Maurice Ferrares schreef dit commentaar op de financiële crisis.

Stelen mag als je het maar geen stelen noemt. De financiële crisis in de afgelopen tijd heeft dat bewezen. Je moet dan wel zorgen, dat je wetten hebt gemaakt waarin de diefstal een legale basis heeft; je moet voor klassejustitie zorgen die de wetten uitlegt zoals jij dat als bezitter wil en je rustig ongestraft je gang kan gaan. Verder moet je over een horde juristen beschikken die samen met de rechters de show van wat genoemd wordt: `het recht’ opvoeren.

Dit alles hoeft niet te verbazen, het is gewoon het systeem waaronder we leven. Soms gaat er wel eens iets verkeerd. De dieven gaan de gevangenis niet in, ze doen immers niets wat in strijd met de wet is. Wanneer er wat verkeerd gaat, worden de regeltjes aangepast en wordt een nieuwe methode om te stelen bedacht en kan er opnieuw worden geplunderd.

De financiële crisis waarin de kapitalistische wereld momenteel verkeert – Rusland en China  blijven ook niet buiten schot – is een gevolg van de latente winsthonger van ondernemers en financiers waarop het systeem is gebaseerd.

Dit maal is het alleen aan velen duidelijk geworden omdat er in Amerika en de rest van de wereld  direct miljoenen mensen door getroffen zijn.

Hoe is er gestolen? We beginnen met een kleintje. De baas van Fanny Mae (een van de twee hypotheekbanken die door de Amerikaanse staat zijn overgenomen) heeft toen zijn dagen al geteld waren 14.1 miljoen dollar als afscheidsgeschenk ontvangen. Toen Fanny Mae en Freddy Mac begin september door de Amerikaanse regering werden overgenomen en de twee directeuren naar huis werden gestuurd, kregen ze ieder ruim 20 miljoen dollar mee.

Martin Sullivan de algemeen directeur van de verzekeringsmaatschappij AIG – eveneens overgenomen door de Bush-administratie – kreeg bij zijn gedwongen ontslag in juni jl. 68 miljoen dollar. Bij de gedeeltelijke overname half september van Lehman Brothers door Barclay werd aan de vertrekkende top van de Brothers een`smartegeld‘ van 2,5 miljard dollar uitgekeerd.

Stanley O’Neil  die in 2003 baas werd van Merrill Lynch kreeg bij zijn ontslag in oktober 2007 een gouden handdruk van 160 miljoen dollar. En wat te zeggen van het feit dat te midden van de hypotheekcrisis de vijf grote Amerikaanse banken aan hun medewerkers in  2007 66 miljard dollar aan bonussen hebben uitgekeerd als beloning voor de behaalde successen? (Le Monde 19.9.08) Waar kwamen die miljarden vandaan?

Ook in Nederland weten de managers van wanten. De jaarverslagen van de ondernemingen  vertellen het volgende: Bij zijn vertrek bij de ABN/Amro kreeg Groenink ruim 30 miljoen euro als afkoopsom plus een bonus van 1,4 miljoen, naast zijn salaris natuurlijk. Votron (Fortis) kreeg over 2007 een bonus van 2,5 miljoen euro. Moberg (Ahold) ontving voor een half jaar werken (2007) 3,4 miljoen afkoopsom, een `gewone ‘ bonus van 2,6 miljoen, een basissalaris van 750.000 euro en ook nog 5 miljoen euro aan opties.

Koffrie (Corporate Express) kreeg bij vertrek in 2007 een gouden handdruk van 3 miljoen euro en opties ter waarde van 710.000. Harry de Smet (Unit 4 agresso) kreeg een afkoopsom van 2 miljoen euro.  Gunning (Vedior) werkte een klein jaartje bij Vedior. Toen hij kwam kreeg hij een compensatie voor zijn Unilever opties van 400.000 euro en 100.000 euro voor zijn verhuiskosten. Bij de overname van Vedior door Randstad kreeg hij 1,6 miljoen als afkoopsom.

Zijn voorganger Zack Miles kreeg 1,7 miljoen toen hij vertrok en mocht zijn opties verzilveren  wat hem 3,2 miljoen euro opleverde.

Van der Veer (Shell) moest in 2007 op een houtje bijten. Hij kreeg `slechts’ een bonus van 2 miljoen euro.  Pasman (Grolsch) inde bij zijn vertrek 2,7 miloen euro. Eelkman Rooda (OPG)  kreeg 1,5 miljoen mee (viifmaal zijn basissalaris).

Minister Bos van financiën heeft op 19 september jl. na de vergadering van de ministerraad gezegd m.b.t. de gebeurtenissen in Amerika: de crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat gebaseerd is op hebzucht, onverantwoorde risico’s en perverse beloningen.

Over perverse beloningen gesproken. Kijken we naar een deel van het loonstrookje van zijn voorganger, voormalige voorzitter van de vakcentrale FNV, ex- minister-president en ex-minister van Financiën Wim Kok. Sedert enige tijd is hij commissaris bij de Shell, KLM, TNT en ING. En dat zijn niet al zijn commissariaten en uiteraard niet zijn pensioenen( Over de ruggen van de arbeiders verkregen, noemen ze dat.)

Totaal ontvangen aan commissariaten bij Shell,KLM, TNT en ING.

2003 E  99.705

2004 E 161.125

2005 E 206.256

2006 E 250.889

(Bron: Effect. Blad van de Vereniging van effectenbezitters april 2006)

Hoeveel commissarissen, directeuren van grote ondernemingen en banken en niet in de laatste plaats: aandeelhouders profiteren dagelijks van het `graaikapitalisme’?

22 september 2008

www.abigador.nl
info@abigador.nl

Op de website van Grenzeloos stond er al een kort berichtje, over; de crisis op het zuid-Filipijnse eiland Mindanao. Na jaren van onderhandelingen – onderhandelingen die al eerder door diepe dalen gingen – leek het er kort geleden even op dat de zuid-Filipijnse regering eindelijk een definitief vredesakkoord zou sluiten met de islamitische afscheidingsbeweging, het Moro Islamic Liberation Front, ook bekend onder de ongelukkige afkorting MILF. Het MILF is een guerilla-beweging die in de vroege jaren tachtig voortkwam uit het Moro National Liberation Front omdat deze haar oorspronkelijke doel, een onafhankelijk thuisland voor de islamitische minderheid in Mindanao – bekend onder de naam Moro’s – zou hebben laten varen. Na een periode van heftige gevechten in de jaren zeventig ging het MNLF onderhandelen met de Filipijnse regering, een proces dat uiteindelijk tot een definitief vredesakkoord leidde toen de centrale regering in 1996 instemde met een autonome, islamitische regio in Mindanao en het MNLF hun voorman tot gouverneur van deze Autonomous Region of Muslim Mindanao (ARMM) benoemde.

Het MILF leek min of meer de weg van hun grote broer te volgen. In ruil voor een defintief staakt-het-vuren zou de ARMM uitgebreid worden met nieuwe gebieden en nieuwe bevoegdheden tot de zogenaamde Bangsamoro Juridical Entity (BJE, Bangsamoro betekent moslim-natie)

Wat precies de grenzen van deze BJE zouden worden en wat de nieuwe bevoegdheden zouden zijn hielden de onderhandelaars geheim. Maar kort voor het ondertekenen van de overeenkomst lekte de inhoud uit. En toen werd duidelijk dat de BJE niet alleen wel erg verregaande bevoegdheden zou krijgen – eigen diplomatieke banden met het buitenland, een eigen valuta-eenheid, een eigen veiligheidsapparaat – en de facto een staat binnen de staat zou vormen, ook viel een groot aantal gebieden waarvan de bewoners nooit een stem hadden gehad in deze keuze opeens onder de BJE. De vrees van christelijke en andere Filipino’s om onder een sharia bewind terecht te komen moedwillig aangewakkerd door politici en andere elite-figuren die het verdrag al niet zagen zitten. Maar helemaal ongegrond is enige vrees niet.  Het MNLF dat volgens de verdragen de de ARMM zou besturen, is niet fundamentalistisch maar wel religieus geïnspireerd – onvermijdelijk eigenlijk aangezien Moro niet alleen een etnische maar ook religieuze identiteit is. En het MILF is een stuk rechter in de leer dan het MNLF – het verschil in de naam geeft al aan waar de ideologische verschillen gedeeltelijk te vinden zijn. Volgens het MILF moet het land van de Moro’s geregeerd worden volgens de regels van de Islam – hoe die ook geinterpreteerd worden, niet-moslims worden in deze staat naar een achtergestelde plaats verwezen. Bovendien is het natuurlijk weinig democratisch dat de bevolking geen zeg had in de kwestie.

Politieke tegenstanders van het verdrag voerden hun campagne op en drongen er bij het hooggerechtshof op aan het verdrag in strijd met de grondwet te verklaren. Die verklaarden dat het verdrag neerkwam op het aantasten van de territoriale integriteit van de Republiek en vaardigden een bevel uit om de ondertekening uit te stellen. Dit was zo kort voor de ondertekening dat de hele plechtigheid al georganiseerd was en zelfs de Amerikaanse ambassadeur voor niks kwam opdraven.

