Uncategorized


  1. De Palestijnen hebben het recht om zich te verzetten. Dit betekent dus ook: het recht om gewapend geweld te gebruiken tegen een militaire bezettingsmacht. Dit is een recht dat door de VN erkend is en logisch volgt uit het recht op zelfverdediging. Palestijns verzet, in geweldloze en in deze vorm, verdient de steun van iedereen die ook maar een moer geeft om democratie en het recht op zelfbeschikking.

  2. Dit recht betekent niet dat aanvallen, gericht op burgers, ook toegestaan zijn of dat we onze blik daarvan moeten afwenden in het belang van een zogenaamd ‘groter geheel’. Juist een goed begrip van de zestig jaar lange voorgeschiedenis van het geweld in de Palestijnse gebieden en Israël dwingt hier aandacht aan te geven. De Israëlische staat werd gesticht en mede mogelijk gemaakt door geweld tegen burgers; etnische zuivering verzekerde een Joodse meerderheid in de nieuwe staat. Het huidige Israëlische beleid, waarin levens van meerdere Palestijnse burgers minder waard zijn dan één Israëlische soldaat, is een gevolg van dezelfde racistische logica.

  3. Palestijns geweld tegen burgers – bommen in bussen, cafés, door raketten op steden en dorpen – moet door links afgewezen worden. Allereerst om ethische redenen maar ook om strikt politieke redenen. Gewelddaden tegen burgers – zoals de slachtpartij op het vliegveld van Lodz door het PFLP of de zelfmoordbommen en Quassam raketten van Hamas, zijn niet alleen een PR geschenk uit de hemel voor de Israëlische regering. Ze leiden ook tot een polarisering langs etnische lijnen; als elke Israëli vanwege zijn of haar Israëli zijn tot legitiem doelwit wordt verklaard word, is het te verwachten dat zij op hun beurt alle Palestijnen als hun potentiële moordenaars zien. Geweld langs etnische lijnen leidt ertoe dat mensen zich achter ‘hun’ staat scharen, op zoek naar bescherming. De grote steun in Israël voor het militaire geweld is niet los te zijn van deze logica. Het is ook niet los te zien van een racistisch wereldbeeld waarin burgerrechten worden toegekend op basis van etniciteit, een wereldbeeld zoals de Israëlische staat uitdraagt. Geweld tegen Israëlische burgers doet de Palestijnse zaak schade.

  4. Erop wijzen dat het terrorisme van pro-Palestijnse groepen en het leed dat hierdoor veroorzaakt wordt in geen verhouding staat tot de Israëlische staatsterreur is niet hetzelfde als dit leed en deze terreurdaden goedpraten of zelfs maar te bagatelliseren. Het is een simpel feit dat Palestijns geweld vele malen minder burgers het leven kost dan het geweld van het Israëlische leger. Dit is een noodzakelijk inzicht om te begrijpen hoe de krachtsverhoudingen liggen.

  5. Net zomin zoals als steun aan het Palestijnse verzet synoniem is met instemming met de methodes van enige Palestijnse groepering dan ook, betekent het automatisch instemming met wereldbeeld van welke groepering dan ook.

  6. Het Palestijnse verzet beslaat een breed politiek spectrum; van de links-nationalistische PFLP tot de fundamentalistische Hamas. Hamas is een organisatie wiens wereldbeeld gedeeltelijk bepaald wordt door antisemitisme. Antisemitisme is een extreem-rechtse, reactionaire ideologie die oorzaak van ellende veroorzaakt door kapitalisme en imperialisme bij een groep legt die als ‘Joods’ betiteld word. Zoals Karl Lueger, van van 1897 tot 1910 burgemeester van Wenen en inspirator van Hitler verklaarde; ‘ik bepaal hier wie Joods is’. Antisemitisme is geen automatisch gevolg van de ellende waarin de Palestijnen verkeren en iets dat genegeerd kan worden als een verschijnsel dat ‘vanzelf’ verdwijnt als de bezetting ophoudt maar een specifieke ideologie die gepropageerd moet worden om aan te slaan. Antisemitisme moet door links afgewezen worden uit naam van socialistische waarden als de universele gelijkwaardigheid van mensen. In de context van het Israëlische-Palestijnse conflict draagt antisemitisme bovendien bij aan etnische polarisering, hetgeen leidt tot misdadig geweld en een doodlopende weg vormt voor de Palestijnen. Het militair verslaan van Israël ligt totaal niet in de mogelijkheden van de Palestijnse beweging.

  7. Dat Israël in zijn bestaan bedreigt wordt door Hamas, Hezbollah et cetera is namelijk volledige onzin: aan de ene hand een regionale supermacht, bewapent met kernwapens, een hoog ontwikkelde economie en nauwe vriendschapsbanden met de grootste militaire mogendheid ter wereld versus guerrilla-milities die slechts steun krijgen van enkele veel minder machtige staten als Syrië en Iran.

  8. Het geweld van zowel Israël als bepaalde Palestijnse groeperingen tegen burgers is niet uniek. Geweld tegen burgers heeft een duidelijk doel in moderne oorlogen; het breken van de moreel en de wil tot verder vechten van de vijand en het fysiek uitschakelen – vermoorden dus – van hun steun. Van de bombardementen op steden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot napalm op Vietnamese dorpen is de twintigste eeuw vol met voorbeelden hiervan. Hamas is dus geen unieke vorm van kwaad waar alle middelen – hoe ‘betreurenswaardig’ sommige gevolgen soms ook zijn – tegen zijn geoorloofd. Hetzelfde geld voor Israël: dat Israël met geweld tegen burgers niet uniek is, is geen verdediging van Israël maar een bewijs voor de capaciteit tot misdaden van zogenaamde ‘beschaafde staten’.

  9. Alleen een progressieve beweging kan een uitweg bieden voor de Palestijnen. Zoals al gezegd kunnen de Palestijnen een confrontatie met de Israëlische bevolking en hun staat als geheel niet winnen. De Palestijnse beweging moet een deel van de Israëlische bevolking ervan overtuigen dat zij; a. in vrede kunnen leven met de Palestijnen en b. dit, en niet een oorlog zonder einde, in hun voordeel is. Een dergelijke ontwikkeling is jammer genoeg nog ver weg.

