Naar aanleiding van het initiatief van Terpstra (witte mensen spreken hun verontwaardiging uit over die vreselijk onbeschaafde Wilders), de acties van de IS en wat discussies met SP’ers ben ik eens wat gaan nadenken over de opkomst van het rechtspopulisme in Nederland. Hier wat van die gedachten dus.

Update: Debat op 16 maart in Rotterdam, 15.00 – 17.00 uur, White Elephant, West Kruiskade 73B: Een links antwoord op de rechtse hetze – tegen islamofobie, uitsluiting en rechtspopulisme. Klik hier voor alle info en de flyer.

Paul Mepschen

1.
Een links perspectief op de opkomst van Wilders in enge zin en het rechtspopulisme in brede zin moet los staan van de morele superioriteit van Doekle Terpstra en zijn brave blanke rechtse vrienden. De oproep van Terpstra werd ondertekend door veel CDA en VVD-kopstukken. Wat deze mensen willen is een neoliberale samenlevng, maar niet de ‘fall-out’ die bij dat neoliberalisme hoort: een grote mate van onzekerheid, (morele) paniek en een groeiende angst voor de buitenwereld, die zich onder andere uit in xenofobie, racisme en islamofobie. Ze willen dat het wel beschaafd blijft; Wilders vinden ze een onbeschaafde schreeuwlelijk die de status-quo bedreigt. Het moge duidelijk zijn dat veel van de ondertekenaars ook werkelijk belang hebben bij het op deze manier bestrijden van Wilders: Wilders bedreigt met name de VVD, maar in principe de hele rechtse status quo.
Overigens vind ik dat deze kritiek zich ook mag uitstrekken tot eerdere initiatieven. Ik denk dan met name aan het ‘Een land een samenleving’-initiatief waar onder andere Anja Meulenbelt haar naam aan heeft verbonden. De conferentie die deze club op 24 november organiseerde, werd geopend door Ivo Opstelten. Verder spraken mensen als VVD-kopstuk Dijkstal en CDA-professor Zijderveld. Dit zijn niet onze bondgenoten in de strijd tegen Wilders. Sterker nog, ze zijn medeverantwoordelijk voor de politieke en sociale toestand waarin mensen als Wilders gedijen. Dat Dijkstal een beetje oppositioneel is binnen zijn eigen partij – in het integratiedebat en met name toen mevrouw Verdonk nog lid was van de VVD – doet weinig af aan het feit dat hij decennia een de leidende figuren was in de neoliberale revolutie in Nederland.

2.
De doorbraak van het rechtspopulisme de afgelopen jaren is zowel een breuk als een historische continuïteit. De opkomst van Fortuyn en het rechtspopulisme (Leefbaar, Verdonk, Wilders, maar ook Hirsi Ali, Afshin Ellian, de heren van Opinio etc.) is echt kwalitatief anders dan eerdere uitdrukkingen van vergelijkbaar gedachtengoed als dat van de CD en CP’86. Ten eerste omdat het isolement van dit gedachtengoed volledig is doorbroken. De CD en CP86 werden geridiculiseerd, (gerechtelijk) vervolgd en veroordeeld. Janmaat kreeg de ene na de andere gerechtelijke uitspraak aan de broek. De CP werd zelfs verboden. Maar de opvattingen die zij uitdroegen zijn niet zo heel ver verwijderd van de dingen die Fortuyn zei en Kamp en Verdonk nu herhalen. Het is zeker zo dat Wilders in verder gaat, extremer is, dan Janmaat ooit durfde of wilde.
Ook op andere manieren is het isolement van uiterst rechts gedachten gedachtengoed doorbroken. Niet alleen kunnen de rechtspopulisten van nu op veel breder draagvlak rekenen dan de extreemrechtsen van vroeger, ook is hun invloed op het daadwerkelijke beleid sterk gegroeid. Het kabinet Balkenende III en het vorige college in Rotterdam, bijvoorbeeld, waren nooit mogelijk geweest zonder Fortuyn en de rechtspopulistische druk. Voor Verdonk en haar keiharde integratie- en vluchtelingenbeleid geldt natuurlijk hetzelfde. Sterker nog, veel van de neoliberale maatregelen die dit kabinet en bijvoorbeeld het huidige college in Rotterdam nemen –de neoliberale omwenteling wordt met een iets gematigder toon gewoon voortgezet – zouden ondenkbaar zijn geweest zonder Fortuyn. Het snel en hard en zonder concessies doorzetten van het sloopbeleid, maar ook de huisbezoeken en interventieteams en andere maatregelen om de onderklasse te criminaliseren en aan te pakken, zouden ondenkbaar zijn geweest voordat Fortuyn, Verdonk en Wilders op het politieke toneel verschenen.
De neoliberale aanval op allerlei verworvenheden is voor een belangrijk deel gevoerd over de ruggen van migranten en de allerarmsten. (We moeten niet vergeten dat het rechtspopulisme ook altijd tegen uitkeringsgerechtigden, zwervers, junkies etc is gericht). De aanval op migranten raakt aan de kern van de solidariteit. Hadden mensen al steeds minder het gevoel nog iets met een ander te maken te hebben – voor een redelijk welvarende werknemer uit Prins Alexander is het grotendeels allochtone Rotterdam West vaak een soort getto waar hij niks te zoeken heeft en niet mee verbonden is – Fortuyn legitimeerde ook nog eens die onbehaaglijkheid. Leo de Kleijn gaat in dit interview in op deze onwikkeling in Rotterdam.
Het moet overigens gezegd dat de VVD onder Bolkestein ook al populistische woorden sprak over migranten. Ik kan me nog goed herinneren dat wij in de jongerenorganisatie Rebel, waar ik begin jaren negentig mijn radicaallinkse activiteiten begon, altijd zeiden dat Janmaat door Bolkestein en andere politici die het xenofobisch vertoog gebruiken gelegitimeerd werd…