Hierna raakte de loop van de gebeurtenissen in een stroomversnelling. Een tweetal commandanten van het MILF, gefrusteerd over het vastlopen van de diplomatieke aanpak, viel christelijke gemeenschappen in Mindanao aan. Burgers werden gedood of als menselijk schild gebruikt, huizen platgebrand en geplunderd. Er vielen tientallen doden. Het leger zette daarop de achtervolging van de commandanten in en de daaropvolgende gevechten hebben aan tientallen het leven gekost, het aantal vluchtelingen bedraagt tienduizenden – het Rode Kruis alleen al verzorgt opvang voor 70.000 mensen.

Het hele vredesproces hangt nu aan een zijden draadje. Het MILF heeft de acties van commandanten Kato en Bravo afgekeurd maar tegelijkertijd weigert het de schuldigen uit te leveren, zelf gevangen te nemen of zelfs maar uit het MILF te zetten. Onderlinge loyaliteit weegt blijkbaar zwaarder dan de misdadige acties die deze bebelhebbers en hun troepen verricht hebben. Het leger voert op het moment slechts acties uit tegen deze twee commandanten en een derde die hun geholpen zou hebben. Maar het risico bestaat dat ook de rest van het MILF in de gevechten betrokken raakt. Zeker is dat nu al burgers op grote schaal het slachtoffer zijn geworden van de gevechten.

De grote vraag is hoe het zo ver heeft kunnen komen. Het MILF verwijt de regering een spelletje gespeeld te hebben en altijd slechts naar een aanleiding om opnieuw het leger in te zetten gezocht te hebben. De toezeggingen voor de nieuwe BJE zouden juist zo verreikend zijn geweest om een verbod van het hooggerechtshof en grootschalige politiek protest uit te lokken – iets wat dan weer Manila een reden zou geven om de onderhandelingen af te kappen. Dat klinkt als een samenzweringstheorie maar onmogelijk is het niet. De Filipijnse regering neemt het niet nauw met de eigen wetten of democratische prodedures – om het zwak uit te drukken. Misschien was er inderdaad sprake van een opzetje. De regering was er in ieder geval heel snel bij om na de uitspraak van het hof – die slechts opriep tot afstel – en de eerste vijandigheden – die plaatsvinden zonder toestemming van de leiding van het MILF – het verdrag naar de prullenbak te verwijzen. En kort daarna verklaarde presidente Arroyo dat in plaats van met gewapende groepen te onderhandelen de regering in de toekomst direct met plaatselijke gemeenschappen zou praten – buiten groepen als het MILF om, die blijkbaar niet erkend worden als legitieme woordvoerders van deze gemeenschappen. Dit is een aanpak die onmgelijk tot vrede kan leiden omdat het MILF nog steeds op brede steun kan rekenen onder Moro’s. Bovendien, zo verklaarde de regering korte tijd later, zouden de eerste punten van toekomstige onderhandelingen het ontwapenen en ontbinden van de gewapende eenheden van rebellen moeten zijn. Dit komt er op neer dat overgave als voorwaarde voor onderhandelingen gesteld word en het MILF, dat zijn onderhandelingspositie te danken heeft aan jaren van gewapende strijd en een sterke militaire tak, zou wel gek zijn om hiermee akkoord te gaan. Maar het is ook duidelijk dat de MILF niks gedaan heeft om deze eventuele val van de regering te vermijden – commandant Bravo maakte zich al eerder schuldig aan misdaden tegen burgers maar bleef lid van het MILF en de weigering van de organisatie om nu duidelijke stappen te ondernemen tegen de drie commandaten kost haar niet alleen veel steun – onder moslims en niet-moslims – maar versterkt ook de dynamiek van het conflict richting een sektarische confrontatie tussen moslims en christenen.

Onderhandelingen met de andere guerilla die actief is in de archipel, de maoistische CPP, liggen al lange tijd stil en de regering heeft als doel om binnen twee jaar de CPP militair te verslaan. Het lijkt er nu op dat ook met betrekking tot de islamitische afscheidingsbeweging de regering voor de harde lijn kiest. Dat is niet alleen een aanpak die betekent dat het aantal (burger-)doden nog verder zal oplopen. Het is ook een aanpak die de werkelijke oorzaken van het conflict – de armoede en het racisme waar Moro’s mee geconfronteerd worden – negeert. Dat hoeft niet te verrassen want de regering Arroyo heeft al eerder duidelijk laten zien aan de kant van de elite die er alle belang bij heeft om de ongelijke verdeling van welvaart en macht in stand te houden te staan. Een dergelijke niet-praten-maar-schieten-(en-als-dat-niet-helpt-gewoon-meer-schieten) filosofie past mooi in de globale ‘war on terror’. Arroyo – een supporter van deze oorlog – wordt in het westen afgeschilderd worden als een democraat maar voert in haar eigen land een economische en militaire oorlog tegen haar bevolking.

Een gastartikel van Paul Benschop

Op 7 augustus trekken Georgische troepen Zuid-Ossetie binnen. Daags erna trekken Russische troepen het gebied in, waarna het al langer lopende conflict een voorlopig hoogtepunt bereikt. De trieste balans telt op dit moment volgens onbevestigde cijfers aan beide zijden enkele duizenden doden en volgens de VN ruim 100.000 mensen op de vlucht.

Vrijwel onmiddellijk kiezen politici en media uit Westen partij voor Georgië. Opmerkelijk, aangezien juist Georgië het conflict laat escaleren. Nu gaat het mij er niet om partij te kiezen voor Rusland of om Rusland als schoolvoorbeeld van een democratie neer te zetten, maar de reactie van de Russen kan toch moeilijk als onverwacht worden beschouwd. Sinds de ineenstorting van het ‘reëel bestaand socialisme’ is Rusland veel invloed en status kwijt geraakt. Diverse landen uit de voormalige Sovjet-Unie werden onafhankelijk van Moskou en sluiten zich aan bij de Europese Unie en de Navo. Sinds Poetin is een belangrijke pijler in het Russische buitenlands beleid de gedachte dat Rusland een wereldmacht was, is en vooral moet blijven. Zowel politiek als economisch als geografisch bijt Rusland laatste jaren flink van zich af. Dit hebben we bijvoorbeeld kunnen zien in de oorlog met Tsjetsjenië, maar ook aan de onderdrukking van de binnenlandse oppositie en de diverse handelsconflicten met EU-lidstaten.

Het gaat te ver om Georgië als een satelliet staat van de VS te betitelen. Maar om Georgië en met name resident Saakasjvili als een schoothondje van de VS en haar bondgenoten te beschouwen lijkt mij zeer reëel. Afgelopen jaren is Georgië militair en financieel flink gesteund door VS en heeft de VS zich er hard voor gemaakt dat Georgië lid moet worden van de Navo. Ook nu het conflict met Rusland is geëscaleerd gaat de VS stug door met het leveren van wapens en munitie. Om een Russische blokkade naar Georgië te omzeilen gaan de leveringen tegenwoordig via Jordanië.

De innige relatie tussen Georgië en de VS en de Navo gaan terug tot begin jaren ’90. In 1994 neemt Georgië deel aan het Navo project Partnership for Peace, een samenwerkingsverband tussen de NAVO en niet-Navo landen. Enkele jaren levert Georgië troepen aan de Kfor, de ‘vredesmacht’ van de Navo in Kosovo. Vanaf dat moment gaat het hard en sluiten de Navo en Georgië het ene verdrag na het andere en fungeert Georgië onder meer als doorvoerhaven van Navo materiaal naar Afghanistan. Tijdens de Navo-top in Boekarest in april dit jaar spreken de Navo-lidstaten de intentie uit dat zodra Georgië militair en technisch ‘bij is’ lid word van de Navo.

Dat de VS, maar ook andere Navo landen zo happig zijn op de toenaderingspogingen van Georgië is niet vreemd. Geografisch gezien ligt Georgië erg strategisch. Buurland van zowel grootmacht Rusland als regionale grootmacht Turkije en relatief dicht bij (al dan niet voormalige) ‘schurkenstaten’ als Irak, Iran en Afghanistan. Een groot gebied wat sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie politiek instabiel is en waar veel valt te halen. Zo beschikt Georgië over meerdere zeehavens, liggen er belangrijke oliepijpleidingen en olieraffinaderijen. Niet zo verwonderlijk dat de VS en andere Navo-lidstaten maar al te graag een oogje dichtknijpen wanneer president Saakasjvili democratische principes aan z’n laars lapt. Zo worden twee kritische TV-zenders gesloten en wordt het leger op een demonstratie afgestuurd. Binnenlandse tegenstanders verwijten Saakasjvili dat hij zich schuldig maakt aan vriendjespolitiek, corruptie en de economische hervormingen zouden de armoede vergroten. Na de verkiezingen begin dit jaar waarbij Saakasjvili nipt won, verklaarde internationale waarnemers dat het woord ‘eerlijk’ niet van toepassing was op deze verkiezingen

Nogmaals, het gaat mij er niet om Rusland te verdedigen. Maar in dit conflict vechten Rusland en Georgië als twee honden om een bot. De VS en de Navo zijn de lachende derde.

