De Franse marxistische filosoof Daniel Bensaïd werd enige tijd geleden geïnterviewd door de Russische revolutionair socialistiche groep Vpered – dat betekent Voorwaarts. Ik ben nu bezig met het vertalen van het interview; het is een lange maar interessante tekst. Hier is alvast een voorlopige versie van het eerste deel. Het volledige interview (in het Frans) is hier te vinden.

Vpered: Welke elementen van de marxistische erfenis zijn in jouw ogen definitief verouderd en welke zijn vandaag nog actueel?
Bensaïd: Om te beginnen zou ik graag het idee zelf van een erfenis willen nuanceren. Er is niet één enkele erfenis, er zijn verschillende marxistische erfenissen. Een ‘orthodox’ marxisme, van een staat of partij maar ook heterodoxe marxismes. Een positivistisch marxisme met wetenschappelijke pretenties en een kritisch, dialectische marxisme of wat de filosoof Ernst Bloch de ‘warme’ en de ‘koude’ stromen van het marxisme noemde. Het gaat hier niet om slechts verschillen in lezing of interpretatie maar om verschillende theoretische vertogen die tot afwijkende, soms zelfs conflictueuze, politieke perspectieven leidden. Zoals Jacques Derrida vaak zei, een erfenis is niet iets wat simpelweg doorgegeven wordt en bewaard, het gaat erom wat er doorgegeven wordt en hoe dit de erfgenamen beïnvloedt.
Goed, dus wat is er verouderd in de theorie van Marx?
Als eerste zou ik een zeker sociologisch optimisme noemen: het idee dat de ontwikkeling van het kapitalisme op een mechanische wijze automatisch zou leiden tot een steeds maar groeiende en steeds meer geconcentreerde arbeidersklasse, een klasse die voortdurend beter georganiseerd zou worden en steeds bewuster zou worden. Een hele eeuw aan ervaringen heeft het belang van verschillen en verdeeldheid in het proletariaat aangetoond. De eenheid van de uitgebuite klassen is niet iets dat van nature gegeven is maar kan slechts het product zijn van strijd, het is een constructie.
Verder denk ik dat men noties als de dictatuur van het proletariaat en het afsterven van de staat opnieuw moet overdenken. Dit is een ingewikkelde kwestie, want de woorden hebben tegenwoordig niet meer dezelfde betekenis als toen Marx ze opschreef. In zijn tijd was in het taalgebruik van de Verlichtingsfilosofen een dictatuur de tegenhanger van tirannie; het woord verwees naar een eerbiedwaardige Romeinse traditie van in uitzonderlijke tijden het voor een beperkte periode toewijzen van bijzondere bevoegdheden aan een leider. Dictatuur betekende dus niet het op willekeurige, onbeperkte wijze kunnen gebruiken van macht. Na de militaire en bureaucratische dictaturen van de twintigste eeuw heeft het woord echter zijn onschuld verloren. Voor Marx was het de naam voor iets nieuws: voor de eerste helemaal zou de meerderheid van de bevolking, in uitzonderlijke tijden, de macht kunnen uitoefenen, zoals tijdens de Commune van Parijs. Toen werd, in de woorden van Marx, ‘eindelijk de vorm van de dictatuur van het proletariaat ontdekt’. Het is deze ervaring van de Parijse Commune, en alle andere experimenten in democratie van onderop, die tegenwoordig nog het overdenken waard zijn. Voor Marx was de dictatuur van het proletariaat dus geen gevestigd bewind. De term had veel meer een strategische betekenis, het beschrijft de breuk tussen een oude juridische orde en een nieuwe; ‘tussen twee tegenovergestelden is het kracht dat beslist’, zo schreef hij in Kapitaal. In zijn ogen was de dictatuur van het proletariaat een proletarische noodtoestand.