  10. Net zoals links geen rechtse, religieuze fundamentalisten aan de macht wil in eigen land, wil links dat ook niet zien gebeuren in Palestina. Links moet progressieve, democratische krachten in de pro-Palestijnse beweging, zoals het Palestijnse Nationale Initiatief (wiki), vertegenwoordigt door Mustafa Barghouti, of het Alternative Information Centre steunen en helpen te versterken. Dat deze krachten veel zwakker zijn dan religieuze bewegingen als Hamas is alleen maar om reden om nog meer werk te maken van dergelijke steun.

  11. De eerste stap naar een rechtvaardige vrede is Palestijns verzet. De huidige oorlog is het zoveelste bewijs dat de Israëlische staat zoals deze nu bestaat misdadig en racistisch is. Morele appels om dit veranderen zijn nutteloos; een hele politieke klasse in Israël heeft belang bij deze koers dankzij een racistische, oorlogszuchtige ideologie en sociale basis voor deze ideologie.

intifada
Intifada! Intifada! free Palestine!

De Palestina solidariteitsdemonstratie gisteren in Amsterdam was een succes. Wat op mij indruk maakte was dat een demonstratie die op zo’n korte termijn georganiseerd was zo goed uitpakte, alle lof voor de organisatie en iedereen die mensen op de been bracht om deel te nemen. Rond 13.00, de officiële aanvangstijd, was het aantal demonstranten nog laag, misschien ergens tussen de 500 en 1000. Maar er bleven mensen bij komen en toen we gingen lopen moeten er duizenden mensen zijn geweest. Ik zelf dacht zo’n 5000 maar het zouden er ook 10.000 geweest kunnen zijn – het is moeilijk om een indruk te krijgen van het aantal als je allemaal in een lange stoet door de straten loopt.

p10300521

Die demonstratie was erg gevarieerd – qua samenstelling: veel ‘allochtonen’, veel kinderen, jongeren en ouderen. En qua politiek ook. Net zoals de organiserende organisaties een spectrum van conservatief (Milli Gorus) tot uiterst links (Internationale Socialisten) besloegen, zag je ook in de demonstratie uiteenlopende opvattingen. Zowel religieus pacifistische types als de neo-stalinistische NCPN bijvoorbeeld. En ook islamitische fundamentalisten. Vlaggen van Hezbollah en Hamas – die vast ook meegedragen worden als solidariteitsverklaring vanwege de rol in het verzet tegen Israël van deze organisaties, een paar Islamitische Jihad symbolen, een enkel portret van Khomeini of Hanniyeh. Dat zal voor sommige mensen een reden zijn om niet aan dergelijke demonstraties deel te nemen. Natuurlijk zou ik liever ook zien dat die mensen hun steun betuigden aan linkse, democratische organisaties.

p1030057

Maar helaas wordt het Palestijnse verzet gedomineerd door religieuze groeperingen en stromingen. Het is dus logisch dat mensen die – volledig terecht – hun steun willen betuigen aan het Palestijnse verzet bij dit soort organisaties uitkomen. Deze mensen vervolgens proberen uit te sluiten van de demonstratie zou niet alleen onmogelijk zijn – ik schat dat het uitgesproken linkse deel van de demonstratie een derde was en in evenwicht met de Hamas en Hezbollah symphatisanten – het zou ook contra-productief zijn. Als links wegblijft bij dit soort demo’s wordt het initiatief overgelaten aan de fundamentalisten om zich te profileren als de enige woordvoerders van de Palestijnse zaak. Als links zijn eigen puur linkse demonstraties zou organiseren, zouden alleen mensen die het al met ons eens dat kunnen begrijpen. En we zouden ons afsluiten van mensen die sympathiseren met de Palestijnen maar niet goed weten hoe ze dat vorm moeten geven. Om een verschil te maken moet links natuurlijk wel goed aanwezig zijn met de eigen symbolen en leuzen. En volgens mij zat dat wel goed gisteren. Naast de religieuze parafernalia zag ik ook veel rood en vlaggen en banieren van linkse organisaties: van de Libanese Communistische Partij tot DIDF dat duidelijk aanwezig was. In buurt van hun spandoek klonk het ‘hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit’ veel luider dan het ‘Allah Akhbar’. Grote afwezige van links Nederland was de SP. Natuurlijk, Harry van Bommel gaf een toepasselijk boze toespraak maar verder moest je de SP met een klein lampje zoeken. Ik heb in de menigte misschien tien mensen gezien die als SP-ers herkenbaar waren maar er was geen spandoek, flyer of wat dan ook. Als allerlei veel kleinere linkse clubs duidelijk aanwezig konden zijn had de SP dat toch ook wel gekund en het is vooral jammer omdat de SP altijd de Palestijnse zaak heeft gesteund.p1030071

Maar goed, in het algemeen was het zeker een geslaagde dag. En jammer genoeg ook erg nodig, vooral nu het Israëlische leger ook over land Gaza is binnengevallen en onze regering daar politieke steun voor blijft geven.

Voor nieuws en commentaar kan ik de site van het Alternative Information Centre, een linkse, gezamenlijke organisatie van Israeli’s en Palestijnen aanraden. Peter Storm schreef ook een verslag van de demonstratie op zijn blog. En hier de tekst van het pamflet dat SAP/Grenzeloos uitdeelde op de demonstratie.

Sketch van Richard Pryor uit 1977 als president die een persconferentie geeft.

“Mister president, on your list of candidates for director of the FBI, are you including the name of Huey Newton?”
“Yes. I figured Huey Newton is best qualified, he knows the ins and outs of the FBI”

Maurice Ferrares schreef dit commentaar op de financiële crisis.