Teleurstellend zijn de terughoudende of afwezige reacties van linkse organisaties en partijen. Op veel linkse websites wordt de oorlog niet eens genoemd. Een twijfelachtige stilte, zeker omdat sinds de Navo-top in Boekarest het nog maar enkele jaren duurt voordat Georgië officieel een bondgenoot van de Navo-lidstaten is en dus ook van Nederland. Artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag, de beginselverklaring uit 1949, stelt dat “een gewapende aanval tegen een (…) als een aanval tegen allen zal worden beschouwd”. Met andere woorden. Als Georgië al volledig lid was van de Navo, dan was Nederland feitelijk in oorlog met nucelaire grootmacht Rusland. Een situatie die maar weinig mensen in Nederland als prettig zullen ervaren.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie werd er in Nederland een publiek debat gevoerd over de toekomst van de Navo en de rol van Nederland hierin. Vrij snel zakte deze discussie weer in en voor eigenlijk alle politieke partijen in Nederland is het vanzelfsprekend dat Nederland nog steeds lid is van de Navo. Toch worstelen met name de linkse partijen met hun houding ten opzichte van de Navo. Binnen zowel GroenLinks als de SP is de Navo een heet hangijzer. In haar laatste verkiezingsprogramma stelt de SP dat Nederland lid moet blijven van de Navo om zodoende meer grip en democratische controle op de Navo uit te kunnen oefenen. Wel keert de partij zich consequent tegen Navo-missies. Daarnaast pleit Harry van Bommel van de SP voor opschorting van toenadering van Georgië tot de Navo. Ook GroenLinks pleit voor hervorming van de Navo. Hoewel deze wat naïeve standpunten de officiële partijstandpunten zijn is er zeker grote onvrede onder veel leden van beide partijen.

Het huidige conflict tussen Georgië en Rusland is het zoveelste conflict sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wat mede is aangewakkerd door de VS en de Navo. Anders dan de Navo zelf beweerd draagt zij niet bij tot vrede of stabiliteit in de wereld. Laat staan mensenrechten of democratie. De harde realiteit laat zien dat de Navo enkel een militair verlengstuk is van Westerse economische belangen. Linkse- en vredesorganisaties in Nederland zouden er goed aan doen de oppositie binnen de linkse partijen tegen het Navo standpunt van de partijen te steunen. Het is politiek gezien onmogelijk om als links partij te kiezen voor dan wel Rusland of Georgië. Links kan zich beter richten op verzet tegen de Navo. Laat het huidige conflict een aanleiding hiertoe zijn!

Vorige week zaterdag vond in Amsterdam een demonstrantie tegen racisme plaats. Als je het gemist hebt was je niet de enige. In het verslag op Indymedia word een nogal optimistische schatting van ruim 200 aanwezigen genoemd. Zo’n zeventig mensen op het startpunt en misschien 150 mensen op het hoogtepunt lijkt me waarschijnlijker. Maar ook als het aantal aanwezigen 500 zou zijn geweest was het natuurlijk nog laag.

In een verslag van de demonstratie heeft Peter Storm wel zo’n beetje de kritiek die je kunt hebben op de demonstratie opgesomd.

Waar ik me niet helemaal in kan vinden is zijn oordeel dat de demonstratie ondanks alles ‘nuttig’ was. Ik betwijfel het. Enige tijd geleden stond Nederland Bekent Kleur met enige duizenden op de Dam en die manifestatie werd op zo’n manier gebagatelliseerd dat Wilders er mee weg kon komen de dag weg te zetten als bewijs voor de beperkte steun voor anti-racisme in dit land. De demonstratie van afgelopen zaterdag was nog te klein om op de radar van media of politici te verschijnen.

Wat bovendien de NBK manifestatie wel nuttig was dat het in ieder geval voor de meeste deelnemers een positieve dag was en de bijeenkomst zelf levendig en bemoedigend was. Ik kan me alleen maar afvragen hoe de demonstratie van de 14de overkwam. Een demonstratie tegen racisme in een multi-etnische stad als Amsterdam die slechts zo’n beperkte groep op de been brengt en dan ook nog een groep die grotendeels wit is – dat komt niet echt sterk over. De samenstelling van de groep is de sleutel van de zwakheid van die dag – het was niet zozeer een anti-racisme demonstratie maar eerder een kraakdemo. Vrijwel alle aanwezigen waren afkomstig uit de kraakscene – en dat betekent dus veel soortgelijke zwarte kleding dragende, witte jongeren. Het kraak-karakter van de demo werd nog eens extra aangezet door leuzen over kraken en tegen de politie. Dat zijn sentimenten waar ik me ook wel in kan vinden en het is begrijpelijk dat mensen ze willen uiten gezien de manier waarop krakers het leven zuur wordt gemaakt maar het had totaal niks toe te voegen aan een anti-racisme demonstratie.

Vrijwel alle sprekers waren afkomstig uit het kraakwereldje, mensen die elkaar al jaren lang kennen. Publiciteit voor de demonstratie was voornamelijk gemaakt door middel van Indymedia en contacten in de kraakscene – in ieder geval, dat waren de enige manieren waarop ikzelf iets van de demonstratie heb vernomen. Als je op zo’n manier mobiliseert is het dus ook logisch dat je demonstratie daar een afspiegeling van word.

En zo’n demonstratie is gewoon niet uitnodigend om je bij aan te sluiten als je zelf niet in het plaatje past. En het is ook niet niet heel erg duidelijk wat het thema is als een kluitje punks bij elkaar komt en leuzen roept tegen de politie en Spaanse slogans uit de Spaanse burgeroorlog in een nogal pijnlijke poging om zichzelf in de traditie van de heroïsche anti-fascisten toen te plaatsen. Vooral aan het begin van de demonstratie was het niet duidelijk waar het om ging ging – ik zag geen flyers, welgeteld één bordje en de spandoeken lagen op de grond voor het podium. Toeristen stonden erbij foto’s te maken, waarschijnlijk in de waan dat het om een festivalletje ging.

In zijn verslag vraag Peter zich af waar clubs als Doorbraak en de IS waren. De manier waarop de demonstratie was vormgegeven leek het erop dat clubs als deze niet eens benaderd waren. Jammer, links is al zwak genoeg en samenwerking is hard nodig. Terecht wijst Peter er opdat het natuurlijk niet alleen de schuld is van de organisatoren dat er buiten mensen uit de kraakscene bijna niemand kwam opdagen – er is per slot van rekening geen verbod of iets dergelijks om mee te doen. Maar zo raar vind ik het niet dat linkse groepen als Doorbraak andere prioriteiten stellen, zoals bijvoorbeeld actie voeren tegen Verdonks TON, dan op te komen draven voor een demonstratie waarin ze vantevoren geen inbreng hebben gehad. Samenwerking begint niet op de dag van de demonstratie maar op de eerste dag dat het plan bedacht word. Een poster maken – met anarcho-syndicalistische ster en al, de flyertekst maken en verspreiden via de eigen kanalen en dan verwachten dat andere mensen wel op je demonstratie komen – dat zijn voorhoedepretenties van het ergste soort. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die de aanloop naar de 14de mee kregen de bui al zagen en besloten zich op andere dingen te richten. Achteraf gezien hebben ze daar gelijk in gekregen. De demonstratie was eerder een stap achteruit dan vooruit, hoe triest het ook is om dit te constateren.

De laatste dagen is de kraakbeweging in Nederland weer een paar keer in het nieuws geweest. Wat opvalt aan de berichtgeving, aan de manier waarop krakers in het nieuws komen en hoe daarop gereageerd word, is hoe zeer het allemaal eenrichtingsverkeer is.

In Nijmegen werd een voormalig postkantoor dat door krakers was omgetoverd tot een vrijplaats voor cultuur en politiek met het (on-)nodige gedoe ontruimd. Krakers in het pand hadden de boel stevig gebarricadeerd waardoor de politie – die toch enige ervaring heeft met dit soort dingen in Nederland – er urenlang over deed om binnen komen. Heel mooi wat mij betreft, als er zoals in dit geval een creatieve, vrije plek ruimte moet maken voor compleet vage toekomstplannen en leegstand in de tussentijd hoef je je daar niet zomaar bij neer te leggen. Omdat nog eens kracht bij te zetten werd de politie onthaald op verfbommen.

Volgens een verklaring van de Nijmeegse politie zouden deze ‘gevuld zijn met glasscherven’, blijkbaar in een poging agenten te verwonden. Tot dat ik daar bewijs van heb gezien geloof ik er niets van. Ten eerste is het in Nederland zeldzaam geworden dat krakers op zo’n manier verzet bieden dat de ME kans loopt op fysiek letsel. Ik kan geen reden bedenken waarom dit keer in Nijmegen anders zou zijn. Straffen voor gewelddadig verzet tegen de politie zijn erg hoog en bovendien is de definitie van wat geweld jegens een agent is erg ruim – jezelf proberen los te rukken van een agent heet al geweldpleging. Het is ook al voorgekomen dat mensen die zich aan mede-activisten vastklampten om niet weggesleurd te worden werden aangeklaagd wegens geweldpleging, tegen de agent!

Krakers zijn onder andere daarom wat voorzichtiger geworden. Bovendien is na een aantal erg intense rellen in jaren tachtig duidelijk geworden dat een fysieke krachtmeting met de politie vrijwel niet te winnen is. Een eenvoudigere reden waarom ik sceptisch ben over het verhaal van de verfbommen-met-glasscherven is dat als iemand echt vastbesloten was om te proberen agenten te verwonden daar wel makkelijkere methoden voor te bedenken zijn. Waarom al die moeite doen als je ook gewoon een ouderwetse klinker kunt gooien? Als je gepakt wordt is de aanklacht zo ongeveer hetzelfde en de klinker is eenvoudiger en effectiever.

