augustus 2007


Dinsdagochtend werd Jose Maria Sison opgepakt. En alhoewel dit al mijn revolutionaire krediet wel teniet zal doen, ben ik deze keer voor de verandering eens blij dat een politiek activist is opgepakt. Met zijn arrestatie is er een kans dat er enige gerechtigheid komt voor de nabestaanden van verschillende slachtoffers van moordaanslagen en dat iemand die al jaren lang een zeer kwalijk rol speelt in Filippijns links eindelijk definitief ontmaskert wordt. Sison zijn levensverhaal leest als een avonturenroman maar allengs word onduidelijk of hij nu de held of de schurk van het verhaal is.

Jose Maria Sison, ook bekend onder de bijnaam Joma, is de oprichter van de maoïstische Communist Party of the Philippines, de CPP. In de Filippijnen is Engels een van de twee officiële talen en deze wordt vooral voor officiële doeleinden gebruikt Joma – 1939 – begon zijn politieke loopbaan als activist van de originele communistische partij van de Filipijnen, de Partido Komunista ng Pilipinas (PKP), een organisatie die later overvleugeld zou worden door Joma’s splitsing. Joma is afkomstig uit een familie van rijke grootgrondbezitters uit het noorden van de Filippijnen. Hij groeide op met de werken van nationalistische Filippijnse historici die de herinneringen aan verzet van de bevolking van de Filippijnse eilanden tegen de Spaanse en Amerikaanse kolonisators her-interpreteerden als een anti-imperialistische, nationale bevrijdingsstrijd. Nog steeds ziet het grootste deel van Filippijns radicaal-links, niet alleen de CPP, het als haar taak om de onafhankelijkheidsoorlog van 1896 te voltooien door de Filippijnse natie te bevrijden van buitenlandse onderdrukking.

Op twintigjarige leeftijd studeerde Joma af in literatuurwetenschap en kreeg hij een baan als onderwijzer aan de prestigieuze University of the Philippines. In 1964 richtte hij de Kabataang Makabayan , Patriottische Jeugd, op, een organisatie die een belangrijke rol zou spelen in de geschiedenis van de revolutionair links. Tegen deze tijd was Sison opgeklommen tot het uitvoerend comité van de PKP met als verantwoordelijkheid jeugdwerk. De PKP had een belangrijke rol gespeelde in het organiseren van het guerrilla-verzet tegen de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog en had in de jaren vijftig een gefaalde poging gedaan om de macht over te nemen. Na het neerslaan van deze zogenaamde Huk rebellie, genoemd naar de gewapende tak van de PKP, de Hukbong Mapagpalaya ng Bayan of Volksbevrijdingsleger, hadden de oude leiders voor een meer gematigde koers gekozen. De jaren zestig waren ook voor de Filippijnen een periode van radicalisering en protest, niet in de laatste plaats onder studenten die geïnspireerd werden door Mao’s China waar op dat moment de Culturele Revolutie op haar hoogtepunt was. De KM speelde een belangrijke rol in protesten tegen de Filippijnse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam, het gebrek aan democratie, de Amerikaanse overheersing van het land en de groeiende macht van Ferdinand Marcos. Sison was een van de jonge intellectuelen die onder de invloed kwamen van Mao’s opvattingen over gewapende strijd en de noodzaak van anti-imperialistische revoluties in Derde Wereld-landen. De PKP echter voelde daar niks voor; zij zagen Marcos als ‘neutraal’ ten opzichte van de VS en dachten zelfs dat deze het land een koers van ontwikkeling op kon sturen. Een houding die hen in de jaren zeventig er toe bracht om zich te verzoenen met het bewind van Marcos die tegen tijd alle tijd alle democratische pretenties had afgezworen en regeerde als een dictator.

Ontevreden over de lakse opstelling van de PKP, de corruptie van haar leiders – in de eerste plaats van Jesus Lava die sinds de arrestatie van zijn broer Jose Lava in 1950 de scepter zwaaide over de partij – richtte Joma op 2 december 1968 de CPP op. Joma – werkeloos en niet in staat een nieuwe baan te vinden omdat hij wegens zijn politieke opvattingen op een zwarte lijst stond – nam de grote sprong en ging ondergronds. Tot zijn arrestatie in in 1977 was Jose Maria Sison ‘Amado Guerrero’ – Geliefde Strijder – en staatsvijand nummer een.