3.
Het structureel onbehagen onder de bevolking dat (een van de) bases is voor de opkomst van het rechtspopulisme, komt wat simplistisch gezegd voort uit de neoliberale globalisering. Tegelijkertijd accellereert het rechtspopulisme de neoliberale aanvallen op de bestaanszekerheid en de verworvenheden van mensen. Fortuyn en het rechtspopulisme hebben een verharding van het beleid mogelijk gemaakt door nog harder de solidariteit aan te vallen. En daar ligt een ander punt op basis waarvan we over het huidige rechtspopulisme kunnen zeggen dat het een breuk vertegenwoordigd met het extreemrechts van tien tot vijftien jaar geleden: de worteling van uiterst rechts in een deel van de elite. Het programma van de PVV is in veel opzichten het programma van de bazen: de PVV valt de positie van de vakbeweging aan; wil het ontslagrecht versoepelen; mensen dwingen te werken voor de uitkering; ferme bezuinigen op de sociale zekerheid; hij heeft kortom naast een xenofobisch programma dat er deels mee in tegenspraak is een radicaal neoliberaal project. De rechtspopulistische golf waar we nu mee te maken hebben is vanaf het begin heel stevig verbonden geweest met bepaalde groepen werkgever en groepen onder de allerrijksten. Dat geldt voor Fortuyn nog het duidelijkst – zijn banden met de vastgoedwereld zijn niet bepaald een geheim. Voor Verdonk is dat zo. Haar ondemocratische beweging zonder leden – populair in uiterst rechtse kring want Marco Pastors en Wilders gingen haar al voor – zal geen moeite hebben fondsen te vinden voor haar uiterst rechtse, islamofobische projectje.

4.
De prettige relatie tussen rechtspopulisme en neoliberalisme wekt geen verwondering op. Uiterst rechts in Nederland heeft diepe wortels in de neoliberale omwenteling die deze samenleving de afgelopen decennia heeft gekenmerkt. Juist daarom spreek ik over dat rechtspopulisme niet alleen als breuk, maar ook als onderdeel van een historische continuïteit.
Het rechtspopulisme had zich niet kunnen ontwikkelen zonder de kabinetten Lubbers en Paars, die een consequent neoliberaal beleid voerden. Het neoliberale offensief vanaf eind jaren zeventig en begin jaren tachtig heeft een sterke ideologische kant: de vakbeweging raakte internationaal in crisis en werd heel kwetsbaar voor de rechtse aanval op de ideologie van de arbeidersbeweging in brede zin en militante vakbeweging in smallere zin. Sarkozy, die een neoliberaal project in Frankrijk voorstaat, heeft gezegd: ‘Je veux tourner la page de ‘68’. Nou, voor een belangrijk deel is deze bladzijde in Nederland (toegegeven, die was ook minder goed beschreven) in de jaren tachtig al omgedraaid.
Bovendien ging de neoliberale turn gepaard met een stevige individualisering die steeds meer los kwam te staan van het streven naar indivuele ontplooiing in de jaren zestig en zeventig. Consumentisme ging de boventoon voeren. Mensen gingen in die jaren – van Thatcher, Reagan en Lubbers – met de rug naar het collectieve, naar de samenleving, staan. Nederland werd een geatomiseerde maatschappij. In dit artikel, dat ik enkele weken na de moord op Fortuyn in Grenzeloos schreef, dus bijna zes jaar geleden, schreef ik hier eerder over.