Het verhaal over de glasscherf bommen deed me denken aan soortgelijke verhalen die de Amsterdamse politie de afgelopen maanden de wereld in heeft geholpen. De Amsterdamse kraakscene heeft de naam nogal militant te zijn maar een groot deel daarvan is ook slechts retoriek en herinneringen aan de jaren tachtig toen je gepakt kon worden bij een rel en er van af kon komen met een paar dagen in een politiecel. Ga maar na, de laatste keer dat de ME in Amsterdam bij een rel op straat gebruik maakte van een waterkanon waren de scholieren protesten, bij protesten uit kraakhoek komt het al bijna niet meer voor – hoogstens bij een enkele ontruiming.

In al hun fantasie brengt de Amsterdamse politie toch regelmatig horrorverhalen over op bloed beluste krakers naar buiten. Vuurwapens in de Vrankrijk die waterpistolen bleken te zijn, ‘boobytraps’ die uit onderdeeltjes van speelgoedtreinen en een emmer afgewerkte olie bestonden et cetera. Maar elke keer krijgt het aanvankelijke sensatieverhaal veel aandacht – want het is lekker spectaculair en sluit goed aan bij vooroordelen over krakers – en de latere nuancering/ontkrachting veel minder. Want dat is is gewoon veel minder boeiend. Wat blijft hangen is het beeld van krakers als ongerichte, gewelddadige criminelen. De recente ontruiming van een kraakpand in de Van Ostadestraat in Amsterdam is daar weer een voorbeeld van. De politie claimt opnieuw een heel wapenarsenaal gevonden te hebben. Dit blijkt te bestaan uit allerlei keukengerei en een paar honkbalknuppels. De ‘munitie voor een vuurwapen’? Een riem met lege patroonhulzen zoals veel punks die dragen. Ja, er lagen ook spullen zoals pepperspray. De kans dat je als je een pandje kraakt geconfronteerd word met knokpleogen die het recht in eigen hand willen nemen is geheel niet denkbeeldig…
Nog een mooie touch van de politie is het vermelden van de nationaliteit van de arrestanten. Het zijn dus ook nog eens allemaal buitenlanders die krakers, niet te vertrouwen gewoon….


8 dollar 50 bij punkwinkel Angry, Young and Poor. Let op de waarschuwing: DONT WEAR THIS BELT TO SCHOOL OR ANYWHERE ELSE WHERE FOLKS MAY FREAK OUT AND CALL THE COPS!!! Non-punk rock types will not understand your fashion statement. Please use common sense.

Uit woede over de hele gang van zaken zijn de volgende dagen een paar ruiten ingegooid, onder andere enkele van de ambtswoning van Cohen. Nog zoiets wat in de jaren tachtig met de regelmaat van de klok gebeurde maar nu een hele hoop opzien baart. Compleet hypocriet zijn de reacties van iemand als Fred Teeven die beweert dat ‘krakers zich gedragen als onaantastbaren’. De ontruiming heeft juist laten zien dat krakers een groep zijn die niet zeker kan zijn van hun wettelijke rechten. Het pand in Van Ostadestraat werd ontruimd na een melding van geluidsoverlast. Hier kwam de politie op af die eiste toegelaten te worden en toen dit geweigerd werd de persoon aan de deur probeerde te arresteren. Hierdoor ontstond een grotendeels eenzijdige vechtpartij van de politie tegen omstanders waarna maar meteen het hele pand, waarin verschillende groepen woonden, ontruimd werd.

Kun jij je voorstellen dat ’s nachts op straat gegooid word en je spullen kwijt raakt omdat je buren een lawaaierig feest hadden? Officieel zou zo’n ontruiming weliswaar illegaal zijn maar het gebeurt wel. En vervolgens ontkent de officier van justitie gewoon dat het pand ontruimt is. Iedereen is gelijk voor de wet maar krakers zijn wat minder gelijk dan anderen. Dat mensen ongelooflijk pissig hierover zijn kan ik me goed voorstellen en dit hele gebeuren is een stuk ernstiger dan een paar gebroken ruiten.

Maar die ingooien was ook oerdom. Het geeft een vluchtige kick en de paar uur daarna ben je iets van je frustratie en woede kwijt. Maar daarna komen die gebroken ruiten de politie en de burgemeester weer uitstekend van pas in hun campagne tegen krakers. De motivatie voor de vernieling is voor veel mensen onbekend maar foto’s van gebroken ruiten en verontwaardigde taal van Cohen vinden makkelijk een publiek. Het ziet er naar uit dat het kraakverbod, iets waar rechts al jaren lang op aast, binnen niet al te lange tijd werkelijkheid gaat worden. Door krakers in de aanloop daar naartoe te ontdoen van het laatste restje sympathie dat ze nog genieten word het uiteindelijke invoeren van zo’n verbod steeds makkelijker. Kijk maar eens hoe bijvoorbeeld Cohen hypocriet een onderscheid maakt tussen ‘goede’ en ‘foute’ krakers; alsof de politie je, voordat ze je op straat smijten, eerst een testje afnemen of je een goede of slechte bent. En alsof die voortdurende leugenachtige berichtgeving over krakers niet op iedereen die kraakt afstraalt. En als er een kraakverbod komt of Fred Teeven zijn zin krijgt en een hele subcultuur als ‘criminele organisatie‘ word bestempeld, geldt dat dan alleen voor de recalcritante krakers en niet voor de brave jongens en meisjes?

Word tegenwoordig een cadeautje voor Cohen bij de Stopera aangezien voor een bompakketje, dan gaat eerst het verhaal de ronde dat krakers een bom geplaatst hebben.

Helaas is die onzin over goede en slechte krakers ook iets waar nogal veel linkse mensen in gaan. En dat terwijl het eigenlijke punt natuurlijk de discussie zou moeten zijn over wat belangrijker is; het recht om panden leeg te laten, te laten verkrotten en te speculeren terwijl mensen op zoek zijn naar woonruimte of het recht om een dergelijk elementaire behoefte zelf te organiseren? Gepraat over goed en foute krakers is gezever in het luchtledige en betekent dat je de discussie voert op termen van rechts.


De piersonrellen in Nijmegen.
Een ‘militaire’ nederlaag maar
politieke overwinning voor de kraakbeweging

Ook in Nijmegen sneuvelden een paar ruiten en vlogen uit woede over de ontruiming van het postkantoor enkele verfbommen – voor zover bekend zonder glasscherven – door de lucht . Daar was minder ophef over maar. Hoe begrijpelijk ook, ik zie niet echt wat het beoogde resultaat van deze acties moet zijn. Voor de gemeente zal het eerder reden om vooral niet toe te geven en veel sympathie win je er ook niet mee. Glasscherven gaan een kraakverbod niet tegenhouden ben ik bang. Maar ja, misschien is het daar toch al te laat voor en is het het enige dat nog mogelijk is voordat dit verbod er komt om duidelijk maken dat je je er niet geruisloos bij neer legt.

Het is bevrijdingsdag en het verleden wil maar niet op houden te bestaan. Het politieke nieuws de afgelopen nieuws weken is niet om vrolijk van te worden. In Groot-Brittanie is New Labour afgstraft voor een beleid dat de kloof tussen arm en rijk nog dieper heeft doen groeien dan deze onder Thatcher al was. Helaas was het niet links dat van de onvrede kon profiteren – vooral de Tories hebben gewonnen. Veel Labour stemmers zullen wel thuis zijn gebleven of misschien wel overgelopen zijn, immers; waarom op de kopie gaan stemmen als je ook het orgineel kunt krijgen?


Brown, Brown, Brown, out, out, out.

De klap was vooral erg zwaar in London, waar Labour burgermeester Ken Livingstone verslagen werd door een Tory en een vertegenwoordiger van de fascistische BNP in de London Assembly is gekozen. In de jaren tachtig was Livingstone nog ‘Red Ken’ en een kopstuk van de oppositie tegen Thatcher. Toen Livingstone het als onafhankelijke kandidaat opnam tegen de officiele, door Blair en de partij-machine gesteunde, Labour kandidaat in de verkiezingen van 1997 boekte hij een glorieuze overwinning. Wel werd hij de parij uitgekiept. in de jaren daarna sloot hij zijn vrede met de partij en werd hij opnieuw toegelaten als lid. Als burgermeester heeft hij zeker enkele goede dingen gedaan, zoals zijn stellingnames tegen de oorlog in Irak en racisme, maar in de loop van de tijd verlepte het rood van Ken door zijn compromissen met New Labour. Dieptepunten waren onder andere zijn oproep aan personeel in de metro om tijdens een staking als stakingbrekers te fungeren en nog een paar dagen voor de verkiezingen zijn trotse verklaring dat onder zijn burgermeesterschap stakingen nooit succes boekten. Ondanks de zegening van Brown himself ging Livingstone dit keer ten onder. Hier zit echter ergens een les in, over opkomen voor je achterban, een alternatief zijn voor je achterban en meer van die dingen…
Die BNP-er in de Assembly zal ondertussen vast vrienden maken daar; een Tory, lid van hun ’schaduwkabinet’ vergeleek de intocht van zijn partij in het Lonodonse gemeentehuis al met Mussolini’s mars op Rome…