Stelen mag als je het maar geen stelen noemt. De financiële crisis in de afgelopen tijd heeft dat bewezen. Je moet dan wel zorgen, dat je wetten hebt gemaakt waarin de diefstal een legale basis heeft; je moet voor klassejustitie zorgen die de wetten uitlegt zoals jij dat als bezitter wil en je rustig ongestraft je gang kan gaan. Verder moet je over een horde juristen beschikken die samen met de rechters de show van wat genoemd wordt: `het recht’ opvoeren.

Dit alles hoeft niet te verbazen, het is gewoon het systeem waaronder we leven. Soms gaat er wel eens iets verkeerd. De dieven gaan de gevangenis niet in, ze doen immers niets wat in strijd met de wet is. Wanneer er wat verkeerd gaat, worden de regeltjes aangepast en wordt een nieuwe methode om te stelen bedacht en kan er opnieuw worden geplunderd.

De financiële crisis waarin de kapitalistische wereld momenteel verkeert – Rusland en China  blijven ook niet buiten schot – is een gevolg van de latente winsthonger van ondernemers en financiers waarop het systeem is gebaseerd.

Dit maal is het alleen aan velen duidelijk geworden omdat er in Amerika en de rest van de wereld  direct miljoenen mensen door getroffen zijn.

Hoe is er gestolen? We beginnen met een kleintje. De baas van Fanny Mae (een van de twee hypotheekbanken die door de Amerikaanse staat zijn overgenomen) heeft toen zijn dagen al geteld waren 14.1 miljoen dollar als afscheidsgeschenk ontvangen. Toen Fanny Mae en Freddy Mac begin september door de Amerikaanse regering werden overgenomen en de twee directeuren naar huis werden gestuurd, kregen ze ieder ruim 20 miljoen dollar mee.

Martin Sullivan de algemeen directeur van de verzekeringsmaatschappij AIG – eveneens overgenomen door de Bush-administratie – kreeg bij zijn gedwongen ontslag in juni jl. 68 miljoen dollar. Bij de gedeeltelijke overname half september van Lehman Brothers door Barclay werd aan de vertrekkende top van de Brothers een`smartegeld‘ van 2,5 miljard dollar uitgekeerd.

Stanley O’Neil  die in 2003 baas werd van Merrill Lynch kreeg bij zijn ontslag in oktober 2007 een gouden handdruk van 160 miljoen dollar. En wat te zeggen van het feit dat te midden van de hypotheekcrisis de vijf grote Amerikaanse banken aan hun medewerkers in  2007 66 miljard dollar aan bonussen hebben uitgekeerd als beloning voor de behaalde successen? (Le Monde 19.9.08) Waar kwamen die miljarden vandaan?

Ook in Nederland weten de managers van wanten. De jaarverslagen van de ondernemingen  vertellen het volgende: Bij zijn vertrek bij de ABN/Amro kreeg Groenink ruim 30 miljoen euro als afkoopsom plus een bonus van 1,4 miljoen, naast zijn salaris natuurlijk. Votron (Fortis) kreeg over 2007 een bonus van 2,5 miljoen euro. Moberg (Ahold) ontving voor een half jaar werken (2007) 3,4 miljoen afkoopsom, een `gewone ‘ bonus van 2,6 miljoen, een basissalaris van 750.000 euro en ook nog 5 miljoen euro aan opties.

Koffrie (Corporate Express) kreeg bij vertrek in 2007 een gouden handdruk van 3 miljoen euro en opties ter waarde van 710.000. Harry de Smet (Unit 4 agresso) kreeg een afkoopsom van 2 miljoen euro.  Gunning (Vedior) werkte een klein jaartje bij Vedior. Toen hij kwam kreeg hij een compensatie voor zijn Unilever opties van 400.000 euro en 100.000 euro voor zijn verhuiskosten. Bij de overname van Vedior door Randstad kreeg hij 1,6 miljoen als afkoopsom.

Zijn voorganger Zack Miles kreeg 1,7 miljoen toen hij vertrok en mocht zijn opties verzilveren  wat hem 3,2 miljoen euro opleverde.

Van der Veer (Shell) moest in 2007 op een houtje bijten. Hij kreeg `slechts’ een bonus van 2 miljoen euro.  Pasman (Grolsch) inde bij zijn vertrek 2,7 miloen euro. Eelkman Rooda (OPG)  kreeg 1,5 miljoen mee (viifmaal zijn basissalaris).

Minister Bos van financiën heeft op 19 september jl. na de vergadering van de ministerraad gezegd m.b.t. de gebeurtenissen in Amerika: de crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat gebaseerd is op hebzucht, onverantwoorde risico’s en perverse beloningen.

Over perverse beloningen gesproken. Kijken we naar een deel van het loonstrookje van zijn voorganger, voormalige voorzitter van de vakcentrale FNV, ex- minister-president en ex-minister van Financiën Wim Kok. Sedert enige tijd is hij commissaris bij de Shell, KLM, TNT en ING. En dat zijn niet al zijn commissariaten en uiteraard niet zijn pensioenen( Over de ruggen van de arbeiders verkregen, noemen ze dat.)

Totaal ontvangen aan commissariaten bij Shell,KLM, TNT en ING.

2003 E  99.705

2004 E 161.125

2005 E 206.256

2006 E 250.889

(Bron: Effect. Blad van de Vereniging van effectenbezitters april 2006)

Hoeveel commissarissen, directeuren van grote ondernemingen en banken en niet in de laatste plaats: aandeelhouders profiteren dagelijks van het `graaikapitalisme’?

22 september 2008

www.abigador.nl
info@abigador.nl

Vorige week zaterdag vond in Amsterdam een demonstrantie tegen racisme plaats. Als je het gemist hebt was je niet de enige. In het verslag op Indymedia word een nogal optimistische schatting van ruim 200 aanwezigen genoemd. Zo’n zeventig mensen op het startpunt en misschien 150 mensen op het hoogtepunt lijkt me waarschijnlijker. Maar ook als het aantal aanwezigen 500 zou zijn geweest was het natuurlijk nog laag.

