Het is bevrijdingsdag en het verleden wil maar niet op houden te bestaan. Het politieke nieuws de afgelopen nieuws weken is niet om vrolijk van te worden. In Groot-Brittanie is New Labour afgstraft voor een beleid dat de kloof tussen arm en rijk nog dieper heeft doen groeien dan deze onder Thatcher al was. Helaas was het niet links dat van de onvrede kon profiteren – vooral de Tories hebben gewonnen. Veel Labour stemmers zullen wel thuis zijn gebleven of misschien wel overgelopen zijn, immers; waarom op de kopie gaan stemmen als je ook het orgineel kunt krijgen?

Brown, Brown, Brown, out, out, out.
De klap was vooral erg zwaar in London, waar Labour burgermeester Ken Livingstone verslagen werd door een Tory en een vertegenwoordiger van de fascistische BNP in de London Assembly is gekozen. In de jaren tachtig was Livingstone nog ‘Red Ken’ en een kopstuk van de oppositie tegen Thatcher. Toen Livingstone het als onafhankelijke kandidaat opnam tegen de officiele, door Blair en de partij-machine gesteunde, Labour kandidaat in de verkiezingen van 1997 boekte hij een glorieuze overwinning. Wel werd hij de parij uitgekiept. in de jaren daarna sloot hij zijn vrede met de partij en werd hij opnieuw toegelaten als lid. Als burgermeester heeft hij zeker enkele goede dingen gedaan, zoals zijn stellingnames tegen de oorlog in Irak en racisme, maar in de loop van de tijd verlepte het rood van Ken door zijn compromissen met New Labour. Dieptepunten waren onder andere zijn oproep aan personeel in de metro om tijdens een staking als stakingbrekers te fungeren en nog een paar dagen voor de verkiezingen zijn trotse verklaring dat onder zijn burgermeesterschap stakingen nooit succes boekten. Ondanks de zegening van Brown himself ging Livingstone dit keer ten onder. Hier zit echter ergens een les in, over opkomen voor je achterban, een alternatief zijn voor je achterban en meer van die dingen…
Die BNP-er in de Assembly zal ondertussen vast vrienden maken daar; een Tory, lid van hun ’schaduwkabinet’ vergeleek de intocht van zijn partij in het Lonodonse gemeentehuis al met Mussolini’s mars op Rome…
In Mussolini’s thuisland heeft de man ook nog steeds fans op hoge plekken. De nieuwe burgermeester van Rome, Gianni Alemanno, komt uit onvervalst fascistische hoek en word wel omschreven als ‘post-fascist’. Dat de nadruk sterk op het tweede ligt lieten zijn aanhangers blijken toen ze hem begroetten met gestrekte rechterarmen en het scanderen van ‘Duce, Duce, Duce’. Het is voor het eerst in decennia dat Rome een rechtse burgermeester heeft en links in Italie is electoraal zo goed als weggevaagd. Fausto Bertinotti, de grote man van Rifondiazone Communista, weet de nederlaag van Prodi eraan dat zijn regering ‘niks heeft gedaan voor de arbeiders’. Dat werpt de vraag op waarom Bertinotti dan zo lang vastbesloten was cruciale steun te geven aan die regering en voor de verkiezingen een coalitie vormde die als voornaamste doel had een nieuwe regering Prodi mogelijk te maken. In Italie gebeurde hetzelfde als enige tijd later in Groot Brittannie; linkse stemmers bleven thuis omdat ze geen werkelijk alternatief zagen terwijl rechts – dat wél consequent bleef – een enthousiaste achterban kon mobiliseren. Het opbouwen van zo’n alternatief zal nog lang duren maar is bitter noodzakelijk als we niet nog veel vaker ‘Duce, Duce, Duce’ willen gaan horen.
En terug in Nederland is de PVV op hun gebruikelijke racistische toer. Volgens PVV-Tweede Kamerlid Martin Bosma is het aandeel van ‘allochtonen’ in de Nederlandse bevrijding van de Nazi’s te verwaarlozen geweest en daarom is ‘ie kwaad over de suggestie van staatssecretaris Bussemaker dat leerlingen ook wat te horen krijgen over de rol van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen bij de bevrijding van Nederland. Nog voordat er iets gezegd is over wát de scholieren dan moeten leren spreekt Bosma al van geschiedvervalsing. De manier waarop de term allochtoon hier gebruikt word spreekt al boekdelen. Nogal wiedes was het aandeel van allochtonen – in de zin van ‘een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren’ en van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst – in de bevrijding gering want zoveel van die mensen woonden er toen niet in Nederland. Voor Bosma is allochtoon/moslim/niet blank allemaal hetzefde, anders zou dit soort dingen wel tot hem doordringen.
Bosma vraagt onder meer welke slag anders verlopen zou zijn zonder ‘allochtonen’ aan geallieerde zijde. Misschien enkele in Tunesie en Italie waar duizenden Marokkanen aan Franse zijde meevochten en ook bij Amerikaanse bevelhebbers opvielen door hun moed in onder andere de beroemde slag om Monte Cassino?
Ook vraagt hij op hoge poten of Bussemaker dan ook bereid is aandacht te geven aan de islamitische troepen, meerendeels van Kroatische afkomst, die in dienst waren van de SS. Maar als Bosma zich echt zorgen maakt over de juiste balans in het geschiedenisonderwijs, laten we het dan ook eens hebben over de Nederlandse SS-ers. Dat waren er rond de 25.000, een stuk meer mensen dan die meevochten in de Prinses Irene brigade die nooit meer dan 3500 leden telde. En het waren er ook een stuk meer dan degene die moedig genoeg waren om in Nederland zelf actief in verzet te komen. En trouwens ook meer dan die Islamitische ‘Handschar divisie’ die niet meer dan 21.000 man telde. Er waren dus meer blanke Nederlanders, met christelijk-humanistische achtergrond en al, die als politieke soldaten meevochten in de Schutzstaffel van de Fuhrer dan moslims dit deden.
En in tegenstelling tot de Handschar divisie, waar in 1943 muiterij uitbrak toen soldaten zich wilden overgeven, bleven de Nederlandse SS-ers trouwe soldaten van het nationaal-socialisme. De SS-divisie waar de Nederlandse vrijwilligers deel van uit maakten, de divisie Wiking, stond bekend om haar fanatisme in de vernietigingsoorlog aan het oost-front en bleef de hele weg terug van Leningrad naar Berlijn onverminderd doorvechten.

Propaganda over trouw aan Nederland deed het
65 jaar geleden ook al goed.
De rol van Nederlanders in de bevrijding, dié is te verwaarlozen!