In Mussolini’s thuisland heeft de man ook nog steeds fans op hoge plekken. De nieuwe burgermeester van Rome, Gianni Alemanno, komt uit onvervalst fascistische hoek en word wel omschreven als ‘post-fascist’. Dat de nadruk sterk op het tweede ligt lieten zijn aanhangers blijken toen ze hem begroetten met gestrekte rechterarmen en het scanderen van ‘Duce, Duce, Duce’. Het is voor het eerst in decennia dat Rome een rechtse burgermeester heeft en links in Italie is electoraal zo goed als weggevaagd. Fausto Bertinotti, de grote man van Rifondiazone Communista, weet de nederlaag van Prodi eraan dat zijn regering ‘niks heeft gedaan voor de arbeiders’. Dat werpt de vraag op waarom Bertinotti dan zo lang vastbesloten was cruciale steun te geven aan die regering en voor de verkiezingen een coalitie vormde die als voornaamste doel had een nieuwe regering Prodi mogelijk te maken. In Italie gebeurde hetzelfde als enige tijd later in Groot Brittannie; linkse stemmers bleven thuis omdat ze geen werkelijk alternatief zagen terwijl rechts – dat wél consequent bleef – een enthousiaste achterban kon mobiliseren. Het opbouwen van zo’n alternatief zal nog lang duren maar is bitter noodzakelijk als we niet nog veel vaker ‘Duce, Duce, Duce’ willen gaan horen.

En terug in Nederland is de PVV op hun gebruikelijke racistische toer. Volgens PVV-Tweede Kamerlid Martin Bosma is het aandeel van ‘allochtonen’ in de Nederlandse bevrijding van de Nazi’s te verwaarlozen geweest en daarom is ‘ie kwaad over de suggestie van staatssecretaris Bussemaker dat leerlingen ook wat te horen krijgen over de rol van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen bij de bevrijding van Nederland. Nog voordat er iets gezegd is over wát de scholieren dan moeten leren spreekt Bosma al van geschiedvervalsing. De manier waarop de term allochtoon hier gebruikt word spreekt al boekdelen. Nogal wiedes was het aandeel van allochtonen – in de zin van ‘een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren’ en van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst – in de bevrijding gering want zoveel van die mensen woonden er toen niet in Nederland. Voor Bosma is allochtoon/moslim/niet blank allemaal hetzefde, anders zou dit soort dingen wel tot hem doordringen.

Bosma vraagt onder meer welke slag anders verlopen zou zijn zonder ‘allochtonen’ aan geallieerde zijde. Misschien enkele in Tunesie en Italie waar duizenden Marokkanen aan Franse zijde meevochten en ook bij Amerikaanse bevelhebbers opvielen door hun moed in onder andere de beroemde slag om Monte Cassino?

Ook vraagt hij op hoge poten of Bussemaker dan ook bereid is aandacht te geven aan de islamitische troepen, meerendeels van Kroatische afkomst, die in dienst waren van de SS. Maar als Bosma zich echt zorgen maakt over de juiste balans in het geschiedenisonderwijs, laten we het dan ook eens hebben over de Nederlandse SS-ers. Dat waren er rond de 25.000, een stuk meer mensen dan die meevochten in de Prinses Irene brigade die nooit meer dan 3500 leden telde. En het waren er ook een stuk meer dan degene die moedig genoeg waren om in Nederland zelf actief in verzet te komen. En trouwens ook meer dan die Islamitische ‘Handschar divisie’ die niet meer dan 21.000 man telde. Er waren dus meer blanke Nederlanders, met christelijk-humanistische achtergrond en al, die als politieke soldaten meevochten in de Schutzstaffel van de Fuhrer dan moslims dit deden.

En in tegenstelling tot de Handschar divisie, waar in 1943 muiterij uitbrak toen soldaten zich wilden overgeven, bleven de Nederlandse SS-ers trouwe soldaten van het nationaal-socialisme. De SS-divisie waar de Nederlandse vrijwilligers deel van uit maakten, de divisie Wiking, stond bekend om haar fanatisme in de vernietigingsoorlog aan het oost-front en bleef de hele weg terug van Leningrad naar Berlijn onverminderd doorvechten.

Propaganda over trouw aan Nederland deed het
65 jaar geleden ook al goed.

De rol van Nederlanders in de bevrijding, dié is te verwaarlozen!

 

ROUSSET Pierre

24 March 2008

The Chinese army has Tibet and its provinces under tight control. The repression of the “rioters’’ who have descended into the streets these last two weeks has been severe. Solidarity and the effective recognition of the right of the Tibetan people to self-determination is urgent.

 

Some on the left (rare in France, but more numerous elsewhere) refuse to commit to solidarity for fear of playing the game of the United States against China. Others, on the right, call for demonstrations against 59 years of Chinese occupation –- it was in 1950-1951 that the Peoples Liberation Army entered the country -– and denounce a “communist’’ dictatorship. These two positions”mirror’’ one another, attaching little importance to history: the “Tibetan question’’ arises in very different contexts according to different periods.

Sovereignty or suzerainty relations between China and Tibet have been an issue since way back in the past. They were sometimes very formal, or non-existant, and sometimes more substantial (with Chinese military occupation), before the country reasserted its independence in 1911-1913. But, to stick to the contemporary period, after the victory of the Chinese Revolution (1949), the question of self-determination was inextricably linked to the violent conflicts of the time. Could the impact of this revolution support a mobilisation of Tibetan peasants against the harsh exploitation of which they were victims, an exploitation exercised in particular via the clergy and the monasteries? Who at that time could speak in the name of the people? Could Tibet be used as a point of support by imperialism?

The years of 1950-1960 were those of the Korean War, of the beginning of the US military escalation in Indochina, of the armament of Taiwan, of the construction of immense US bases in the region, of the Chinese-Indian showdown in the Himalayas… In order to avoid the opening of a new front, the Chinese Communist Party (CCP) concluded an agreement in 1951 with the Tibetan dominant classes, the Buddhist clergy and the Dalai Lama. This compromise was broken off and it was the CIA who armed the anti-Chinese insurrection in 1957-1959. The confrontation between revolution and counter-revolution tore up the region. How can we forget this?

In its program of the 1930s, the CCP recognised the right to self-determination, including for Tibetans. But this internationalist principle was rapidly ignored, once the 1949 victory had been acquired, with the rise to power of the bureaucracy and “Grand Han’’ nationalism (the Han constitute the ethnic majority in China). In Tibet, in 1950-1951 and singularly after the repression of 1959, the People’s Liberation Army was perceived as an occupying force. For Beijing, the country held importance before all for ideological considerations (nationalist), for its geo-strategic position and for its natural resources (water, mines, forests …). Despite the social reforms which benefited the peasants, the Tibetan people were submitted to a specific national oppression, as much on a cultural level as economic. The mobilisations of 1987-1990 in particular were violently repressed. The right to self-determination stood at that time clearly against y the bureaucratic order.

Is it still the same today? The development of capitalism in progress in China did not solve the national question, far from it. The situation has remarkably worsened since 1995. One witnesses a rather classic process of colonisation of settlement: Tibetans risk becoming a minority in their own country and are threatened by either by marginalisation or by forced assimilation. The “development’’ of the country meets increasingly capitalist standards and risks leading to a situation as inextricable as Sri Lanka (Tamils) or in the south of the Philippines (Moros and Lumads). The right of self-determination is now standing at least as much against the new Chinese bourgeoisie and the transnational corporations interested in the riches of the country, as against the old bureaucracy in quick transofrmation. Why still talk about”communism’’?

To write is part of the duty of solidarity. However, it is quite delicate for a non-specialist to deal with Tibet. What would have been possible in 1950? What has become of Tibetan society today? Which demands respond best to the current situation? These are important questions that nevertheless remain unanswered for the author of this article. Tibet is known by everyone, and yet what do we know beyond the clichés? The time is for solidarity -– but also for a real work of militant knowledge.

It is not necessary however to wait for the answers to these questions in order to defend, today —like yesterday — the right of self-determination: it is up to the Tibetan people to make their choice freely.

* Translated by Links. The original French version of the above article is at http://www.europe-solidaire.org/spip.php?article9719 and a shorter version was publsihed in the LCR’s newspaper Rouge.

* Pierre Rousset is editor of the Europe Solidaire Sans Frontières (ESSF) website and a member of the Revolutionary Communist League of France (LCR).

‘Je kunt geen socialisme maken zonder een paar bourgeois eieren te breken’, zei Stalin eens. In de laatste Tribune stond een zeer positief interview met Prakash Karat, de algemeen secretaris van de Communist Party of India (Marxist). Zijn partij heeft de laatste paar jaren enkele keren laten merken Stalin’s houding te kunnen delen, alleen is hun doel blijkens het interview niet eens ‘anti-kapitalisme’ maar slechts ‘meer democratie’. Het meest grove voorbeeld hiervan waren de gevechten in Nandigram, een gebied dat geregeerd word door de CPI(M). Ronald van Raak, die het interview afnam, maakt er weinig woorden aan vuil; “In Nandigram kwamen boeren in opstand die werden uitgekocht voor de vestiging van een petrochemisch bedrijf uit Indonesië. Het leidde tot rellen en geweld, waarbij doden en gewonden vielen. Kritiek van andere linkse partijen bleef niet uit, onder meer van de kleinere maoïstische partij.” Blijkbaar vond Van Raak deze gebeurtenissen niet belangrijk genoeg om vragen over te stellen aan Karat, het zou misschien ook de toon van het interview ontregeld hebben. Maar de lofzang op de CPI(M) word toch wel wat minder geloofwaardig als hun misstappen zo makkelijk onder het tapijt geveegd worden.