In een verslag van de demonstratie heeft Peter Storm wel zo’n beetje de kritiek die je kunt hebben op de demonstratie opgesomd.

Waar ik me niet helemaal in kan vinden is zijn oordeel dat de demonstratie ondanks alles ‘nuttig’ was. Ik betwijfel het. Enige tijd geleden stond Nederland Bekent Kleur met enige duizenden op de Dam en die manifestatie werd op zo’n manier gebagatelliseerd dat Wilders er mee weg kon komen de dag weg te zetten als bewijs voor de beperkte steun voor anti-racisme in dit land. De demonstratie van afgelopen zaterdag was nog te klein om op de radar van media of politici te verschijnen.

Wat bovendien de NBK manifestatie wel nuttig was dat het in ieder geval voor de meeste deelnemers een positieve dag was en de bijeenkomst zelf levendig en bemoedigend was. Ik kan me alleen maar afvragen hoe de demonstratie van de 14de overkwam. Een demonstratie tegen racisme in een multi-etnische stad als Amsterdam die slechts zo’n beperkte groep op de been brengt en dan ook nog een groep die grotendeels wit is – dat komt niet echt sterk over. De samenstelling van de groep is de sleutel van de zwakheid van die dag – het was niet zozeer een anti-racisme demonstratie maar eerder een kraakdemo. Vrijwel alle aanwezigen waren afkomstig uit de kraakscene – en dat betekent dus veel soortgelijke zwarte kleding dragende, witte jongeren. Het kraak-karakter van de demo werd nog eens extra aangezet door leuzen over kraken en tegen de politie. Dat zijn sentimenten waar ik me ook wel in kan vinden en het is begrijpelijk dat mensen ze willen uiten gezien de manier waarop krakers het leven zuur wordt gemaakt maar het had totaal niks toe te voegen aan een anti-racisme demonstratie.

Vrijwel alle sprekers waren afkomstig uit het kraakwereldje, mensen die elkaar al jaren lang kennen. Publiciteit voor de demonstratie was voornamelijk gemaakt door middel van Indymedia en contacten in de kraakscene – in ieder geval, dat waren de enige manieren waarop ikzelf iets van de demonstratie heb vernomen. Als je op zo’n manier mobiliseert is het dus ook logisch dat je demonstratie daar een afspiegeling van word.

En zo’n demonstratie is gewoon niet uitnodigend om je bij aan te sluiten als je zelf niet in het plaatje past. En het is ook niet niet heel erg duidelijk wat het thema is als een kluitje punks bij elkaar komt en leuzen roept tegen de politie en Spaanse slogans uit de Spaanse burgeroorlog in een nogal pijnlijke poging om zichzelf in de traditie van de heroïsche anti-fascisten toen te plaatsen. Vooral aan het begin van de demonstratie was het niet duidelijk waar het om ging ging – ik zag geen flyers, welgeteld één bordje en de spandoeken lagen op de grond voor het podium. Toeristen stonden erbij foto’s te maken, waarschijnlijk in de waan dat het om een festivalletje ging.

In zijn verslag vraag Peter zich af waar clubs als Doorbraak en de IS waren. De manier waarop de demonstratie was vormgegeven leek het erop dat clubs als deze niet eens benaderd waren. Jammer, links is al zwak genoeg en samenwerking is hard nodig. Terecht wijst Peter er opdat het natuurlijk niet alleen de schuld is van de organisatoren dat er buiten mensen uit de kraakscene bijna niemand kwam opdagen – er is per slot van rekening geen verbod of iets dergelijks om mee te doen. Maar zo raar vind ik het niet dat linkse groepen als Doorbraak andere prioriteiten stellen, zoals bijvoorbeeld actie voeren tegen Verdonks TON, dan op te komen draven voor een demonstratie waarin ze vantevoren geen inbreng hebben gehad. Samenwerking begint niet op de dag van de demonstratie maar op de eerste dag dat het plan bedacht word. Een poster maken – met anarcho-syndicalistische ster en al, de flyertekst maken en verspreiden via de eigen kanalen en dan verwachten dat andere mensen wel op je demonstratie komen – dat zijn voorhoedepretenties van het ergste soort. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die de aanloop naar de 14de mee kregen de bui al zagen en besloten zich op andere dingen te richten. Achteraf gezien hebben ze daar gelijk in gekregen. De demonstratie was eerder een stap achteruit dan vooruit, hoe triest het ook is om dit te constateren.

Nederland slaat volgens allerlei links- en rechts-liberalen internationaal een slecht figuur omdat de Nederlandse overheid de bescherming van Ayaan Hirsi Ali niet langer wil betalen. Freek de Jonge, al sinds jaar en dag de minst grappige man van het land, vergelijkt Ayaan alvast met Anne Frank. Bernard-Henri Lévy, de man die denkt alles te weten, heeft zich in Frankrijk opgeworpen als haar kampioen. Hij vindt dat Frankrijk zich over haar moet ontfermen en wordt daarin gesteund door Ségolène Royal die na haar afgang tegen Sarkozy en de desoriëntatie van de Parti Socialiste weer iets gevonden heeft waardoor ze toch nog even gehoord kan worden.  In de VS is het Christopher Hitchens, in zijn jonge jaren bewonderaar van Saddam Hussein, tegenwoordig fan van Amerikaanse clusterbommen, die het schandalig vindt dat Ayaans lijfwachten niet langer door de Nederlandse staat betaald worden. Een Heilige Alliantie van has-beens en never-were’s heeft zich om de voormalige VVD-politica geschaard.

In een interview met Volkskrant omschrijft Hitchens Ayaan als in oorlog met ‘de islam’ – niet met fundamentalisten, maar met de gehele islam. Het is een beschrijving die de voormalige ’sociaal-democraat’ en ’liberale moslim’ wel zal delen. In een interview met het Amerikaanse blad Reason verklaarde Hirsi Ali, de verdedigster van ‘democratie’ en ‘Verlichtingsidealen’, dat het westen de keuze moet maken tussen een nederlaag of het militair verpletteren van anderhalf miljard moslims:

Hirsi Ali: [...]flex your muscles and you say, “This is a warning. We won’t accept this anymore.” There comes a moment when you crush your enemy.

