Op de website van Grenzeloos stond er al een kort berichtje, over; de crisis op het zuid-Filipijnse eiland Mindanao. Na jaren van onderhandelingen – onderhandelingen die al eerder door diepe dalen gingen – leek het er kort geleden even op dat de zuid-Filipijnse regering eindelijk een definitief vredesakkoord zou sluiten met de islamitische afscheidingsbeweging, het Moro Islamic Liberation Front, ook bekend onder de ongelukkige afkorting MILF. Het MILF is een guerilla-beweging die in de vroege jaren tachtig voortkwam uit het Moro National Liberation Front omdat deze haar oorspronkelijke doel, een onafhankelijk thuisland voor de islamitische minderheid in Mindanao – bekend onder de naam Moro’s – zou hebben laten varen. Na een periode van heftige gevechten in de jaren zeventig ging het MNLF onderhandelen met de Filipijnse regering, een proces dat uiteindelijk tot een definitief vredesakkoord leidde toen de centrale regering in 1996 instemde met een autonome, islamitische regio in Mindanao en het MNLF hun voorman tot gouverneur van deze Autonomous Region of Muslim Mindanao (ARMM) benoemde.

Het MILF leek min of meer de weg van hun grote broer te volgen. In ruil voor een defintief staakt-het-vuren zou de ARMM uitgebreid worden met nieuwe gebieden en nieuwe bevoegdheden tot de zogenaamde Bangsamoro Juridical Entity (BJE, Bangsamoro betekent moslim-natie)

Wat precies de grenzen van deze BJE zouden worden en wat de nieuwe bevoegdheden zouden zijn hielden de onderhandelaars geheim. Maar kort voor het ondertekenen van de overeenkomst lekte de inhoud uit. En toen werd duidelijk dat de BJE niet alleen wel erg verregaande bevoegdheden zou krijgen – eigen diplomatieke banden met het buitenland, een eigen valuta-eenheid, een eigen veiligheidsapparaat – en de facto een staat binnen de staat zou vormen, ook viel een groot aantal gebieden waarvan de bewoners nooit een stem hadden gehad in deze keuze opeens onder de BJE. De vrees van christelijke en andere Filipino’s om onder een sharia bewind terecht te komen moedwillig aangewakkerd door politici en andere elite-figuren die het verdrag al niet zagen zitten. Maar helemaal ongegrond is enige vrees niet.  Het MNLF dat volgens de verdragen de de ARMM zou besturen, is niet fundamentalistisch maar wel religieus geïnspireerd – onvermijdelijk eigenlijk aangezien Moro niet alleen een etnische maar ook religieuze identiteit is. En het MILF is een stuk rechter in de leer dan het MNLF – het verschil in de naam geeft al aan waar de ideologische verschillen gedeeltelijk te vinden zijn. Volgens het MILF moet het land van de Moro’s geregeerd worden volgens de regels van de Islam – hoe die ook geinterpreteerd worden, niet-moslims worden in deze staat naar een achtergestelde plaats verwezen. Bovendien is het natuurlijk weinig democratisch dat de bevolking geen zeg had in de kwestie.

Politieke tegenstanders van het verdrag voerden hun campagne op en drongen er bij het hooggerechtshof op aan het verdrag in strijd met de grondwet te verklaren. Die verklaarden dat het verdrag neerkwam op het aantasten van de territoriale integriteit van de Republiek en vaardigden een bevel uit om de ondertekening uit te stellen. Dit was zo kort voor de ondertekening dat de hele plechtigheid al georganiseerd was en zelfs de Amerikaanse ambassadeur voor niks kwam opdraven.

Hierna raakte de loop van de gebeurtenissen in een stroomversnelling. Een tweetal commandanten van het MILF, gefrusteerd over het vastlopen van de diplomatieke aanpak, viel christelijke gemeenschappen in Mindanao aan. Burgers werden gedood of als menselijk schild gebruikt, huizen platgebrand en geplunderd. Er vielen tientallen doden. Het leger zette daarop de achtervolging van de commandanten in en de daaropvolgende gevechten hebben aan tientallen het leven gekost, het aantal vluchtelingen bedraagt tienduizenden – het Rode Kruis alleen al verzorgt opvang voor 70.000 mensen.