Wat gebeurde er namelijk in Nandigram?

De boeren die in verzet kwamen waren bang dat hun land onteigend zou worden, niet gekocht. Als uitkopen tot een oproer leidde, dan moeten die boeren toch wel enigszins ontevreden zijn over de prijs die ze voor hun land kregen. Het verzet in Nandigram was echter zo hevig omdat de boeren dachten helemaal geen rooie cent te krijgen; pas na dat op 14 maart het geweld een hoogtepunt bereikt had kwam de regering met de verklaring dat er geen land onteigend zou worden. Wat voor die tijd circuleerde was een ‘informele’ verklaring van de Haldia Development Authority waarin het gebied aangewezen werd als bestemming voor een chemische fabriek. Hoe kan een ondertekende verklaring van een overheidsorgaan, bestemd voor verspreiding onder het publiek, ‘informeel’ zijn? Waarom moesten er eerst mensen sterven voordat op 16 maart de CPI(M) verklaarde dat er geen gedwongen beslag zou worden genomen op land? Deze verklaring, waarin de lokatie en de omvang van de chemische fabriek gespecifeerd werd, was het startsein voor de onrust.

Tot in maart verklaarde een vertegenwoordiger van Salim, het bedrijf dat de chemische fabriek in gebruik zou nemen, dat al besloten was dat deze in Nandigram gevestigd worden. Trouwens, Salim is in handen van de familie van onlangs overleden Indonesische dictator Soeharto, niet echt een groep die bekend staat om sociaal verantwoord ondernemen. Nandigram zou niet de eerste keer zijn geweest dat boeren van hun land gejaagd zouden worden om plaats te maken voor buitenlandse industrie: in Singur, in West Bengal – ook geregeerd door de CPI(M) – moesten boeren plaats maken voor een autofabriek.

In een artikel met de titel ‘What really happened in Nandigram’ doet Prakash Karat zijn best om zijn partij vrij te pleiten van de beschuldigingen. Volgens hem is die controverse rond de gebeurtenissen een campagne van de heersende klassen tegen de CPI(M) – hun critici van de extreem-rechtse BJP tot de maoïsten bestempelt hij als ‘reactionairen’. Volgens hem was er sprake van een campagne om dorpen te zuiveren van de CPI(M); partijleden werden verdreven, hun huizen in brand gestoken en er vielen zelfs doden. Maar terwijl Karat dit geweld veroordeelt blijft hij zwijgen over ander geweld.

Dat al op 3 janauri de politie het vuur opende op demonstranten, dat er na 3 januari kampen rondom de protesterende dorpen werden opgezet en dat in deze kampen CPI(M) symphatisanten zich verzamelden en er wapens werden aangevoerd bijvoorbeeld. De CPI(M) mag dan regeringspartij zijn, blijkbaar had ze er toch geen vertrouwen in dat de politie op eigen kracht de orde zou kunnen herstellen… Volgens de dorpelingen zou de politie plaats maken voor deze knokploegen en zouden deze samenwerken met lokale CPI(M) bestuurders. De aanvallen op CPI(M) zouden vergeldingen zijn voor moorden gepleegd door deze knokploegen, maar daar heeft Karat het niet over. Als Karat de onruststokers ervan beschuldigd wegen en bruggen onbegaanbaar gemaakt te hebben heeft hij het er ook niet over dat dit na de eerste schermutselingen gebeurde en dat de dorpelingen bevreesd waren voor retaliaties.

Ongeacht van de precieze volgorde of achtergrond van de gevechten in Nandigram heeft de CPI(M) daar op een alles behalve democratische manier opgetreden. Gewapende partij-activisten namen deel aan gevechten en controleerden de identiteit van mensen die in gebied rondreisden. Mensen werd de toegang geweigerd, journalisten geintimideerd…
Hoe is dat te verenigen met een streven naar ‘meer democratie’? De CPI(M) is een parlementaire regeringspartij maar wil blijkbaar naast de politie ook nog over eigen strijdkrachten kunnen beschikken…

De Bhumi Ucched Pratirodh Committee, het comité dat het protest organiseerde, is volgens Karat een combinatie van reactionaire vijanden van de CPI(M). Maar Nandigram is een links bolwerk, ongeveer de helft van de stemmen gaat er naar normaliter naar de Communist Party of India of naar de CPI(M). Als dit comité inderdaad gevormd wordt door rechtse krachten, dan heeft de CPI(M) het wel heel erg bont gemaakt dat de dorpelingen blijkbaar massaal rechts verkiezen voor de CPI(M) of hun coalitiepartner in het Links Front! Voormalige CPI(M) activisten steunden de protesten omdat zij geen heil zagen in het project. Het ging hier immers niet om zomaar een chemische fabriek maar het opzetten van een Special Economic Zone. Dergelijke SEZ’s worden opgezet om buitenlandse bedrijven te lokken met de beloftes van extra gunstige voorwaarden. Zoals een voormalige CPI(M) supporter, ex-vakbondsvoorzitter Pratap Chandra Mondal, het verwoordde: “I supported the CPI(M) and was the President of the Shiksha Karmi Union. Now, I am actively supporting the movement. They are forcefully taking away land for business interests. We want industry but not SEZ. Because in SEZ there are no labour laws, no minimum wages etc. The CPI (M) came to power because they represented the working class and now they have become enemies of the working class.” Ook andere CPI(M) leden veroordeelden het optreden van hun partij. Ashok Mitra, voormalige minister van financiën in de eerste Links Front regering, plaatst de zwaarste schuld voor het geweld bij de regering en veroordeelde het liberale economische beleid dat ermee doorgezet word.

Als reactie op alle kritiek organiseerde Vijay Prashad, lid van een CPI(M) denktank, een open brief waarin onder het motto dat links niet onderling verdeelt moet raken, het optreden van de partij goedgepraat werd. Het is teleurstellend dat linkse kopstukken als Noam Chomsky en Tariq Ali hier in zijn getuind. De pro-CPI(M) verklaring lokte een woedende reactie uit van Indische intellectuelen, onder hen Arundhati Roy, waarna Susan George haar steun aan de eerste verklaring introk. In een reactie hierop kwalificeerden enkele ondertekenaars, Vijay Prashad was niet een van hen, hun steun voor de CPI(M); “Our statement did not lend support to the CPM’s actions in Nandigram or its recent economic policies in West Bengal, nor was that our intention. On the contrary, we asserted, in solidarity with its Left critics both inside and outside the party, that we found them tragically wrong.”

Een piek in het geweld vond plaats op 14 maart toen de politie Nandigram binnentrok, in de woorden van de CPI(M), “to see that the roads, culverts and bridges are repaired and the administration restored.” Dit was dus in de context dat dorpelingen goede redenen hadden om te vrezen dat zij van hun land verjaard zouden worden en nadat leden en symphatisanten van de CPI(M), een regeringspartij, al weken lang betrokken waren bij een campagne van geweld en intimidatie. Volgens verschillende kranten was de menigte die de politie tegenkwam vreedzaam verenigd in een religieuze ceremonie. Maar laten we ervan uit gaan dat de CPI(M) de waarheid spreekt en de politie inderdaad onthaald werd met stenen en zelfgemaakte vuurwapens. De feiten spreken voor zich; de politie vuurde een kwartier lang in de menigte, waarna nog anderhalf uur gevochten werd. Het resultaat; 14 doden, 30 vermisten, meer dan 200 gewonden, plundering van huizen en minstens twee vrouwen die verkracht werden. Oh, en 6 agenten raakten lichtgewond. Dit was het werk van de politie van een deelstaat geregeerd door een partij die zich ‘links’ noemt en zegt te streven naar ‘meer democratie’.

Nandigram en Singur waren twee opvallende voorbeelden waar de ‘democratische’ en ‘rode’ CPI(M) aan de kant van grote industrie tegenover de vaak straatarme boeren stond. En het blazoen van deze partij heeft wel meer vlekjes. Om er nog eentje te noemen: Taslima Nasreen, een schrijfster uit Bangladesh die opkomt voor vrouwenrechten en schrijft over de slechte behandeling van vrouwen in haar geboortestreek moest naar India, naar West Bengal, vluchten na bedreigingen door religieuze fundamentalisten en een aanklacht door de staatscensuur. Ook na haar vlucht is Nasreem verschillende keren aangevallen en bedreigd. Kort geleden moest Nasreen weer vluchten, nu naar New Delhi. Ze werd West Bengal uitgejaagd omdat ze ‘de islam’ beledigd zou hebben en fundamentalistische organisaties gewelddadige demonstraties tegen haar hielden met de eis dat ze terug naar Bangladesh gestuurd zou worden. Wat deed de CPI(M)? Die vond ook dat Nasreen moest oprotten; “ if her stay creates a problem for peace, she should leave the state” verklaarde CPI(M) state secretary Biman Bose. De CPI(M) moet sowieso niet al te veel hebben van deze feministische, seculiere, anti-oorlogs schrijfster, al een paar jaar geleden probeerden deze ‘democraten’ haar boek Dwikhondito te verbieden.

