgekocht door de winsten die imperialisme binnen haalde. Hoe de WUO, zelf een geheel blanke club, verklaarde dat zij wel ‘het licht’ gezien hebben, is mij niet duidelijk.
Na de explosie van 6 maart groeide het isolement van de WUO nog verder en stapten verschillende leden uit. De bomaanslagen die de groep daarna pleegde waren gericht op militaire en commerciële doelen en waren er altijd op gericht om alleen materiële schade aan te richten. De dood van de drie WUO leden in 1970 was niet geheel nutteloos geweest; de explosie had de WUO een beter idee gegeven van wat het eigenlijk betekent om iemand te doden. De aanslagen waren bedoelt als een manier om de aandacht te vestigen op bepaalde thema’s, zoals de Amerikaanse betrokkenheid bij de coup tegen Allende in Chili of de gevangenis opstand in Attica in 1971 (klik hier voor een fascinerend artikel over deze vrijwel vergeten opstand)

Ze waren dus niet meer dan een vorm van propaganda. Maar wel een vorm die erg riskant en illegaal is. En dit karakter ervan maakte het onmogelijk dat de WUO als organisatie kon groeien. De grote meerderheid van de bevolking kon hoogstens de WUO acties passief toejuichen. Toen na 1974 de WUO eindelijk de noodzaak inzag voor een bovengrondse organisatie was dit geen succes. Eerder hadden ze de rest van links tegen zich in het harnas gejaagd en bekend staan als WUO sympathisant maakte je automatisch tot een verdachte vanwege hun methodes. De Prairie Fire Organizing Committees die deze bovengrondse beweging zouden moeten organiseren waren dus geen succes en bestonden vooral uit voormalige WUO leden.

Na 1974 brak er een wereldwijde economische crisis aan. In combinatie met het einde van de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam in 1973 leidde dit tot een periode van diepe neergang van linkse bewegingen en de hoop op een omwenteling in de VS. Toen de WUO in 1977 uit elkaar begon te vallen, de meeste overgebleven leden gaven zichzelf aan bij de politie, was de WUO nog slechts een curiositeit uit het verleden.
De arrogantie van de WUO en hun elitaire methodes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat de WUO leden tot wanhoop gedreven werden door de oorlog in Vietnam strekt hen eigenlijk tot eer. Maar de consequenties die ze trokken brachten vooral schade toe aan de anti-oorlogsbeweging. Niet voor niets drongen de Vietnamezen zelf er altijd op aan bij Amerikaanse solidariteitsgroepen om dat soort methodes te vermijden.

Ik denk dat, naast de romantiek van een kleine groep die alles opgeeft voor de goede zaak, een gedeeld superioriteitsgevoel een deel van de verklaring is van de sympathie van sommige anarchisten en autonomen voor de WUO. Zoals al gezegd, de ideeen van de WUO stonden veraf van anarchisme. Maar wat ze deelden met sommige hedendaagse anarchisten was hun arrogantie tegenover ‘gewone mensen’. Mensen die in het beste geval als hopeloos passief gezien worden, in het slechtste geval als deel van de vijand.


Een beetje samenwerking compenseert een groot verschil in brute kracht

‘Fight the people’ zeiden de Weathermen. Maar wat ze vergaten was dat het Amerikaanse leger niet uit Vietnam verjaagd werd door een kleine elite maar massaal verzet en dat ook in het relatief rijke westen fundamentele verandering alleen mogelijk is als de grote meerderheid van de bevolking meedoet. Het valt te hopen dat in de nieuw opgerichte SDS niet dezelfde fouten gemaakt gaan worden als in het verleden.

* Naar het schijnt geschreven mensen die vroeger deel uitmaakten van de zogenaamde Politieke Vleugel van de Kraakbeweging of PVK, een bijzonder naar stelletje sektariërs dat zichzelf de leiders van de Nederlandse kraakbeweging vond. Nog zo’n voorbeeld van misplaatste arrogantie