Waar de PKP zich oriënteerde op Moskou volgde de CPP expliciet de maoïstische lijn. Dit hield onder andere in dat een burgerlijke democratie in een Derde Wereld land als de Filippijnen alleen verwezenlijkt zou kunnen door een gewapende revolutie van boeren en arbeiders in samenwerking met de nationalistische delen van de bourgeoisie. Als een eerste stap hiertoe sloot de jonge partij in 1969 een verbond met een klein groepje Huks dat nog steeds doorvocht. Dit was de geboorte van het New People’s Army – NPA – een organisatie die op haar hoogtepunt meer dan 25.000 strijders onder de wapenen zou hebben en nu dus onder andere verantwoordelijk word gehouden voor de moorden op twee voormalige politieke rivalen van Joma, Rolly Kintanar en Arturo Tabara, beide voormalige bevelhebbers in de NPA.

Bij haar oprichting leek de CPP de wind mee te hebben. De laten jaren zestig en vroege jaren zeventig waren een periode van felle protesten – voornamelijk geleid door studenten – tegen de corruptie en machtsmisbruik van Marcos en de Amerikaanse overheersing van het land. Makibaka! Huwag matakot! – Strijd! Wees niet bang! – raakte ingeburgerd als slogan. De politie joeg met grof geweld demonstraties uiteen en doodde verschillende studenten. De demonstranten antwoordden met molotovcocktails en pillboxes, zelfgemaakte bommen. Dertig januari 1970 bestormden demonstranten het presidentiele Malacañang paleis; met een buitgemaakte brandweerwagen werd een poort open geramd en paleis werd bekogeld met geïmproviseerde explosieven, stenen, molotovcocktails. Later zou ook de Amerikaanse ambassade het moeten ontgelden. Naarmate de confrontaties tussen demonstranten en politie gewelddadiger werden, radicaliseerde de oppositie. De eerste protesten waren nog min of meer geïnspireerd op de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en een van de voornaamste eisen was dat de aangekondigde herziening van de grondwet netjes en democratischn zou verlopen. In 1970 scandeerden demonstranten Mabuhay si Dante – Lang leve Dante, de bevelhebber van de NPA en waren oproepen tot gewapende strijd en revolutie normaal geworden. Over luidsprekers klonk het; Handa na ba kayong huwamak ng Armalite? Handa na ba kayong mamundok? – Zijn jullie klaar om een Armalite machinegeweer vast te houden? Zijn jullie klaar om de heuvels in te trekken? Deze periode staat in de Filippijnse geschiedenis bekend als de ‘First Quarter Storm’.

Een van de meest beruchte datums in Filippijnse geschiedenis is 1 augustus 1971. Die dag werd er een bomaanslag gepleegd op een bijeenkomst van de burgerlijke oppositie tegen Marcos op het Plaza Miranda. Acht mensen kwamen om, meer dan honderd raakten gewond, waaronder verschillende prominente leden van de Liberale Partij, de partij van de leider van de burgerlijke oppositie Benigno Aquino. Marcos gaf de communisten de schuld van de aanslag en gebruikte het incident als een van de redenen om op 1 september 1972 de noodtoestand af te kondigen waardoor hij als een dictator kon regeren. Sison en de CPP hebben Marcos altijd aangewezen als de schuldige. Maar het zijn niet alleen Marcos-supporters die Sison aanwijzen als het brein achter de Plaza Miranda aanslag; volgens een theorie zou het een bewuste provocatie zijn geweest om Marcos de uitzonderingstoestand uit te laten roepen en op die manier de politieke verhoudingen in het land verder te laten verscherpen. In een biografie van Edgar Jopson, een door de politie gedode leider van CPP, komt zijn weduwe aan het woord die verteld dat Jopson jaren later min of meer per ongeluk geleerd de ware toedracht van de aanslag geleerd zou hebben. Deze vrouw, Joy Jopson Kintanar, zou later hertrouwen met Rolly Kintanar. Onder andere op basis van haar verklaringen is Sison nu opgepakt.

