Toen Marcos de noodtoestand uitriep was dit het startsignaal voor grootschalige repressie van de oppositiebewegingen. De CPP had echter als voordeel dat zij al lange tijd rekening had gehouden met een dergelijke scenario en beschikte over ondergrondse structuren. Activisten die de grond in de steden te heet onder de voeten werd konden een toevlucht vinden in de guerilla-bases van de NPA. Tegelijkertijd zond de CPP het grootste deel van haar kader naar het platteland om daar de bevolkingen over te halen de partij te steunen en het grondwerk te leggen voor een langdurige guerrilla-strijd. De CPP groeide explosief en werd de belangrijkste oppositie-kracht. Naast de NPA werd het National Democratic Front opgericht; een verbond van oppositie-bewegingen waarin verschillende massa-organisaties samen werken. Het NDF word strak geleid door de CPP; al de bestuursleden van het front worden door de partij aangesteld. Op het moment van zijn arrestatie was Joma volgens eigen zeggen slechts ‘politiek consultant’ van het NDF en een van haar onderhandelaars in vredesbesprekingen met de regering.
Die vredesbesprekingen hebben altijd een vreemde indruk op me gemaakt. Ze duren nu al jaren maar hebben nog praktisch niks opgeleverd, behalve een verklaring van beide partijen dat de conventie van Genève zullen respecteren. Iets wat eigenlijk natuurlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn. De Filippijnse overheid heeft met afstand de meeste schendingen van de mensenrechten op haar naam staan. Honderden activisten zijn al gedood, gemarteld of gewoon ‘verdwenen’. Het aantal politieke moorden onder de huidige presidente Arroyo is sinds de periode van noodtoestand onder Marcos niet zo hoog geweest.
De Filippijnse overheid heeft duidelijk geen zin om de onrust in het land te beëindigen door middel van onderhandelingen, daarvoor zouden er compromissen gedaan moeten waar de heersende kliek, waarin steeds meer families en personen opnieuw opduiken die dankzij Marcos hun fortuin konden maken, niet in geïnteresseerd is. De enige vrede waar zij in is geïnteresseerd is die van een kerkhof. Op het moment pompt de regering van het straatarme land steeds meer geld in het militaire apparaat en doet ze de idiote claim dat ze de gewapende communistische opstand die al bijna veertig jaar duurt in enkele jaren zal neerslaan. En ook tegenover de gewapende islamitische separatisten op het zuidelijke eiland Mindanao stelt zij zich steeds agressiever op. Met strijders van een van de twee bewegingen, het Moro National Liberation Front, had de overheid officieel een vredesakkoord gesloten in 1996, leverde het Filippijnse leger vorige maand hevige gevechten. Tijdens een confrontatie kwamen vijtien soldaten om. Met een andere separatistische beweging, het Moro Islamic Liberation Front, zijn de onderhandelingen stil gelegd. Volgens de overheid zouden hun strijders ook betrokken zijn bij het recente geweld en samen met elementen van het MNLF steun verlenen aan de terroristische Abu Sayyaf groep. Waar dit allemaal op neer komt is dat de regering Arroyo, die eerder al de diplomatieke onschendbaarheid van NDF onderhandelaars introk en daarmee de facto de onderhandelingen opzegde, overduidelijk een einde wil maken aan het ‘vredesproces’ maar dan wel op zo’n manier dat ze in de pers niet al te zeer zal overkomen als de spelbreker. Maar ook het NDF heeft boter op het hoofd. Terwijl het NDF verklaard bereid te zijn om via de onderhandelingen aan duurzame vrede te werken doet haar politieke meester de CPP in elk nummer van officiële partij-orgaan Ang Bayan oproepen om de gewapende strijd op te voeren. En evenzogoed als de Filippijnse regering eisen stelt aan het NDF die neerkomen op capitulatie, stelt het Front voorwaarden voor zelfs maar een tijdelijk staakt-het-vuren waarvan ze weet dat de regering er nooit aan tegoed zal komen, zoals landhervorming. De onderhandelingen zijn een farce, een show voor de bühne, opgevoerd door twee partijen die allebei hun best doen over te komen als ‘redelijk’ en ‘gematigd’ maar vastbesloten blijven de ander te vernietigen.
Anyway, hoe kan het ook anders? Sison heeft zijn hele leven hardnekkig vastgehouden aan het maoistische leerstuk dat slechts ‘protracted people’s war’ de Filippijnen zou kunnen bevrijden van imperialisme en haar inheemse handlangers. Toen Sison in 1977 werd opgepakt door Filippijnse troepen was dat een zware klap voor de CPP. Het jaar daarvoor was commander Dante, de bevelhebber van de NPA, al opgepakt. Sison zou tien jaar vast zitten, veroordeeld door eenn militaire rechtbank. Hij werd gemarteld en werd jaren lang in isolatie gehouden, vastgeketend aan zijn bed. De arrestatie van deze belangrijke leiders was echter niet het einde van de CPP. Integendeel, deze begon begin jaren tachtig sterk te groeien. In theorie bleef de partij keurig de vastgelegde strategie volgen maar de praktijk was veel pragmatischer. Plaatselijke afdelingen waren in hoge mate autonoom waardoor zij hun handelswijze konden aanpassen aan hun omstandigheden. In grote steden als Davao werd geëxperimenteerd met stadsguerilla. De partij-afdeling in de hoofstad, geleid door het charismatische buitenbeentje Filemon Lagman, organiseerde stakingen, bliksemprotesten die slechts enkele minuten duurden om arrestatie onmogelijk te maken en via massa-organisaties deelname aan verkiezingen om deze te kunnen ontmaskeren als schijnvertoningen. Op het zuidelijke eiland Mindanao begon de partij zogenaamde welgang bayan, volks-stakingen, te organiseren; een algemene staking gecombineerd met blokkades en protesten. En in de commissie die samenwerking met massa-organisaties coördineerde ontstonden langzamerhand twijfels over de manier waarop de bondgenoten omgesprongen werd. Had de partij wel het recht om deze te manipuleren? Moesten deze niet enige mate van onafhankelijkheid hebben? De controle freakery van de CPP kostte haar immers bondgenoten die geen zin hadden om te fungeren als pionnen van de partij.