Reason: Militarily?

Hirsi Ali: In all forms, and if you don’t do that, then you have to live with the consequence of being crushed.”

Dat dit soort proto-genocidale fantasieën tegenwoordig opgevat worden als een waardevolle bijdrage aan het debat over verhoudingen tussen verschillende culturen werpt licht op de intellectuele wildernis waarin we leven. Dat zo iemand om de haverklap vergeleken wordt met grote intellectuelen als Voltaire is verbijsterend, maar verbaast in de huidige omstandigheden al niet meer. Niet dat er helemaal geen parallellen te vinden zijn. De Verlichtingsfilosoof had bijvoorbeeld niet zo veel met democratie en was vol bewondering voor Katarina II die als ‘verlicht despoot’ over Rusland regeerde. Ayaan prefereert ook al de junta boven de democratie. Toen het Turkse leger suggereerde zoals ze gewoon is een militaire coup te plegen als de Turken een regering kiezen die niet naar de smaak van de generaals is, stond Hirsi Ali vooraan om de junta al goed te praten voordat ze bestond.

Toen Ayaan, de atheïstische feministe, een mooi baantje kon krijgen bij een denktank die intellectuele munitie levert voor christelijke fundamentalisten en anti-choice activisten, maakte zij zonder dralen ook deze draai. Draaien is iets wat ze al zo vaak gedaan heeft, oefening baart kunst. Waarom Ayaan nu op zo’n voetstuk geplaatst wordt is mij dus een raadsel. Zij is zonder twijfel een slachtoffer geweest van obscurantistische, vrouwenhatende fanatici, en het is bewonderenswaardig dat ze hier aan wist te ontsnappen en een nieuw leven opbouwde in Nederland. Dat ze zich tegenwoordig inlaat met fanatici die evenzeer bereid zijn over lijken te gaan omdat hun god verteld heeft dat het de right thing to do is, haalt er een beetje de glans van af. Maar hoe hypocriet ze ook is, er is een ding waar ze natuurlijk nooit water bij de wijn gedaan heeft en dat is haar vijandigheid tegenover moslims. Wat misschien nog begon als gerechtvaardigde kritiek op religieuze anti-democraten is nu allang doorgeslagen tot laster en oorlogshitserij. Ondertussen stapelden de moeilijkheden voor Ayaan zich steeds verder op. De hardnekkigheid van Ayaan kan misschien aangemerkt worden als moed maar het is vooral ook koppigheid in de dienst van een verwerpelijke, misantropische politiek.

Het is onzin om Ayaan Hirsi Ali te verwijten dat ze polariserend werkt, polarisatie is soms goed. De vraag die centraal staat is langs welke lijnen die polarisatie vrom krijgt. Ayaan draagt er flink aan bij dat die polarisatie plaats vindt langs religieuze lijnen – lijnen die naarmate een religie als de islam steeds meer wordt afgeschilderd als monolithisch en onveranderbaar ook steeds meer een etnisch karakter krijgen. Haar polaristatie is er een die naadloos aansluit bij het wereldbeeld van de jihadi’s die de war on terror óók als een godsdienstoorlog tegen de islam zien.

Ayaan Hirsi Ali wordt nu geconfronteerd met wat deels de gevolgen zijn van haar eigen keuze om naar de VS te vertrekken; ze had er voor kunnen kiezen in Nederland te blijven en dan was haar beveiliging gewoon betaald. Bulldog en partijgenoot Rita Verdonk slaagde bij Ayaan, medialieveling en vriendin van de Nederlandse elite, immers niet in waar ze wel in slaagde bij zo veel andere vluchtelingen. Ayaan werd niet opgesloten, geboeid en op het vliegtuig gezet. Praktijken waar deze grote humanist nooit tegen heeft geprotesteerd en die door haar eigen partij uitgevoerd werden.

Door en door hypocriet is Ayaan dus.

Betekent dat nu dat ik vind dat de Nederlandse regering inderdaad niet meer hoeft te betalen voor haar beveiliging? Welnee, dat geld moet gewoon neergeteld worden. Niet omdat Nederland anders een slecht figuur slaat - dat zou juist een goede reden zijn om de geldkraat dicht te draaien – en niet vanwege Bernard-Henri Lévy – die vindt wel weer een andere zaak waarmee hij zich in de schijnwerpers kan spelen. Maar, nog afgezien van het gegeven dat een mensenleven altijd beschermd moet worden, wel omdat de mensen die Ayaan dwingen lijfwachten in dienst te nemen en haar naar het leven staan – geen kans mogen krijgen. Niet toegestaan kan worden dat iemand met de dood bedreigd wordt vanwege haar opvattingen, hoe stom deze ook zijn. We kunnen en moeten Ayaan bekritiseren en en haar opvattingen bestrijden en in de ergste gevallen, zoals in het geval van racisme, moeten we mensen juridisch de mond snoeren. Maar Ayaan en de haren dienen geen prooi te zijn voor de zelf-benoemde rechters annex beulen van de politieke islam.  Wij mogen niet toegeven aan brute kracht en wreedheid.

De mensen die Ayaan willen vermoorden zijn niet degenen die het werkelijk fundamenteel met haar oneens zijn. Types als Mohammed B., die slechts genoegen nam met Theo van Gogh omdat hij niet bij Ayaan Hirsi Ali kon komen, delen Ayaans walgelijke interpretatie van de islam. Waar ze in verschillen is dat de fundi’s die interpretatie positief waarderen, maar Ayaan is het met ze eens dat zij de ‘ware’ islam vertegenwoordigen. Als Ayaan gedood wordt door iemand als Mohammed B. dan is dat omdat ze een vrouw is die haar geloof achter zich heeft gelaten en een andere koers heeft gekozen. Ayaans dood zou een opsteker zijn voor islamitische fundamentalisten terwijl de christelijke jihadi’s en hun atheïstische fellow travellers als Hitchens er de zoveelste bevestiging van hun gelijk in zouden zien. En naar moslims en moslima’s die overwegen hun geloof de rug toe te keren of kritiek hebben op de interpretatie van hun religieuze ideeën door fundamentalisten zou het het signaal zijn; ‘dit gebeurt er met jullie als jullie je tegen de ‘ware’ islam keren’. Want dát, en niet Ayaans rol als propagandist voor westers imperialisme en racisme, is wat haar fundamentalistische vijanden haar verwijten. Een dode Ayaan zou nog wel eens nog meer slachtoffers tot gevolg kunnen hebben als een levende.