Tenslotte hoor je vaak dat Marx misschien wel een goede econoom was of een goede filosoof maar slechts een matige politicus. Volgens mij klopt dat niet. Marx is juist bij uitstek een politieke denker – maar dan politiek niet in de betekenis bij politicologie, als een technische beschrijving van een instituut. Trouwens, in de negentiende waren bestonden er buiten Groot-Brittanie in Europa geen parlementaire regeringen en geen politieke partijen in de zin zoals wij die tegenwoordig kennen. Marx zag politiek eerder in termen van gebeurtenissen, zoals oorlogen en revoluties en als een botsing van krachten. Dit is een opvatting van politiek die ik de politiek van de onderdrukten noem, de politiek van diegene die uitgesloten zijn van het staatsapparaat, wat in burgerlijke opvattingen de enige plek is waar professionele politiek bedreven wordt. Een ander concept van politiek, de opvatting van Marx, is juist vandaag erg relevant.
Dit lijkt mij belangrijker te zijn dan de blinde vlekken van Marx. Het zijn blinde vlekken die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen een uitzonderingstoestand (de ‘dictatuur van het proletariaat’) en het perspectief van een spoedig afsterven van de staat – en het rechtssysteem! Zo’n kortsluiting schijnt mij aanwezig te zijn bij Lenin, vooral in Staat en revolutie, en het heeft hem niet geholpen bij het overdenken van de institutionele en juridische aspecten van de overgangsfase. De ervaringen van de twintigste eeuw verplichten ons ten sterkste om de verschillen tussen partijen, sociale bewegingen en instituten van de staat te overdenken.

Daniel Bensaïd
Wat betreft de actualiteit van de erfenis, die is duidelijk : de actualiteit van Marx is de die van het kapitaal en de kritiek van de politieke economie, van het begrip van de onpersoonlijke en inherente logica van het kapitaal als een ‘social killer’. Het is ook de actualiteit van de commerciële globalisering. Marx was met eigen ogen getuige van een triomferende globalisering: de ontwikkeling van transport- en communicatiemiddelen, spoorwegen en de telegraaf, de verstedelijking en de financiële speculatie, de moderne oorlog en de ‘vernietigingsindustrie’. Wij leven in een tijdperk dat veel op het zijne lijkt, met een nieuwe technologische revolutie – internet, ruimtevaart – en nieuwe speculatie-schandalen en nieuwe oorlogen, ditmaal wereldwijd. Maar waar de meeste journalisten tevreden zijn met het beschrijven van de oppervlakte van de dingen helpt de marxistische kritiek ons bij het begrijpen van de logica van de gegroeide reproductie en accumulatie van kapitaal. Waar deze kritiek ons vooral bij helpt is bij het begrijpen van de crisis in beschaving, een algemene crisis van waarden, van ontregeling van de wereld. De waardewet degradeert alle rijkdom tot een verzameling van koopwaar en meet mensen en dingen slechts in termen van abstracte arbeid. De wereld wordt steeds meer en meer ‘miserabel’, om Marx’ term uit de Grundrisse te gebruiken. De partiële logica van arbeid en techniek vertaalt zich in een groeiende globale irrationaliteit. De sociale crisis – groeiende productiviteit leidt juist tot uitsluiting en armoede en niet tot meer vrije tijd – en de ecologische crisis – het is onmogelijk om de beurs of Nasdaq te laten beslissen over natuurlijke hulpbronnen die ontstaan zijn in periodes van duizenden jaren – zijn duidelijke voorbeelden van deze irrationaliteit.
Achter deze crisis, die het voortbestaan van de wereld en de menselijke soort bedreigt, liggen de inherente beperkingen van kapitalistisch eigendom. Alhoewel de socialisering van arbeid belangrijker is dan ooit tevoren is privatisering van industrie, diensten, ruimte, leven en kennis, een rem op de ontwikkeling en bevrediging van behoeften. De eis van goede publieke voorzieningen en de gratis ontwikkeling van bepaalde goederen en diensten, de claim op een gemeenschappelijk bezit van de mensheid wat betreft energie, toegang tot land, water lucht en kennis is een eis voor nieuwe sociale verhoudingen.
januari 28, 2008 at 6:18 pm
[...] Posted by kritischlinks under Uncategorized Het tweede deel van een ruwe vertaling van een interview met Daniel Daniel Bensaïd. Hij is niet echt kort van [...]
januari 30, 2008 at 7:42 pm
[...] 30, 2008 Interview met Bensaïd (3) Posted by kritischlinks under Theorie Bensaid laat zijn licht schijnen over de dialectiek en bezorgt en passant [...]