Zelden zal een presidentsverkiezing tot zo veel vreugde hebben geleid als die van Barack Obama. Het contrast met Bush – die een nieuw diepterecord heeft weten te vestigen in de peilingen – kon niet duidelijker zijn.

Links hoeft weinig te verwachten van Obama – hij is natuurlijk een stuk beter dan John ‘Bomb, bomb, Iran’ maar hij heeft bijvoorbeeld belooft het aantal troepen in Afghanistan te vergroten, een oorlog met Pakistan als mogelijkheid open te houden en de Palestijnen hoeven van hem ook niet al te veel verwachten. Voor links is het van groter belang dat het ontstuibare optimisme dat zijn campagne kenmerkte een snaar raakte bij het Amerikaanse publiek, ook bij mensen die voorheen niks met politiek hadden kunnen zich blijkbaar herkennen in de retoriek van de kandidaat die ‘yes, we can’ zijn campagne slogan maakte. De Amerikaanse socialistische organisatie Solidarity heeft goed het dubbelzijdige karakter van de verkiezing van Obama uitgelegd. De grote uitdaging voor links in de VS is niet in de hoek te gaan mokken en zodra Obama de fout in gaat – wat hij onvermijdelijk zal doen – met een opgeheven vingetje te roepen; ‘zie je wel! wij hadden gelijk!’ maar een aansluiting te vinden bij de grote aantallen mensen die gemotiveerd werden door de behoefte naar verandering na jaren van oorlog en neoliberale uitbuiting in de VS en daarbuiten.

Obama heeft zelf gezegd dat hij, als relatieve nieuwkomer op het politieke toneel, als projectiescherm voor de verwachtingen van allerlei mensen kan dienen. Dat geld natuurlijk voor zijn aanhangers die soms welhaast wonderen lijken te verwachten van zijn presidentschap maar het geldt zeker ook voor zijn tegenstanders.

Een ander voorbeeld van dat toch wel typisch Amerikaanse optimisme, van het geloof dat als je maar wilt alles kunt bereiken, zijn Obama’s opvattingen over rassenverhoudingen. Die kwestie speelde natuurlijk vanaf het begin een rol in Obama’s campagne maar was lange tijd een olifant in de kamer die zoveel mogelijk vermeden werd. Die olifant werd niet meer te vermijden toen Obama’s vijanden de aanval op hem openden vanwege uitlatingen die zijn predikant had gedaan. Vooral de opname van Rev. Jeremiah Wright die vanaf het kansel ‘God damn America’ verkondigde deed de rondte. Als je de opname van de hele preek bekijkt is het helemaal geen idiote uitbarsting maar deel van een mooi opgebouwd, beargumenteerd verhaal over de misdaden die in naam van Amerika zijn begaan en dat ‘god damn America’ vanuit dat oogpunt veel beter past dan het gebruikelijke ‘God bless America’.



Obama reageerde uiteindelijk met deze toespraak over ‘race’ in Amerika. Wat ik typisch vind voor het optimisme ervan is bijvoorbeelddeze passage aan het einde:

“For we have a choice in this country. We can accept a politics that breeds division, and conflict, and cynicism. We can tackle race only as spectacle – as we did in the OJ trial – or in the wake of tragedy, as we did in the aftermath of Katrina – or as fodder for the nightly news. We can play Reverend Wright’s sermons on every channel, every day and talk about them from now until the election, and make the only question in this campaign whether or not the American people think that I somehow believe or sympathize with his most offensive words. We can pounce on some gaffe by a Hillary supporter as evidence that she’s playing the race card, or we can speculate on whether white men will all flock to John McCain in the general election regardless of his policies.
We can do that.
But if we do, I can tell you that in the next election, we’ll be talking about some other distraction. And then another one. And then another one. And nothing will change
That is one option. Or, at this moment, in this election, we can come together and say, “Not this time.” This time we want to talk about the crumbling schools that are stealing the future of black children and white children and Asian children and Hispanic children and Native American children. This time we want to reject the cynicism that tells us that these kids can’t learn; that those kids who don’t look like us are somebody else’s problem. The children of America are not those kids, they are our kids, and we will not let them fall behind in a 21st century economy. Not this time.”