The Redskins – Kick over the statues

On the day of reckoning
When we’ve struck & won
Watch close as their heroes
Go crashing down on the pavement…

Een van kenmerken van Nederlands nationalisten is dat ze hard roepen dat ‘Nederlanders niet nationalistisch zijn’. In tegenstelling tot Fransen/Amerikanen/Turken/Duitsers whatever worden Nederlanders neergezet als ‘redelijk, tolerant, nuchter’. Die karaktertrekken hebben ‘wij’ zogenaamd te danken aan ‘onze handelsgeest’ uit de zeventiende eeuw, de zogenaamde V.O.C. mentaliteit waar JP Balkenende graag van zou zien dat het huidige Nederland er eens wat meer een voorbeeld aan neemt. Vindt de premier de Nederlandse betrokkenheid bij de plundering en bezetting van niet-westerse bevolkingen nog steeds onvoldoende? Waarom anders de overzeese rooftochten van een van de eerste transnationale corporaties ter wereld ophemelen? Onderwerping, verkrachting, uitbuiting, moord; de V.O.C. maakte zich er op grote schaal schuldig aan en wij worden geacht daar een voorbeeld aan te nemen. Over moreel bankroet gesproken.

Een ander staaltje van Nederlands nationalisme: sinds kort loopt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een tentoonstelling “Nederlandse helden”, met als centraalfiguur houwdegen Michiel de Ruyter. De tentoonstelling vindt plaats in het kader van het De Ruyter-herdenkingsjaar, een jaar ter gelegenheid van zijn 400ste geboortedag. De Ruyter was een kaper die o.a. die schepen van Portugese, Spaanse, Franse etc. concurrenten leegroofde: dat laat meer weer eens zien hoe onzinnig de stelling dat handeldrijvende naties vredelievend zijn eigenlijk is. Naast de gebruikelijke misdaden van een internationale zeerover knapte De Ruyter vuile klusjes op voor de West Indische Compagnie, een van de grootste slavenhandelaren van die tijd. Dat zo iemand een eigen jaar krijgt en een held genoemd word laat zien wat een invloed racisme heeft in dit land. Het lijden en sterven van de talloze Afrikanen die naar Amerika en de Caribische eilanden verscheept werden doen er niet toe. De Ruyter is een held omdat hij veel geld binnenhaalde voor de Nederlandse kas.

Op de site die aan de tentoonstelling is gerwijd kun je ook zelf ‘een held vereren’. Hoe leuk! Hoe interactief! Een lichtpuntje; sommige mensen hebben er aan gedacht om personen te nomineren die daadwerkelijk respect verdienen. Zoals Anton de Kom. Geboren in 1898 in Paramaribo, misschien wel een nakomeling van een van de slaven die door ‘Nederlandse helden’ naar Suriname waren gebracht, was De Kom een onafhankelijkheidsstrijder een socialist. Iemand die niet onder bescherming van de macht mensen onderwierp en uitbuitte zoals De Ruyter en Maarten Tromp deden maar aan de andere kant van de scheidslijn stond.

Anton de Kom
Anton de Kom

In 1920 vertrok hij naar Nederland en werd daar actief in verschillende linkse organisaties als de Internationale Rode Hulp en de Liga tegen Imperialisme. Ontslagen in 1931 wegens een overmaat aan ‘politieke belangstelling’ keerde De Kom in 1932 terug naar Suriname. Aldaar hielden de Nederlandse autoriteiten de activist goed in de gaten, bang dat ze waren dat hij mee zou helpen het verzet tegen de koloniale machthebbers aan te wakkeren. 1933 werd hij wegens zijn politieke opvattingen opgepakt. Toen honderden mensen zijn vrijlating eisten opende de politie het vuur; twee doden en dertig gewonden.

De Kom werd samen met vrouw en kinderen op de boot gezet naar Nederland waar hij, zo hoopten de autoriteiten, minder onrust zou veroorzaken. Terug in Nederland stortte hij zich weer in politiek activisme. Iets waar hij tijd genoeg voor had: na zijn verbanning was het hem onmogelijk werk te vinden en het gezin moest rondkomen van een karige uitkering. De Kom nam deel aan acties voor de rechten van werklozen en hield voor de Communistische Partij lezingen over kolonialisme. Ondertussen schreef hij verder aan zijn beroemde boek Wij slaven van Suriname, dat in 1934 uitkwam. Gecensureerd, dat wel. Het tolerante Nederland is nooit zo tolerant geweest.