Het hele vredesproces hangt nu aan een zijden draadje. Het MILF heeft de acties van commandanten Kato en Bravo afgekeurd maar tegelijkertijd weigert het de schuldigen uit te leveren, zelf gevangen te nemen of zelfs maar uit het MILF te zetten. Onderlinge loyaliteit weegt blijkbaar zwaarder dan de misdadige acties die deze bebelhebbers en hun troepen verricht hebben. Het leger voert op het moment slechts acties uit tegen deze twee commandanten en een derde die hun geholpen zou hebben. Maar het risico bestaat dat ook de rest van het MILF in de gevechten betrokken raakt. Zeker is dat nu al burgers op grote schaal het slachtoffer zijn geworden van de gevechten.

De grote vraag is hoe het zo ver heeft kunnen komen. Het MILF verwijt de regering een spelletje gespeeld te hebben en altijd slechts naar een aanleiding om opnieuw het leger in te zetten gezocht te hebben. De toezeggingen voor de nieuwe BJE zouden juist zo verreikend zijn geweest om een verbod van het hooggerechtshof en grootschalige politiek protest uit te lokken – iets wat dan weer Manila een reden zou geven om de onderhandelingen af te kappen. Dat klinkt als een samenzweringstheorie maar onmogelijk is het niet. De Filipijnse regering neemt het niet nauw met de eigen wetten of democratische prodedures – om het zwak uit te drukken. Misschien was er inderdaad sprake van een opzetje. De regering was er in ieder geval heel snel bij om na de uitspraak van het hof – die slechts opriep tot afstel – en de eerste vijandigheden – die plaatsvinden zonder toestemming van de leiding van het MILF – het verdrag naar de prullenbak te verwijzen. En kort daarna verklaarde presidente Arroyo dat in plaats van met gewapende groepen te onderhandelen de regering in de toekomst direct met plaatselijke gemeenschappen zou praten – buiten groepen als het MILF om, die blijkbaar niet erkend worden als legitieme woordvoerders van deze gemeenschappen. Dit is een aanpak die onmgelijk tot vrede kan leiden omdat het MILF nog steeds op brede steun kan rekenen onder Moro’s. Bovendien, zo verklaarde de regering korte tijd later, zouden de eerste punten van toekomstige onderhandelingen het ontwapenen en ontbinden van de gewapende eenheden van rebellen moeten zijn. Dit komt er op neer dat overgave als voorwaarde voor onderhandelingen gesteld word en het MILF, dat zijn onderhandelingspositie te danken heeft aan jaren van gewapende strijd en een sterke militaire tak, zou wel gek zijn om hiermee akkoord te gaan. Maar het is ook duidelijk dat de MILF niks gedaan heeft om deze eventuele val van de regering te vermijden – commandant Bravo maakte zich al eerder schuldig aan misdaden tegen burgers maar bleef lid van het MILF en de weigering van de organisatie om nu duidelijke stappen te ondernemen tegen de drie commandaten kost haar niet alleen veel steun – onder moslims en niet-moslims – maar versterkt ook de dynamiek van het conflict richting een sektarische confrontatie tussen moslims en christenen.

Onderhandelingen met de andere guerilla die actief is in de archipel, de maoistische CPP, liggen al lange tijd stil en de regering heeft als doel om binnen twee jaar de CPP militair te verslaan. Het lijkt er nu op dat ook met betrekking tot de islamitische afscheidingsbeweging de regering voor de harde lijn kiest. Dat is niet alleen een aanpak die betekent dat het aantal (burger-)doden nog verder zal oplopen. Het is ook een aanpak die de werkelijke oorzaken van het conflict – de armoede en het racisme waar Moro’s mee geconfronteerd worden – negeert. Dat hoeft niet te verrassen want de regering Arroyo heeft al eerder duidelijk laten zien aan de kant van de elite die er alle belang bij heeft om de ongelijke verdeling van welvaart en macht in stand te houden te staan. Een dergelijke niet-praten-maar-schieten-(en-als-dat-niet-helpt-gewoon-meer-schieten) filosofie past mooi in de globale ‘war on terror’. Arroyo – een supporter van deze oorlog – wordt in het westen afgeschilderd worden als een democraat maar voert in haar eigen land een economische en militaire oorlog tegen haar bevolking.