Om het kort samen te vatten, ik betoog dus dat het rechtspopulisme waar we nu mee te maken hebben zowel in continuïteit staat met de jaren van Lubbers en Paars als dat het gezorgd heeft voor een vrij stevige acceleratie van de neoliberale hervormingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben. Het poldermodel, dat onder Paars nog het model voor heel Europa was – stond opeens onder druk. Eerst stond Fortuyn nog tamelijk alleen, maar de houding en de stijl van Balkenende III ten opzichte van de vakbeweging en verworvenheden van werknemers, spraken boekdelen.

5.
Met allerlei actieve mensen in Rotterdam heb ik de afgelopen tijd stevig gediscussieerd over ‘wat te doen tegen Wilders’. De insteek bij veel mensen is terecht: ‘we moeten betogen dat mensen samen de lul zijn, samen het slachtoffer van neoliberale maatregelen; afbraakpolitiek; bezuinigingen!’ Ik ben het daar hartgrondig mee eens. Natuurlijk ligt daar de kern: uiterst rechts bedrijft verdeel-en-heers-politiek. Als arbeiders met verschillende culturele achtergrond elkaar niet meer begrijpen en elkaar de schuld geven van hun problemen, worden de echte problemen niet versluierd.
Maar we moeten vooral ook begrijpen hoe groot de kloof tussen mensen ondertussen is. We hebben nu ongeveer zes jaar van heel intensieve en voortdurende aanvallen op migranten en vooral moslims achter de rug. Een aanval die steeds weer opnieuw werd opgevoerd: na de El-Moumni-affaire; de film van Hirsi Ali; de moord op Van Gogh; het zijn maar enkele voorbeelden. Het dominante beeld dat werd geschetst was die van de moslim als Ander, met een hoofdletter: als iemand die niet bij de moderne, seculiere, tolerante samenleving waarin we leven hoort of past. Hij zou te primitief zijn om homoseksualiteit en vrouwenrechten te accepteren; te ‘wild’ om vatbaar te zijn voor ons rechtssysteem; te dom om ons VMBO goed te doen. In toenemende mate is een cultureel-etnisch determinisme voor allerlei maatschappelijke problemen een belangrijke rol gaan spelen. Dat is echt een teken van maatschappelijke regressie – je zou toch denken dat met dit soort determinisme in de jaren zestig en zeventig was afgerekend. Nee hoor, enkele jaren geleden riep de bekende hoogleraar psychologie Dolph Kohnstamm doodleuk – zonder daarvoor bewijzen aan te voeren – dat etniciteit wel degelijk als oorzaak van maatschappelijke achterstand begrepen kan worden.
Naast het stigmatiseren van moslims wordt de westerse cultuur als superieur en dominant gepresenteerd, waarbij de platitudes en het simplisme over wat dat dan behelst, de westerse cultuur, hand over hand toenemen. Dit alles heeft een enorme weerslag op de samenleving, op de solidariteit en op ons streven aan mensen uit te leggen dat ze ‘samen de lul’ zijn. En dat geldt al helemaal als je je wilt richten op het echte Wilders- en Leefbaarelectoraat – mensen rond de grote steden en en in de relatief witte wijken in de Randstad en in de kleinere plattelandssteden. Vaak gaat het om mensen met een grote angst en weinig begrip voor en interesse in die moslim en/of allochtone Ander.

Links zal zich steviger moeten inzetten om een goede analyse van het karakter van de islamofobie en het hedendaagse racisme te ontwikkelen, net als een fundamentele kritiek op het idee van de superioriteit van de westerse cultuur. Ook actief links zal de confrontatie met de islamofobie aan moeten. Zo gemakkelijk is dat nog niet voor politieke stromingen met diepe wortels in radicaal secularistisch/atheïstisch gedachtengoed. Want we moeten echt leren heel anders naar religie te kijken.

Dan rest mij nu alleen nog de woorden ‘wordt vervolgd’ te tikken. Maar eerst raad ik heel onbeschaamd een aantal stukken aan die als achtergrond van uw en mijn eigen denken over deze onderwerpen kunnen dienen: Om te beginnen het interview dat Alex de Jong en ik in 2005 hadden met Tariq Ali, over islam en socialisme. En verder:

Dit stukje van mij over de Sooreh Hera-affaire; : en dit stuk over boerka en boerkaverbod; en dit stuk : over de hoofddoek; en dit stuk over het dubbele karakter van de AEL.