Tijdens de Duitse bezetting voegde De Kom zich bij het verzet. Hij schreef artikelen voor de ondergrondse publicaties van de Communistische Partij Nederland en ook voor De Vonk, het blad van de ondergrondse voortzetting van de RSAP van Henk Sneevliet. Tot 1944 weet hij uit handen van de bezettingsmachten, ditmaal in Duitse in plaats van Nederlandse uniformen gestoken, te blijven. Dan wordt hij echter opgepakt. 24 april 1945, korte tijd voor het einde van de oorlog, stierf Anton de Kom in concentratiekamp Neuengamme.

In 1971 kwam Wij slaven van Suriname eindelijk uit in een ongecensureerde uitgave. Een selectie van zijn poëzie verscheen onder de toepasselijke titel ‘Strijden ga ik!’ Daar komt ook het onderstaande gedicht uit:

Vaarwel, Akoeba vaarwel !

Vaarwel, Akoeba, mijn vrouw, mijn schat, vaarwel !
Strijden ga ik ! Eerst nà d’overwinning
kom ik terug …
Lang heel lang heeft men ons getart.
Eerst gekocht en verkocht en dan geslagen.
Op ons beider gezicht staat het merk gebrand
van des meesters naam, ten eeuwigen dage.

Vaarwel, Akoeba, mijn vrouw, mijn schat, vaarwel !
Strijden ga ik ! Eerst nà d’overwinning
kom ik terug …
‘t Was op de plantage, dat ik jou vond.
Je had nog een moeder, waar is die gebleven?
En je broeders en zusters? Zij rusten in den grond,
men heeft ze allen den dood in gedreven.

Vaarwel, Akoeba, mijn vrouw, mijn schat, vaarwel !
Strijden ga ik ! Eerst nà d’overwinning
kom ik terug …
Weet je nog van dien avond, vrouw,
dat ik je met mij had meegenomen?
De meester was dronken, hij brulde en wou
dat je bij dien smeerlap in ‘t nest was gekomen.

Vaarwel, Akoeba, mijn vrouw, mijn schat, vaarwel !
Strijden ga ik ! Eerst nà d’overwinning
kom ik terug …
Nu sta je hier voor mij, jij dappere vrouw !
Beproef me, ‘k ben sterk en sterk ga ik henen.
‘k Ben dubbel zoo moedig, Akoeba door joù.
Zie, deze vuisten zijn hard als de steenen.

Vaarwel, Akoeba, mijn vrouw, mijn schat, vaarwel !
Strijden ga ik ! Eerst nà d’overwinning
kom ik terug …
Hoor je het blanke volk al? Hun heir
spreekt als de tallooze bladren der boomen.
Voor ze verslagen zijn keer ik niet weer.
Kus mij ! …. de witte soldaten komen.

Dit zegt toch wel iets over hoe de Chinese bevolking over ‘hun’ heersende kliek denkt:

Chinese game lets you execute corrupt officials
A downloadable Chinese game called “The Incorruptible Warrior” is an unexpected success — something attributed to Chinese exhaustion and frustration with official corruption. In the game you’re a civil servant out for blood, torturing and executing corrupt officials.

De Gay Pride was voor conservatieve homo’s en betweterige hetero’s ook dit jaar weer aanleiding voor kritiek op te opzichte, extraverte homoseksualiteit, travestie en transseksualiteit. Wat mij betreft provoceren homo’s, lesbo’s, bi’s en transgender warriors méér, in plaats van minder!

In het Eindhovens Dagblad geeft de journalist Martijn Storms, een homo die zich schaamt, nauwkeurig weer wat de opvatting zijn van conservatieve, op assimilatie gerichte homo’s. Zo is hij van mening dat de Gay Pride eigenlijk één grote heteroprovocatie is. ‘Zoenende leernichten, heupwiegende spierbundels met blote kont, roze boa’s en hysterisch gillende nichten’ somt hij op, alsof het vanzelfsprekend is dat het hier gaat om schandelijke voorbeelden van maatschappelijke degeneratie. Storms is van mening dat slechts een select groepje extraverte homo’s van de aandacht geniet, dat hetero’s alleen naar de Pride komen om ‘aapjes te kijken’ en dat de homogemeenschap belachelijk wordt gemaakt. Hij wil dat homo’s ‘gewoon’ gaan doen.