Jammer genoeg vond Van Raak dit soort gebeurtenissen niet de moeite waard om zijn gastheer nader aan de tand over te voelen. De positieve resultaten van de CPI(M) zijn het hopelijk toch niet waard dat er regelmatig mensenlevens worden geofferd aan de vooruitgang? Van Raak beschrijft de CPI(M) als “een bestuurderspartij, die het zich niet kan veroorloven om te verzanden in theoretische discussies over de juiste weg van het socialisme, zoals in Europa vaak gebeurt. Deze bestuurders moeten zoeken naar praktische oplossingen voor de alledaagse problemen van mensen.” Karat: “Socialisten die willen besturen moeten vooral leren luisteren. Wij zijn niet bezig met antikapitalisme, maar met democratisering.” Allemaal leuk en aardig, maar als besturen moord en geweld inhoudt, waar ben je dan als linkse partij mee bezig? Regeren is slechts een middel, geen doel op zich. De CPI(M) zou niet de eerste partij zijn die naarmate ze haar ideologische veren afschudt dat vergeet. En niet de eerste die daar de bittere vruchten van moet proeven, de vooruitzichten voor de CPI(M) zijn niet erg gunstig.

Misschien zou het toch geen kwaad kunnen als de CPI(M) eens zou nadenken over waarom ze nou eigenlijk regeren en wat socialisme eigenlijk is, in plaats van slechts business as usual te volgen en gefixeerd te zijn op groei-cijfers en investeringen, het soort politiek dat de SP in Nederland terecht tot een speerpunt van hun kritiek gemaakt heeft. Dan zou deze partij ook eens de portretten van Stalin de deur uit kunnen doen en daarmee diens methoden.

Nederland slaat volgens allerlei links- en rechts-liberalen internationaal een slecht figuur omdat de Nederlandse overheid de bescherming van Ayaan Hirsi Ali niet langer wil betalen. Freek de Jonge, al sinds jaar en dag de minst grappige man van het land, vergelijkt Ayaan alvast met Anne Frank. Bernard-Henri Lévy, de man die denkt alles te weten, heeft zich in Frankrijk opgeworpen als haar kampioen. Hij vindt dat Frankrijk zich over haar moet ontfermen en wordt daarin gesteund door Ségolène Royal die na haar afgang tegen Sarkozy en de desoriëntatie van de Parti Socialiste weer iets gevonden heeft waardoor ze toch nog even gehoord kan worden.  In de VS is het Christopher Hitchens, in zijn jonge jaren bewonderaar van Saddam Hussein, tegenwoordig fan van Amerikaanse clusterbommen, die het schandalig vindt dat Ayaans lijfwachten niet langer door de Nederlandse staat betaald worden. Een Heilige Alliantie van has-beens en never-were’s heeft zich om de voormalige VVD-politica geschaard.

In een interview met Volkskrant omschrijft Hitchens Ayaan als in oorlog met ‘de islam’ – niet met fundamentalisten, maar met de gehele islam. Het is een beschrijving die de voormalige ’sociaal-democraat’ en ’liberale moslim’ wel zal delen. In een interview met het Amerikaanse blad Reason verklaarde Hirsi Ali, de verdedigster van ‘democratie’ en ‘Verlichtingsidealen’, dat het westen de keuze moet maken tussen een nederlaag of het militair verpletteren van anderhalf miljard moslims:

Hirsi Ali: [...]flex your muscles and you say, “This is a warning. We won’t accept this anymore.” There comes a moment when you crush your enemy.

Reason: Militarily?

Hirsi Ali: In all forms, and if you don’t do that, then you have to live with the consequence of being crushed.”

Dat dit soort proto-genocidale fantasieën tegenwoordig opgevat worden als een waardevolle bijdrage aan het debat over verhoudingen tussen verschillende culturen werpt licht op de intellectuele wildernis waarin we leven. Dat zo iemand om de haverklap vergeleken wordt met grote intellectuelen als Voltaire is verbijsterend, maar verbaast in de huidige omstandigheden al niet meer. Niet dat er helemaal geen parallellen te vinden zijn. De Verlichtingsfilosoof had bijvoorbeeld niet zo veel met democratie en was vol bewondering voor Katarina II die als ‘verlicht despoot’ over Rusland regeerde. Ayaan prefereert ook al de junta boven de democratie. Toen het Turkse leger suggereerde zoals ze gewoon is een militaire coup te plegen als de Turken een regering kiezen die niet naar de smaak van de generaals is, stond Hirsi Ali vooraan om de junta al goed te praten voordat ze bestond.

Toen Ayaan, de atheïstische feministe, een mooi baantje kon krijgen bij een denktank die intellectuele munitie levert voor christelijke fundamentalisten en anti-choice activisten, maakte zij zonder dralen ook deze draai. Draaien is iets wat ze al zo vaak gedaan heeft, oefening baart kunst. Waarom Ayaan nu op zo’n voetstuk geplaatst wordt is mij dus een raadsel. Zij is zonder twijfel een slachtoffer geweest van obscurantistische, vrouwenhatende fanatici, en het is bewonderenswaardig dat ze hier aan wist te ontsnappen en een nieuw leven opbouwde in Nederland. Dat ze zich tegenwoordig inlaat met fanatici die evenzeer bereid zijn over lijken te gaan omdat hun god verteld heeft dat het de right thing to do is, haalt er een beetje de glans van af. Maar hoe hypocriet ze ook is, er is een ding waar ze natuurlijk nooit water bij de wijn gedaan heeft en dat is haar vijandigheid tegenover moslims. Wat misschien nog begon als gerechtvaardigde kritiek op religieuze anti-democraten is nu allang doorgeslagen tot laster en oorlogshitserij. Ondertussen stapelden de moeilijkheden voor Ayaan zich steeds verder op. De hardnekkigheid van Ayaan kan misschien aangemerkt worden als moed maar het is vooral ook koppigheid in de dienst van een verwerpelijke, misantropische politiek.

Het is onzin om Ayaan Hirsi Ali te verwijten dat ze polariserend werkt, polarisatie is soms goed. De vraag die centraal staat is langs welke lijnen die polarisatie vrom krijgt. Ayaan draagt er flink aan bij dat die polarisatie plaats vindt langs religieuze lijnen – lijnen die naarmate een religie als de islam steeds meer wordt afgeschilderd als monolithisch en onveranderbaar ook steeds meer een etnisch karakter krijgen. Haar polaristatie is er een die naadloos aansluit bij het wereldbeeld van de jihadi’s die de war on terror óók als een godsdienstoorlog tegen de islam zien.

Ayaan Hirsi Ali wordt nu geconfronteerd met wat deels de gevolgen zijn van haar eigen keuze om naar de VS te vertrekken; ze had er voor kunnen kiezen in Nederland te blijven en dan was haar beveiliging gewoon betaald. Bulldog en partijgenoot Rita Verdonk slaagde bij Ayaan, medialieveling en vriendin van de Nederlandse elite, immers niet in waar ze wel in slaagde bij zo veel andere vluchtelingen. Ayaan werd niet opgesloten, geboeid en op het vliegtuig gezet. Praktijken waar deze grote humanist nooit tegen heeft geprotesteerd en die door haar eigen partij uitgevoerd werden.

Door en door hypocriet is Ayaan dus.

Betekent dat nu dat ik vind dat de Nederlandse regering inderdaad niet meer hoeft te betalen voor haar beveiliging? Welnee, dat geld moet gewoon neergeteld worden. Niet omdat Nederland anders een slecht figuur slaat - dat zou juist een goede reden zijn om de geldkraat dicht te draaien – en niet vanwege Bernard-Henri Lévy – die vindt wel weer een andere zaak waarmee hij zich in de schijnwerpers kan spelen. Maar, nog afgezien van het gegeven dat een mensenleven altijd beschermd moet worden, wel omdat de mensen die Ayaan dwingen lijfwachten in dienst te nemen en haar naar het leven staan – geen kans mogen krijgen. Niet toegestaan kan worden dat iemand met de dood bedreigd wordt vanwege haar opvattingen, hoe stom deze ook zijn. We kunnen en moeten Ayaan bekritiseren en en haar opvattingen bestrijden en in de ergste gevallen, zoals in het geval van racisme, moeten we mensen juridisch de mond snoeren. Maar Ayaan en de haren dienen geen prooi te zijn voor de zelf-benoemde rechters annex beulen van de politieke islam.  Wij mogen niet toegeven aan brute kracht en wreedheid.

De mensen die Ayaan willen vermoorden zijn niet degenen die het werkelijk fundamenteel met haar oneens zijn. Types als Mohammed B., die slechts genoegen nam met Theo van Gogh omdat hij niet bij Ayaan Hirsi Ali kon komen, delen Ayaans walgelijke interpretatie van de islam. Waar ze in verschillen is dat de fundi’s die interpretatie positief waarderen, maar Ayaan is het met ze eens dat zij de ‘ware’ islam vertegenwoordigen. Als Ayaan gedood wordt door iemand als Mohammed B. dan is dat omdat ze een vrouw is die haar geloof achter zich heeft gelaten en een andere koers heeft gekozen. Ayaans dood zou een opsteker zijn voor islamitische fundamentalisten terwijl de christelijke jihadi’s en hun atheïstische fellow travellers als Hitchens er de zoveelste bevestiging van hun gelijk in zouden zien. En naar moslims en moslima’s die overwegen hun geloof de rug toe te keren of kritiek hebben op de interpretatie van hun religieuze ideeën door fundamentalisten zou het het signaal zijn; ‘dit gebeurt er met jullie als jullie je tegen de ‘ware’ islam keren’. Want dát, en niet Ayaans rol als propagandist voor westers imperialisme en racisme, is wat haar fundamentalistische vijanden haar verwijten. Een dode Ayaan zou nog wel eens nog meer slachtoffers tot gevolg kunnen hebben als een levende.