Zoiets zou een klap zijn voor iedereen die een heel andere polarisatie nastreeft, een die niet langs etnische en religieuze lijnen loopt maar langs de lijnen tussen arm en rijk, onderdrukker en onderdrukten – lijnen die emancipatie mogelijk maken. Er is geld genoeg voor allerlei zottigheid. Hoe sneller de Nederlandse regering zich garant stelt voor een fatsoenlijke bescherming van Ayaan hoe beter. Als de regering dat gewoon even doet, neemt de aandacht in de media voor Ayaan en haar hatespeech ook weer (een beetje) af. Dat is ook alleen maar positief.

Onderstaand stuk schreef ik voor SPanning, het blad van het wetenschappelijk bureau van de SP. Het is een interview met een van de leiders van Frans socialistisch links, Alain Krivine. Over veertig jaar ‘68 en de strijd tegen de neoliberale plannen van Sarkozy en de nieuwe antikapitalistische partij waarvoor de Ligue Communiste Révolutionnaire het initiatief heeft genomen. Niet iedereen krijgt SPanning thuis. Daarom hieronder het interview. (Paul Mepschen)

Volgend jaar is het veertig jaar geleden: het legendarische jaar 1968. Voor linkse mensen over de hele wereld staat 1968 symbool voor rebellie en verzet, en voor de hoop en het geloof in een andere en meer rechtvaardige samenleving. In Praag was 1968 het jaar van de strijd tegen bureaucratie en dictatuur en voor een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. In de VS en de rest van de wereld rebelleerden mensen tegen de afschuwelijke oorlog in Vietnam. In mei stond Frankrijk op de rand van een revolutie. Een algemene staking waaraan miljoenen arbeiders meededen legde het land plat; arbeiders sloten zich massaal aan bij de studentenprotesten. In Parijs demonstreerden een miljoen mensen. De rechtse president De Gaulle vluchtte zelfs tijdelijk naar een Duitse legerbasis. Een van de leiders van de studenten- en arbeidersopstand van mei ’68 in Frankrijk, Alain Krivine, was onlangs even in Nederland. Spanning sprak met hem en maakte de balans op: mei ’68, veertig jaar later.

Alain Krivine is 66 en behoort tot de meest actieve figuren binnen Frans links. Hij is een van de woordvoerders van de Ligue Communiste Révolutionnaire (LCR), de revolutionaire organisatie (met enkele duizenden leden) die in de jaren na 1968 ontstond. Tussen 1999 en 2004 zat hij voor deze partij in het Europees parlement. Daar behoorde hij tot dezelfde fractie als SP-Europarlementslid Erik Meijer. Tegenwoordig zet hij, in een tumultueus Frankrijk dat soms een beetje doet denken aan die revolutionaire dagen in mei ’68, behoedzame eerste stappen op weg naar een nieuwe linkse, antikapitalistische partij in het land.

De betekenis van mei ‘68
‘In 1968 kwamen wereldwijd een aantal zaken samen. Het Tet-offensief in Vietnam dat de Amerikanen flinke nederlagen toebracht; de Praagse Lente; de studentenopstand in Mexico; alles leek mogelijk. Er was sprake van wereldwijd verzet. Miljoenen mensen geloofden echt in verandering, zelfs in revolutie.
‘In mijn ogen behoorde het jaar 1968 tot een overgangsperiode. We zagen aan de ene kant de ‘oude’, traditionele arbeidersklasse in actie komen, samen met de studenten. Tegelijkertijd was ’68 het allereerste begin van de opkomst van een ‘nieuwe’ arbeidersklasse en van nieuwe sociale bewegingen. Van een nieuw links, dat naast de traditionele eisen van werknemers nieuwe eisen ging stellen: de emancipatie, zelfs de bevrijding, van vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. Het is pas na ’68 dat deze bewegingen echt tot ontwikkeling kwamen, maar in ’68 zagen we hiervan het begin. ‘In Frankrijk waren het net als in andere landen aanvankelijk radicaliserende jongeren die de straat op gingen en de universiteiten bezetten. De directe aanleiding was een conflict tussen studenten en de regering over ondemocratische onderwijshervormingen. Maar veel studenten verzetten zich in het algemeen tegen de rechtse president, De Gaulle; tegen het Amerikaanse imperialisme en de oorlog in Vietnam. ‘Het bijzondere aan Frankrijk was dat de rebellie niet beperkt bleef tot studenten. De arbeiders sloten zich bij de protesten aan. In de tweede week van mei staakten tien miljoen arbeiders. De algemene staking was een feit. In Parijs liepen een miljoen mensen door de straten! De traditionele vakbeweging probeerde de protesten van arbeiders in ‘goede’ banen te leiden en eiste meer loon en betere arbeidsomstandigheden. Maar veel werknemers lieten zich niet door de gematigde vakbonden inkapselen in gingen veel verder: zij eisten het aftreden van De Gaulle; keerden zich tegen het kapitalisme in het algemeen en bepleitten arbeiderszelfbeheer in de fabrieken.’