Storms staat zeker niet alleen in zijn kritiek – veel conservatieve homo’s hebben het gevoel voor lul te staan als andere homo’s met hun lul staan te zwaaien op een bootje in Amsterdam. Storms is zelfs van mening dat het stereotype beeld dat verantwoordelijk is voor de discriminatie van homoseksuelen, door homo’s zelf wordt gecreëerd. ‘Met de Gay Pride plaatst de homo zichzelf in een hokje.’ Deze opvattingen gaan ervan uit dat de beste strategie tegen discriminatie en geweld ‘assimilatie’ is – opgaan in de meerderheid, volledige aanpassing. Homo’s moeten zich eigenlijk niet meer onderscheiden van hetero’s, dan hebben die hetero’s straks geen reden meer zich zo bedreigd te voelen dat ze homo’s in elkaar schoppen in achterafsteegjes. Geef iedere homo een golden retriever; een tuin met een hek; een monogame relatie; twee faghag vriendinnetjes om mee te shoppen; een Opel voor de deur en het geweld, de minachting en de afkeer zullen verdwijnen.  

Deze opvatting van homo-assimilatie is niet alleen ontzettend naïef en schiet niet alleen zijn doel voorbij, het laat ook zien hoe groot de schaamte over de eigen homoseksualiteit nog vaak is. Die geïnternaliseerde homofobie is heel effectief – grote schaamte over onszelf zorgt ervoor dat we niet te veel willen afwijken van de heteroseksuele norm waarmee we allemaal opgroeien. De schaamte over onszelf is ook exemplarisch voor de polderemancipatie van de Nederlandse homo. Homoseksualiteit lijkt heel erg geaccepteerd – maar zodra bepaalde grenzen van heteroseksuele normativiteit worden overschreden, houdt die tolerantie meteen op. Het tragische is, is dat de homogemeenschap zelf zo’n grote rol speelt in de ‘policing’ van onze seksualiteit. De roep om te assimileren wordt steeds groter, juist uit de gay community zelf. Daarvan moeten we ons niks aantrekken.

Provocatie, ‘visibility’, grensoverschrijdend gedrag – het blijven onmisbare tools in handen van een homobeweging die geen assimilatie nastreeft, maar een grotere seksuele diversiteit, meer vrijheid om te kiezen en het recht opgevoed te worden in een samenleving, in een cultuur, waarin niet alleen hetero’s ‘gewoon’ worden gevonden. De homogemeenschap moet blijven vechten voor een samenleving waarin ‘de ander’ niet langer uitgesloten wordt, maar leefvormen die niet lijken op het heteroseksuele kerngezin echte, geaccepteerde alternatieven zijn. En de enorme ervaringen die homo’s, lesbo’s, bi’s en transseksuelen én sommige hetero’s al hebben opgedaan moeten op waarde worden geschat. Monogamie is niet vanzelfsprekend. Liefde is niet eenvormig en hoeft niet kleurloos te zijn. Het breken met hegemonische maatschappelijke normen is een vorm van politieke en sociale strijd. In plaats van te assimileren, moeten we proberen de samenleving te veranderen.

En we moeten vooral, in al onze diversiteit, zichtbaar blijven. Op de Gay Pride is veel kritiek mogelijk – de grote rol van allerlei bedrijven die homo’s en lesbo’s vooral als consument zien. Maar de nadruk op zichtbaarheid en diversiteit is juist goed. Laat je zien. Doorbreek de onzichtbaarheid van transgenders in de Nederlandse samenleving. Laat zien dat er flaming fems zijn onder zowel potten als flikkers; dat er homo’s zijn die op kleerkasten lijken en nichten die op voetbal zitten. En schaam je niet voor onze zichtbaarheid. Wij zijn hier, wij blijven hier en we assimileren niet in een samenleving die wil dat we allemaal op elkaar lijken!