Als Obama één ding is, is het een begaafd spreker. Op papier valt ook veel te zeggen voor de benadering om het niet over verschillen tussen blank en zwart te hebben maar over kwesties die ons allemaal raken, zoals bijvoorbeeld economische tegenslag. Het deed me eerlijk een beetje denken aan de benadering van SP hier te lande.

Maar het gaat op twee punten spaak; ten eerste zijn zwarten in Amerika nog steeds buitenproportioneel arm. Als je armoede wilt bestrijden, kun je de kwestie van de scheve verhouding tussen blank & zwart niet vermijden. David Roediger, de Amerikaanse historicus die een aantal klassieke studies schreef over de constructie van raciale priviliges in Amerika en de impact van raciale verdeeldheid op de arbeidersklasse in de VS, schreef een mooi artikel waarin hij laat zien dat ‘ras’ helaas nog steeds een maar al te echte scheidslijn is.

Maar voordat je daar aankomt, is de eerste zwakheid van deze benadering al de illuse van ‘we have a choice in this country’. Want of ras besproken wordt of niet, is geen vrije keuze van Obama. Zijn tegenstanders maakten het een issue, of hij wilde of niet.

Hillary Clinton begon er eigenlijk al mee toen ze, naarmate het duidelijker werd dat ze zou verliezen van Obama, steeds wanhopiger erop ging wijzen dat zij, in tegenstelling tot haar rivaal blijkbaar, wel ‘normale, hardwerkende arbeiders’ vertegenwoordigde. Er werd op gehamerd dat Obama vooral jongeren en zwarten aansprak en niet ‘Amerikaanse arbeiders’, die blijkbaar allemaal van middelbare leeftijd en blank zijn.

Maar de beerput ging pas echt open toen Obama het rechtstreeks tegen McCain op moest nemen. McCain was natuurlijk slim genoeg om zich afzijdig te houden van de grofste uitwassen. Maar iedereen zal wel de filmpjes gezien hebben van de Republikeinse supporters die meest idiote, racistische dingen over Obama zeiden. Dat racisme is niet bepertk tot de VS, eenl id van de regerende partij in Polen bijvoorbeeld noemde de verkiezing van Obama ‘een ramp voor de blanke beschaving’.

Ook mensen die ‘aan de goede kant staan’ zeggen soms rare dingen over de verkiezing van Obama. Eén daarvan is dat met de verkiezing van Obama de droom van Martin Luther King is uitgekomen, waarmee dus impliciet gezeghd wordt dat de emancipatie van de zwarte bevolking in de VS is voltooid. Dat is een stelling waar rechts prima mee aan de haal kan gaan; sinds jaar en dag bestaat de reactie van rechts op anti-racisten eruit dat ze minderheden verwijten zich aan te stellen in plaats van gewoon voor zichzelf te zorgen. Daar kan nu de drogredenering ‘Obama kon toch ook president worden?’ – alsof Obama de sociale positie van de  zwarte minderheid belichaamt – aan toegevoegd worden.
Een ander voorbeeld van projectie is de, verder best sterke, toespraak die Ed van Thijn hield op de Kristalnacht herdenking in Amsterdam. Hij zei; ‘het is toch een hartverwarmende doorbraak wat zich deze dagen in Amerika heeft afgespeeld. Racisme en/of anti-racisme speelde, aldus alle peilingen, geen rol. Obama én de mensen die hem gekozen hebben stonden daar boven! Amerika heeft kleur bekend en de rest van de wereld volgt.’

Volgens mij klopt dit niet helemaal. Niet alleen omdat een deel van de aanhang van McCain, die slechts zo’n 6 procent minder stemmen kreeg dan Obama, zoals gezegd zeker niet vrij was van racisme en de campagne hier ook op inspeelde. Maar ook omdat anti-racisme wel degelijk – gelukkig!- een rol speelde bij veel mensen die voor Obama stemden. 96 procent van de zwarte stemmers stemde Obama – omdat Obama’s beleid veel beter zal uitpakken voor de grote meerderheid van zwarte bevolking in de VS vergeleken met dat van McCain maar ook omdat ze zich er van bewust waren dat een zwarte president een prachtige overwinning op racisme is. Trouwens, dat was een besef dat ook veel blanke Obama kiezers deelden. Eigenlijk is daarmee nog voordat Obama echt de president wordt al de grootste overwinning behaalt.