‘De herinnering aan mei 1968 is nu, bijna veertig jaar na dato, nogal selectief. Het is ‘hun herinnering versus het onze’. Veel van mijn oude kameraden – mensen die een belangrijke rol speelden in die meidagen – zijn overgelopen naar het rechtse kamp. Het toppunt is natuurlijk Bernard Kouchner. Ooit een kind van ’68 en een linkse politicus, nu minister in de rechtse regering van Sarkozy. Ook iemand als Daniel Cohn-Bendit – een van de belangrijkste leiders die een immense populariteit genoot – heeft heel fundamenteel afstand genomen van de erfenis van ’68. Cohn-Bendit behoort nu tot de rechtervleugel van de rechtervleugel van de Groenen en dat is heel rechts. Die volledige omhelzing van het neoliberalisme; de steun aan allerlei militair ingrijpen door onder andere de VS. Voor een oude kameraad als ik is dat onbegrijpelijk. Cohn-Bendit was heel links in die jaren. We trokken veel samen op. Enkele jaren geleden kwam ik hem weer tegen in het Europees parlement. We hadden politiek gezien niet veel meer met elkaar gemeen.

 

‘Veel van de 68-ers zijn naar rechts opgeschoven. Dat is ook te snappen. Veel van deze mensen hadden een verkeerd beeld. Ze begrepen eigenlijk weinig van ’68. Ze hebben niet begrepen dat de Franse arbeidersbeweging toen niet in staat was de macht te grijpen. Toch was dat toen al duidelijk, met name omdat de communistische partij (PCF) niet voorbereid en in totale verwarring was. Er was de mogelijkheid voor rebellie en verzet, maar ‘de revolutie’ – dat niet. Veel van de mensen die nu tot het rechtse kamp behoren, zaten toen in allerlei ultralinkse groepjes die vol ongeduld en onbegrip waren. Zij begrepen weinig van de arbeiders. Uiteindelijk zijn enkelen van hen zich tegen de arbeiders en tegen links gaan keren. Zo is het gegaan.’

Sarkozy tegen de geest van ‘68
‘Volgens Frans rechts, ook volgens veel voormalig linkse intellectuelen, is ’68 de wortel van al het kwaad in de Franse samenleving. De filosoof André Gluckmann betoogt bijvoorbeeld dat ’68 verantwoordelijk is voor een ‘intellectueel en moreel relativisme’ dat Frankrijk kapot maakt. En dat zegt hij, die het moreel totaal failliete kapitalisme omhelst! Door rechts wordt ’68 afgeschilderd als een hedonistische periode – alsof het alleen ging om vrijheid, blijheid. Met de werkelijkheid heeft dat niks te maken. In mei ’68 vond een machtige algemene staking plaats. Massademonstraties die Frankrijk op zijn grondvesten deden schudden!
‘De belangrijkste man van rechts, Nicholas Sarkozy, weet heel goed dat het om dàt ’68 gaat. Wat er nu in Frankrijk gebeurt heeft alles te maken met 1968. Sarkozy heeft het in de verkiezingscampagne in zoveel woorden gezegd: “Je veux tourner la page de May 1968.” Sarkozy wil afrekenen met de geest van ’68. Hij haat ’68! Hij wil het programma van de werkgevers, de bazen, uitvoeren! Dat is een keihard neoliberaal programma, waartegen de Franse arbeidersbeweging zich de afgelopen jaren steeds heeft verzet. Daarom kiest Sarkozy voor de frontale aanval op de erfenis van ’68: op de geest van het verzet en de rebellie van de Franse arbeiders en studenten. De verworvenheden van ’68 staan op het spel.’

‘De sociale en politieke strijd in Frankrijk leeft op na de verkiezing van Nicolas Sarkozy tot president. Zijn neoliberale maatregelen raken direct aan de belangen van miljoenen werknemers, ouderen, studenten en scholieren. Het verzet tegen de aanval op de erfenis van ’68 is breed. Grote stakingen, studentenprotesten, net als in 1968. Maar we zitten tegelijkertijd met een enorme politieke crisis van links. De Parti Socialiste (PS – vergelijkbaar met de Nederlandse PvdA) heeft zich bijna helemaal overgegeven aan het neoliberaal model. De meerderheid van die partij was vóór de neoliberale Europese grondwet; tijdens de verkiezingscampagne wist de kandidate van de PS, Ségolène Royal, op geen enkele manier vorm te geven aan een alternatief voor de rechtse voorstellen van Sarkozy. Tegelijkertijd verkeert de communistische PCF – nog altijd met haar 130.000 leden de derde partij van Frankrijk en de grootste partij ter linkerzijde – in een diepe crisis. Tijdens de laatste presidentsverkiezingen haalde de communistische kandidate minder dan twee procent van de stemmen. Een historisch dieptepunt. ‘Er is in Frankrijk ruimte voor een nieuw initiatief. Na de overwinning van het NEE tegen de grondwet in 2005 zeiden wij al: ‘Laten we de kritische linkse krachten bundelen en een partij oprichten met mensen die een alternatief voor het kapitalisme willen en de strijd aan willen met zowel de PS als Sarkozy. Nu, na het debacle van de presidentsverkiezingen van dit jaar – waaraan vijf onafhankelijke linkse kandidaten met vergelijkbare programma’s meededen – zeggen we het weer. Er is ruimte voor een brede partij van veranderingsgezind links, in de geest van ’68.’

‘Terugkijkend moet ik zeggen dat ik vind dat we veel hebben bijgeleerd. Ik vergelijk mijn eigen optreden met dat van Olivier Besancenot, de postbode en presidentskandidaat van de LCR die bij de laatste presidentsverkiezingen meer dan vier procent haalde, ongeveer anderhalf miljoen stemmen. Meer dan welke andere linkse kandidaat ook. Olivier behoort volgens dagblad Le Monde tot de meest populaire politici van Frankrijk. Hij is beter dan ik. Zelf was ik na 1968 enkele malen presidentskandidaat voor de LCR. Het verhaal dat ik toen hield – de manier waarop ik sprak – dat vind ik achteraf gezien wat genant. Zó intellectueel en theoretisch! Ik kan me niet voorstellen dat ook maar iemand dat begreep. Dat begrepen mensen helemaal niet. Wij spraken toen de taal van gewone mensen niet. Geen wonder dat we nooit meer dan een procent van de stemmen haalden! Besancenot spreekt de taal van gewone mensen. Hij is zelf postbode. Iemand met een klein inkomen, zoals heel veel Fransen. Het is ontzettend belangrijk om dicht bij de mensen staan. Daar weten jullie in de SP alles van.’