Dit waren praktische ervaringen die niet pasten in het maoïstische kader waar de partij zich van bediende. Geen verassing dus dat kader-leden hier hun vraagtekens bij begonnen te zetten en op zoek gingen naar nieuwe antwoorden. De Vietnamese onafhankelijkheids-oorlog was een bron van inspiratie. Maar vooral de revolutie in Nicaragua en de guerrillastrijd in centraal-Amerika, El Salvador en Guatemala, begonnen het denken van leidende partij-kaders te beïnvloeden. De belangrijkste gevolgen hiervan waren dat ten eerste de guerrilla-oorlog op het platteland niet langer als de hoogste vorm van strijd gezien werd. Stedelijke acties, zowel militair als massa-acties, wonnen daarentegen aan waardering. Dit was ook reflectie van de ontwikkeling van de Filippijnse samenleving; steeds meer mensen leefden in steden. De traditionele kleine boer die op het land van een grootgrondbezitter werkte en gezien werd als de ruggengraat van de NPA verdween niet maar werd wel minder talrijk. En sommige kaderleden begonnen vraagtekens te zetten bij de onbetwiste alleenheerschappij van de CPP over de revolutie. Zou er bijvoorbeeld niet zoals in El Salvador een revolutionair front van verschillende organisaties gevormd kunnen worden? Kortom, de partij begon haar maoïstische beginjaren te ontgroeien. De moorden op Rolly Kintanar en Arturo Tabara waar Sison nu van verdacht wordt maken deel uit van een langere reeks moorden, uitgevoerd door maoïstische hardliners die de partij weer het ‘rechte pad’ op trokken en dissidenten uitschakelden.
De val van het Marcos-regime kwam als een verassing voor de CPP. Het regime begon te ontbinden nadat oppositieleider Benigo Aquino in 1983, na terugkeer uit ballingschap in de VS, nog op het vliegveld in Manila neergeschoten werd. De druk op Marcos om verkiezingen te houden namen toe. Niet alleen binnenlands groeide de oppositie. Ook in Washington begon Marcos aan steun te verliezen. Jarenlang was Marcos America’s boy geweest. Terwijl in Filippijnse cellen dissidenten gemarteld en gedood werden pompte opeenvolgende Amerikaanse regeringen geld in het Marcos bewind. Alles om te voorkomen dat de communisten aan invloed zouden winnen of zelfs aan de macht konden komen. Maar na 1983 begon Marcos steeds meer een last te worden voor Washington. Internationaal begon het gênant te worden dat de VS een leider met zo’n totaal gebrek aan democratische legitimiteit steunde en Marcos begon steeds meer eisen te stellen aan zijn Amerikaanse beschermheren. En vooral, Marcos leek dit steeds minder in staat te zijn om te doen wat van hem verwacht werd; de bevolking onder de duim houden. Ambtenaren en diplomaten van de presidenten Carter en Reagan gingen daarom op zoek naar een vervanger, iemand die tegelijkertijd er voor kon zorgen dat de Filippijnen in de Amerikaanse invloedssfeer zou blijven maar dit wat netter en meer efficiënt zou kunnen doen dan de oude dictator. Delen van de Amerikaanse regering begoonen de verkiezingscampagne van Cory Aquin, de weduwe van Benigno Aquino, te steunen – haar populariteit groeide met de dag en Amerikaanse diplomaten begonnen haar te zien als de meest geschikte opvolger voor Marcos; ze had genoeg legitimeit om het land te regeren maar was ook politiek onervaren, en daarom – zo hoopte men – makkelijker te manipuleren. En vooral, haar politieke programma bevatte enkele progressieve punten, zoals landhervorming, maar was in feite conservatief.
De uiteindelijke val van Marcos kan kort samengevat worden. Nadat hij als gevlg van publieke druk eindelijk nieuwe verkiezingen had laten houden riep hij zichzelf tot winnaar uit. De corruptie en fraude waren dit keer echter zo duidelijk en de angst voor de politie en leger zo aangetast dat dit slechts massaal protest opriep. Meer en meer leden van Filippijnse bourgeoisie verlieten het Marcos kamp. Toen enkele officieren van het Filippijnse leger, waaronder Fidel Ramos – een voormalige Marcos supporter en toekomstige president – een poging deden om via een coup Marcos ten val te brengen stroomden de straten vol met demonstranten die de militaire rebellen steunden. De doodsteek voor Marcos kwam toen de Amerikaanse regering liet weten henm niet langer te steunen. De dictator moest het land ontvluchten en Cory Agauino werd het nieuwe staatshoofd.
Een van haar eerste maatregelen was het afkondigen van een amnestie voor alle politieke gevangen – ook Joma kwam dus eindelijk vrij.Sison heeft altijd beweerd dat hij vanaf zijn arrestatie geen leidende rol meer heeft gehad in de CPP. Maar dat is wel erg moelijk te geloven. De CPP verkeerde na de val in een tegenstrijdige situatie. De NPA groeide nog steeds maar politiek begon na de val van de dictatuur de steun voor de partij af te brokkelen.