Zoiets zou een klap zijn voor iedereen die een heel andere polarisatie nastreeft, een die niet langs etnische en religieuze lijnen loopt maar langs de lijnen tussen arm en rijk, onderdrukker en onderdrukten – lijnen die emancipatie mogelijk maken. Er is geld genoeg voor allerlei zottigheid. Hoe sneller de Nederlandse regering zich garant stelt voor een fatsoenlijke bescherming van Ayaan hoe beter. Als de regering dat gewoon even doet, neemt de aandacht in de media voor Ayaan en haar hatespeech ook weer (een beetje) af. Dat is ook alleen maar positief.

Het volgende bericht werd gepost op de Marxmail email-lijst. Het is niet de eerste keer dat leiders van de maoïstische Communist Party of the Philippines andere linkse activisten met de dood bedreigen. Als Reyes gedood wordt zou hij ook niet de eerste zijn. De vermoedelijke huidige leider van de CPP, Jose Maria Sison, woont in Nederland en werd enige maanden geleden opgepakt na aangiften van de weduwes van twee door de CPP vermoorde voormalige rivalen van Sison. Sison ontkent de leider van de CPP te zijn maar in Filippijns links -en ver daarbuiten – is er eigenlijk niemand die er aan twijfelt dat hij dezelfde persoon is als de partij-voorzitter ‘Armando Liwanag’. Alhoewel hij ondertussen weer op vrije voeten is loopt het onderzoek tegen Sison nog.

Ric Reyes is een voormalig lid van het politiek bureau van de CPP. Tegenwoordig is hij voorzitter van de links sociaal-democratische partij Akbayan waar ook de bekende andersglobalist Walden Bello (tevens bedreigd door de CPP) lid van is. De coalitie Laban ng Masa, Gevecht van de Massa’s, is een coalitie die bestaat uit vrijwel geheel non-stalinistisch links op de Filippijnen.

De bedreigingen en moorden vinden plaats in de context van een bloedige campagne tegen links op de Filippijnen. Nog afgezien van het feit dat ze sowieso veroordeelt moeten worden en angst zaaien in de progressieve bewegingen in het straatarme land komen ze de staat ook op een andere manier goed van pas; elke keer dat er weer een linkse activist vermoord is, wijst de regering met een beschuldigende vinger naar de CPP die immers bewezen heeft er niet voor terug te schrikken linkse activsten te vermoorden. Het is dan ook dubbel hypocriet als supporters van de CPP buiten de archipel discussie over deze moorden en bedreigingen proberen te dwarsbomen met het argument dat alleen de Filippijnse staat hier belang bij zou hebben en dat ‘het de revolutinonaire beweging verzwakt’. Het is juist de CPP die daar verantwoordelijk voor is en hoe sneller zij haar beleid van bedreigingen en moord staakt, des te sneller kan de linkse beweging haar strijd weer volledig richten tegen de corrupte regering van presidente Arroyo.

Naar verluid zou Ric Reyes bezig zijn met het schrijven van een boek over zijn tijd in de CPP. Misschien is dat een reden voor de Filippijnse wanna-be Beria’s om extra hun best te doen snel van hem af te komen…

lnm.jpg
Laban ng Masa supporters herdenken 20 jaar People Power
opstand tegen de dictator Marcos

Message: 2
Date: Sun, 10 Feb 2008 14:11:18 -0500
From: “Fred Feldman” <ffeldman@bellatlantic.net>
Subject: [Marxism] Philippine Communist (and Stalinist) leader
threatens activist’s life at Australia conference
To: <marxism@lists.econ.utah.edu>,
<GreenLeft_discussion@yahoogroups.com>
Message-ID: <000001c86c18$b7dda3f0$6401a8c0@office1pc>
Content-Type: text/plain; charset=US-ASCII

The following item that John Riddell posted to the Socialist Voice list
serve some time ago strikes me as very important.
Fred Feldman

A disquieting incident regarding the Philippines occurred at the Melbourne
solidarity conference. This led Suzanne Weiss and me to make some tactful
inquiries in Toronto among those familiar with Philippines solidarity, and
what we learned was also of concern. We are no experts on the Philippines,
but we’d like to pass on what we heard and saw.

One of the most memorable aspects of the Melbourne solidarity conference was
the description by Ric Reyes, a leader of the Filipino liberation movement
Laban ng Masa (LnM–Struggle of the Masses) of how his movement had searched
for links in Latin America, with which the Philippines has strong historical
and cultural ties–looking first in Brazil and then discovering the
Venezuelan revolution. A commanding figure in the conference by virtue of
his experience, reputation, and political stature, Reyes spoke only after
the defeat of efforts by persons influenced by the Maoist Communist Party of
the Philippines (CPP) to deny him the platform.

Then, on the last day of the conference, a leaflet appeared on the
conference site entitled, “Reyes is criminally culpable for Kampanyang Ahos
[Campaign garlic]” referring to a murderous purge carried out in the CPP in
the mid-1980s. The leaflet was signed by Jose Maria Sison, the CPP’s central
leader. The leaflet demanded that Reyes surrender himself to a tribunal in
which his accusers would also be judge, jury, and executioner. Should he not
surrender, the leaflet said, he would be regarded as “an armed and dangerous
criminal suspect who is open to battle” and noted that the “arresting team
is authorized to act in self-defense” against him, “especially under the
current conditions of civil war.”

We read this as a statement that the CPP intends to send a death squad
against Reyes.

Sison’s letter was originally published in a Philippines newspaper in 2005,
and the CPP has never repudiated it. Together with it was published a
response by Reyes, which pointed out that in fact he had been already
condemned by a CPP tribunal back in 1994, when he was in jail. The same
judgment was made against three other former CPP leaders. “Of the four so
accused, I am the only one remaining alive.”

In fact, there is strong evidence that the CPP is carrying out a systematic
program of death threats and killings against prominent opponents in the
Philippines liberation movement. Substantial documentation of this has been
gathered by Pierre Rousset, a prominent figure in European solidarity
activities see HYPERLINK

All this occurs in the context that the CPP is a deeply rooted liberation
organization, the strongest in the Philippines, and is carrying on a
guerilla struggle against the government. It is the main victim of the
murderous violence that the governent deals out to all sectors of the
progressive movement. The CPP, like other Filipino progressive
organizations, deserves our solidarity against the government killings. A
few weeks ago, I supported the appeal for the releast of Sison from arrest
in the Netherlands. Laban ng Masa also defended Sison, who has now been
released.

The CPP’s death threats and killings against other progressive tendencies
disorganize and weaken its defense against government violence. For example,
Rousset’s website records that a Filipino “fair trade” organization was
recently targeted for attack by the CPP. The “fair trade” organization’s
business partner in Germany became aware that their Filipino trading partner
was in danger of being wiped out by the CPP. The German business wrote to
the Filipino president, demanding that she protect their trading partner
against CPP violence. The end result is that efforts to highlight the
government as the real source of the violence are frustrated, and the
government’s campaign to murderously suppress liberation movements is made
much easier.

CPPers, Rousset tells us, argue against discussion of their killings of
leftist activists on the grounds that making the facts known strengthens the
government’s hand and exposes CPP cadres to government reprisals. This line
of argument was the stock-in-trade of Stalinism at the peak of its murder
campaign against revolutionary cadres in the 1930s. Then as now, it is the
fratricidal killings that weakens the people’s cause, not the action of
those who call for end to such attacks.

Many victims of these attacks, Reyes among them, are accused of
responsibility for a tragedy that shook the CPP in the 1980s. The CPP was
then at the peak of its influence, with some five million adherents. During
the 1980s, the CPP was shaken by a series of party campaigns to root out
government agents in its ranks. According to Reyes, these campaigns got out
of hand and almost wrecked the party in 1988. Hundreds of loyal party
members were killed.

In the early 1990s, after substantial forces left the CPP, the party said
that leaders among those had left bore responsibility for these killings. In
fact, Reyes says, these actions been “collectively affirmed, appproved,
reaffirmed, and undertaken by the CPP leadership, national and regional.”

Today the CPP, although weakened, remains a mass organization, and is
somewhat larger in adherents and voting strength than Laban ng Masa. The CPP
enjoys substantial international support today, especially through its trade
union arm, the KMU. In Canada, it dominates Philippines solidarity work.

I had seen no evidence of the CPP in Toronto in recent years. But recently,
its supporters have been active in seeking backing from other solidarity
organizations. They are conducting educational work and recruiting among
young activists, winning them to a hardline version of Maoism that includes
support for Stalin’s and Mao’s murder campaigns against communist cadres.
(cut)

« Vorige PaginaVolgende Pagina »