Tariq Ali over ‘68

Stand Up For Judas
(Leon Rosselson)

The Romans were the masters
When Jesus walked the land
In Judea and in Galilee
They ruled with an iron hand
The poor were sick with hunger
And the rich were clothed in splendour
And the rebels, whipped and crucified
Hung rotting as a warning
And Jesus knew the answer -
“Give unto Caesar what is Caesar’s”
Said, “Love your enemies”
But Judas was a Zealot and he
Wanted to be free
“Resist”, he said, “the Romans’ tyranny”

So stand up, stand up for Judas
And the cause that Judas served
It was Jesus who betrayed the poor with his word

Now Jesus was a conjuror,
Miracles were his game
He fed the hungry thousands
And they glorified his name
He cured the lame and leper
He calmed the wind and the weather
And the wretched flocked to touch him
So their troubles would be taken
And Jesus knew the answer -
“All you who labour, all you who suffer
Only believe in me”
But Judas sought a world where no-one
Starved or begged for bread
“The poor are always with us”, Jesus said

So stand up, stand up for Judas
And the cause that Judas served
It was Jesus who betrayed the poor with his word

Now Jesus sowed division
Where none had been before
Not the slave against the master
But the poor against the poor
Caused son to rise up against father
And brother to fight against brother
For “He that is not with me
Is against me” was his teaching
Said Jesus, “I am the answer
You unbelievers shall burn forever
Shall die in your sins”
“Not sheep or goats” said Judas but
“Together we may dare
Shake off the chains of tyranny we share”

So stand up, stand up for Judas
And the cause that Judas served
It was Jesus who betrayed the poor with his word

Jesus stood upon the mountain
With a distance in his eyes
“I am the Way, the Life” he cried
“The Light that never dies
So renounce all earthly treasures
And pray to your heavenly father”
And he pacified the hopeless
With the hope of life eternal
Said Jesus, “I am the answer
And you who hunger only remember
Your reward’s in heaven”
So Jesus preached the other world
But Judas wanted this
And he betrayed his master with a kiss

So stand up, stand up for Judas
And the cause that Judas served
It was Jesus who betrayed the poor with his word

By sword and gun and crucifix
Christ’s gospel has been spread
And two thousand cruel years have shown
The way that Jesus led
The heretics burned and tortured
And the butchering bloody Crusaders
The bombs and rockets sanctified
That rain down death from heaven
They followed Jesus, they knew the answer
All unbelievers must be believers
Or else be broken
“So place no trust in saviours”
Judas said, “for everyone
Must be to his or her own self a sun”

Hier een stuk van Tariq Ali dat ik vond op www.venezuelanalysis.com… 

Hugo Chavez’ narrow defeat in the referendum was the result of large-scale abstentions by his supporters. 44 percent of the electorate stayed at home. Why? First, because they did not either understand or accept that this was a necessary referendum. The measures related to the working week and some other proposed social reforms could be easily legislated by the existing parliament. The key issues were the removal of restrictions on the election of the head of government (as is the case in most of Europe) and moves towards ‘a socialist state.’ On the latter there was simply not enough debate and discussion on a grassroots level.

As Edgardo Lander, a friendly critic pointed out:

“Before voting in favour of a constitutional reform which will define the State, the economy, and the democracy as socialist, we citizens have the right to take participate in these definitions. What is understood by the term socialist state? What is understood by the term socialist economy? What is understood by the term socialist democracy? In what way are these different to the states, economies, and democracies that accompanied socialism of the 20th century? Here, we are not talking about entering into a debate on semantics, rather on basic decisions about the future of the country.”

And this was further amplified by Greg Wilpert, a sympathetic journalist whose website, venezuelaanalysis.com, is the best source of information on the country:

“By rushing the reform process Chavez presented the opposition with a nearly unprecedented opportunity to deal him a serious blow. Also, the rush in which the process was pushed forward opened him to criticism that the process was fundamentally flawed, which has become one of the main criticisms of the more moderate critics of the reform.”

Another error was the insistence on voting for all the proposals en bloc on a take it or leave it basis. It’s perfectly possibly that a number of the proposals might have got through if a vote on each had been allowed. This would have compelled the Bolivarians to campaign more effectively at grassroots level through organised discussions and debates (as the French Left did to win the argument and defeat the EU Constitution ). It is always a mistake to underestimate the electorate and Chavez knows this better than most.

What is to be done now? The President is in office till 2013 and whatever else Chavez may be the description of ‘lame-duck’ will never fit him. He is a fighter and he will be thinking of how to strengthen the process. If properly handled the defeat could be a blessing in disguise. It has, after all, punctured the arguments of the Western pundits who were claiming for the last eight years that democracy in Venezuela was dead and authoritarianism had won.

Anyone who saw Chavez’ speech accepting defeat last night (as I did here in Guadalajara with Mexican friends) will not be in any doubt regarding his commitment to a democratically embedded social process. That much is clear. One of the weaknesses of the movement in Venezuela has been the over-dependence on one person. It is dangerous for the person (one bullet can be enough) and it is unhealthy for the Bolivarian process. There will be a great deal of soul-searching taking place in Caracas, but the key now is an open debate analysing the causes of the setback and a move towards a collective leadership to decide on the next candidate. It’s a long time ahead but the discussions should start now. Deepening popular participation and encouraging social inclusion (as envisaged in the defeated constitutional changes) should be done anyway.

The referendum defeat will undoubtedly boost the Venezuelan opposition and the Right in Latin America, but they would be foolish to imagine that this victory will automatically win them the Presidency. If the lessons of the defeat are understood it is the Bolivarians who will win.

Tariq Ali’s new book, Pirates of the Caribbean: Axis of Hope, is published by Verso. He can be reached at: tariq.ali3@btinternet.com

Volgende Pagina »